Suriname voor beginners

“Suriname moet je niet bezóeken, je moet het beléven, meemaken, ondergaan”. Dat hebben meerdere Surinaamsevrienden en kennissen ons gezegd. En ja, we proberen ons onder te dompelen in deze voor ons nieuwe wereld. Maar wat hebben we af en toe last van onze Hollandse nuchterheid, behoefte aan controle en lichte argwaan; “eerst zien, dan geloven“. “Ja hoor, komt goed, maak je niet druk”, zeggen ze. Maar wannéér dan, denken wij, en wat gaat dat dan kosten? “Is het erg dat het een paar dagen duurt? Moet je iets doen dan?” Rishie, de man die voor de cruisers goedkope huurauto’s regelt “doet echt heel erg zijn best voor ons, maar we zullen tot het weekend moeten wachten”. Maar we moeten toch inklaren in Paramaribo? Geen probleem, hij is ook taxichauffeur en neemt ons mee naar de stad, drie kwartier rijden, eerst naar het kantoor van Noël, de eigenaar van de marina, die de juiste papieren van de douane en Maritieme Autoriteit al voor ons klaar heeft liggen. Vervolgens rijden we naar de Militaire Politie voor het stempelen van onze paspoorten. Je wordt geacht daar te verschijnen in pantalon, hemd met lange mouwen en dichte schoenen. Voor vrouwen is het kledingvoorschrift minder duidelijk, maar Monique heeft een jurkje aan. We mogen verder komen. Op de binnenplaats zit een agent achter een tafeltje. Nadat we hebben uitgelegd waarvoor we komen mogen we op een bankje plaatsnemen. Een andere agent komt een tijdje later naar ons toe en vraagt om onze paspoorten, de papieren van de Maritieme Autoriteit en het e-visum. Dat laatste hadden we via internet aangevraagd, betaald en ontvangen. Trots lieten we het zien op onze telefoons. Maar helaas, hij wil het uitgeprint hebben. En we voldoen niet aan de criteria voor een uitzondering legt hij ons omstandig uit. “Om de hoek zit een “Chinees”, die kan het voor jullie wel uitprinten”. We druipen af, excuseren ons bij Rishie, de chauffeur, voor de vertraging, en lopen naar de Chinees. Een “chinees” is in veel ontwikkelingslanden een winkel waar ze “bijna alles” verkopen. Een soort mengeling van een blokker, een kantoorboekhandel, een kledingzaak en een slecht gesorteerde doe-het-zelf winkel. De herkomst van de artikelen is China, de kwaliteit van de spullen past daarbij, en de uitbater is van Chinese afkomst. We zagen dat eerder op de Kaapverden, maar ook op onze vorige reis in heel de Pacific. Overigens zijn in Suriname ook vrijwel alle supermarkten in Chinese handen.
De Chinees heeft wel een printer, maar geen wifi (of wil die niet delen) en verder hebben we ook nog geen Surinaams geld. Vervolgens neemt Rishie ons mee naar een ATM (voor SRD’s, de lokale valuta) en naar een telecomprovider. Het maximumbedrag wat uit de ATM per keer komt is 2000 SRD, ter waarde van ongeveer €80. Dat kun je vervolgens wel eindeloos herhalen. Het grootste biljet in Suriname is 100 SRD. Je kunt je dus voorstellen dat je voor een paar honderd euro een flink pak SRD’s mee naar huis krijgt. Bij digicel zijn ze zo vriendelijk om onze e-visa uit te printen. 
We haasten ons terug naar de MP, want om 13.30 sluit de tent, dat blijkt ook bij banken en andere (semi-)overheidsinstanties de gewoonte. We krijgen (na een half uurtje wachten) de stempels in onze paspoorten, we mogen voorlopig 1 maand blijven.
Rishie neemt ons nog mee langs een groente-stalletje langs de weg, voor een paar bananen, verder hebben we eigenlijk nog niets nodig.
5 uur na vertrek zet hij ons weer af bij de marina. Hij heeft zeker 100 km gereden en vooral heel veel gewacht. We betalen hem 500 SRD, iets meer dan €20. Op vrijdagavond, onze vierde dag in Suriname, komt Rishie onze huurauto brengen. Ja, die hadden we liever eerder gewild, maar waarom eigenlijk? Het is heerlijk bij Waterland, een mini-marina met 1 steiger en 12 ligplaatsen, in combinatie met een klein-resort met 7 mooie villa’s. Die zijn overigens allemaal leeg, alleen in het weekend zijn er 1 of 2 bezet, alles door Covid. Om ons heen is oerwoud, we zien doodshoofd-aapjes in de bomen op een paar minuten loopafstand, de tropische vogels geven dagelijks concerten en de brulapen schreeuwen ‘s morgens vroeg, dat is weer eens iets anders dan hanengekraai. Na een aanvankelijke aarzeling (piranha’s, slangen en kaaimannen) zwemmen we twee keer per dag in de rivier, waarbij we wel op de stroming moeten letten. Er zijn ook kano’s en paddleboards. In enkele bomen op het resort zitten luiaards, maar we hebben ze nog niet gespot. Bar en restaurant zijn alleen in het weekend open, maar op de andere dagen zitten we met andere zeilers gewoon op het terras en drinken daar onze eigen biertjes. Erg gezellig. Als we wat willen eten brengt een van de andere zeilers (die al wel een auto hebben) wel wat mee uit een stalletje ergens langs de weg. Eigenlijk redden we het prima zonder auto.


Eten is een verhaal apart. Suriname is een smeltkroes van culturen, wat zich weerspiegelt in het eten. Er is o.a. Creools, Javaans, Indiaas, meerdere soorten Chinees, en Europees. Het wordt verkocht in allerlei stalletjes langs de weg, vaak warungs, om ter plaatse te eten of mee te nemen. De keukens hebben gemeen dat het niet veel kost, daar kun je zelf niet voor koken. Van één portie eten we meestal 2 dagen.
Maar toch fijn dat we die auto hebben, daarmee kunnen we op pad, ons eerste doel is Paramaribo. Daar ontmoeten we Wim, een vriend van een Surinaams-Nederlandse Bronovo collega, die ons wel wat van Paramaribo wil laten zien. Hij lijkt iedereen te kennen die we op straat tegen komen. Hij loopt met ons zonder gêne het chique Torarica hotel in, laat ons binnen en buiten alle mooie plekjes zien, ook komen we met hem vlot langs de bewaking van het casino en kijken uit vanaf het dakterras met zwembad. Daar wordt vooral Spaans gesproken door dubieuze gasten uit Colombia. We rijden door veel straten met oude statige gebouwen, waarvan helaas een groot deel in erbarmelijke staat van onderhoud is, soms zelfs in verval. Wat een verdrietig gezicht. Bij de Surinamers voel je hierover vooral gelatenheid, men is zeer teleurgesteld over het openbaar bestuur, op allerlei vlak. Fort Zeelandia bezoeken lukt vandaag niet, ook dat blijkt om half 2 te sluiten.
Wim stelt ons voor om samen naar een “resort” in de jungle te gaan. Hij kent (natuurlijk) de Marron eigenaar (Marrons zijn de nakomelingen van de Afrikaanse slaven). Wij staan op de rem, willen we niet liever gewoon met z’n tweeën, en ook, wat gaat ons dat (extra) kosten? Later dringt tot ons door dat het gewoon uit enthousiasme is, uit trots op zijn land, en omdat hij zelf ook graag gaat, zonder er iets voor terug te willen. We kunnen nog heel wat van de Surinaamse hartelijkheid leren….
Inmiddels hadden we zelf al een tour naar Bigi pan geboekt, een vogelreservaat in een moerasgebied in het uiterste noordwesten van Suriname. De tocht er naar toe is zo’n 250 km, waar we meer dan 4½ uur over doen. Het is de enige oost-west verbinding in Suriname, naar Nieuw Nikerie, de derde stad van het land. De groot deel van de weg is in erbarmelijke staat, onderhoud aan het wegennet heeft blijkbaar een vergelijkbare prioriteit als onderhoud aan historische gebouwen. Delen van de weg zijn compleet verzakt, diepe kuilen maken een slalomkoers noodzakelijk. De routebeschrijving die we kregen brengt ons naar een oppikplaats aan de rivier. Anderhalf uur later dan afgesproken werden we opgehaald door een korjaal, een lange smalle boot met daarin Mario, onze bootsman, gids en gastheer voor de komende drie dagen. Een tocht van ruim een half uur brengt ons naar Bigi pan (het Grote Meer), waarop 3 resorts liggen, alle drie als een eilandje, volledig op palen. Twee resorts zijn behoorlijk vervallen, waarvan er één nog wel in gebruik is. Akira lodge, ons resort, is het nieuwste. Het bestaat uit 17 huisjes met in het midden een grote centrale ruimte die o.a. dienst doet als restaurant. We blijken de enige gasten te zijn. De toerismesector heeft ernstig te lijden onder covid. Mario en de keukenploeg leggen ons uitgebreid in de watten. Mario neemt ons ‘s avonds en ‘s morgens (heel vroeg!) mee op excursie, over de ondiepe meren, bezaaid met de restanten van een oud mangrovebos. We zien duizenden vogels. Hij weet precies waar, en op welk moment, ze over komen vliegen. Grote groepen rode ibissen en meerdere soorten reigers. We zien flamingo’s, allerlei roofvogels, papagaaien, spechten en ijsvogels. De keukenploeg verzorgt heerlijke maaltijden, deels met lokaal gevangen tilapia. Tussendoor zitten we op het vlonderterras voor onze hut, lekker een boekje te lezen. De laatste dag krijgen we de lunch mee. We eten er nog 2 dagen van. 


We bezochten ook plantage Peperpot. De vele plantages die Suriname in de koloniale tijd rijk was zijn allemaal verdwenen, weer ingenomen door het oerwoud. Wat resteert zijn een aantal gebouwen die deels zijn omgevormd tot kleinschalige boetiek-hotels. Zo ook bij Peperpot. We hadden er afgesproken met de bemanning van de Noorderkroon, André en Ingrid. Zij zijn ervaren zeilers van de koude kusten van Noord Europa, die eigenlijk op weg waren naar Kaap Hoorn, de kou in het zuiden dus. Maar omdat Brazilië en Argentinië door Covid gesloten zijn voor zeilers, hebben ze hun toevlucht genomen tot Suriname en de Carieb. Gelukkig blijkt de warmte hen ook goed te bevallen. We eten er heerlijk en we trakteren ons zelf op een nachtje in het hotel. Zittend op de veranda voelen we een beetje hoe de planters zich vroeger gevoeld moeten hebben.

Lekker die auto, maar er is wel een probleem: we hebben geen internationaal rijbewijs, dat is er bij de voorbereidingen bij ingeschoten. De eerste twee weken van je verblijf in Suriname wordt een Nederlands rijbewijs getolereerd, maar daarna niet meer. Na wat zoeken op internet lijkt er een uitweg: de rijtoestemmingsverklaring. Daarvoor moeten we naar het politiebureau “Nieuwe haven”. We rijden erlangs, het ligt op de weg maar Peperpot. Stom, we konden natuurlijk weten dat dat om 2 uur ‘s middags “dicht” is, maar we krijgen wel een lijstje mee van wat we de volgende ochtend mee moeten brengen: kopieën van rijbewijs, paspoort en visum. Én een stortingsbewijs van SRD 150 (ongeveer €6) ieder. De bank waar dat kan is natuurlijk ook al dicht, dus daar beginnen we de volgende ochtend. Voor dit luttele bedrag zijn meerdere employees ongeveer 15 minuten met ons bezig. Met de stortingsbewijzen lopen we naar het politiebureau, honderd meter verderop. Een pronte politie-agente met horizontale billen vangt ons buiten op en laat ons achteraan een lange rij aansluiten. Een half uur later bereiken we een agent achter een tafeltje, nog steeds buiten. Hij plaatst ons in een andere rij. Even later mogen we naar binnen, naar de afdeling rijbewijzen. Een uiterst onvriendelijke dame neemt al onze papieren in ontvangst, constateert tot haar zichtbare verbazing dat alles compleet is, laat ons nog eens SRD 350 contant pp lappen (hadden die 150 daar dan ook niet bij gekund?) en ze stuurt ons weer naar buiten. Weer een half uur later mogen we weer voor haar loket verschijnen. Alles is in orde en we krijgen een afspraak om de rijtoestemmingsverklaringen af te halen. Over 3 weken! Misschien zijn we dan nog in het land. Tot die tijd hopen we dat de politie bij controle genoegen neemt met aanvraagbewijs. Al met al een heel gedoe, maar het gaf een mooi inzicht in de Surinaamse bureaucratie.
Suriname blijkt één golfbaan rijk te zijn, aan de rand van Paramaribo. Gisterochtend hebben we die bezocht en op proef een rondje over de 9 holes gelopen. Heerlijk, 2 uur lopen in de ochtenduren, voordat het te warm wordt om te bewegen. We worden meteen lid voor een maand, voor een bedrag waar je in Spanje soms maar één rondje loopt. 
Over een paar dagen gaan we met Wim 4 dagen de jungle in. Naar een resort ten zuiden van het Brokopondo meer, een stuwmeer zo groot als de provincie Utrecht. We slapen 2 dagen in een hutje, en 1 nacht in een hangmat in de jungle. Spannend!

Aangekomen in Switi Srenan!

Na twee dagen genieten van de tropische rust in de beschutting van de Iles des Salut van Frans Guyana, zijn we gisterenochtend om 5.45 uur weggevaren, bij het krieken van de dag. Toch altijd even spannend om is vrijwel donker ankerop te gaan en de open zee op te varen, met meteen een stevige bries van voren en steile golven, terwijl je nauwelijks iets kan zien. Volgens de verwachting zouden we 27 uur moeten zeilen tot aan de uiterton bij de monding van de Surinamerivier. Omdat we graag stroom mee wilden hebben bij binnenkomst, moesten we proberen zo vroeg mogelijk aan te komen, vandaar dit vroege vertrek.

We hadden meteen lekker de vaart erin, zeilen met 7 knopen en dan ook nog eens twee knopen kado door de stroom mee. Dat schoot lekker op. Toen de wind in de middag afnam, werd de gennaker gehesen voor een paar uur, om zoveel mogelijk mijlen af te leggen. In de nacht zelfs 2 uur de motor erbij aangezet, toen de snelheid even helemaal inzakte. En daarna ging het weer vlot met 17 knopen wind. Precies een etmaal na vertrek, bij de eerste tekenen van dageraad, kwamen we aan bij de uiterton. Heel fijn om bij daglicht de rivier op te varen, met al z’n ondieptes, staken, onverlichte boeien die op andere plekken lagen dan op onze kaart, en niet te vergeten de drijvende boomstammen. En dan hadden we ook nog de stroom mee de rivier op. Belangrijk voor ons, want vanaf de uiterton is het nog zo’n 37 mijl varen tot de marina, en met stroom tegen zou je er weleens heel erg lang over kunnen doen. Maar we gingen als een speer, en we konden nog zeilen ook. Vanmiddag om 12.45 uur lagen we dan ook al aangemeerd bij de marina en werden rondgeleid door Annette van de JanJorem. Zo, en het eerste Parbobiertje was meteen een feit!

De eerste indruk is heerlijk! Tropische temperaturen, het resort waar we bij liggen is prachtig aangelegd, we kunnen zwemmen in de rivier. Noël, de eigenaar, kwam kennismaken en wil van alles voor ons regelen, zeer hulpvaardig. Alles gaat hier rustig aan, dus morgen de boot aan kant maken, overmorgen inklaren en dan eens kijken wat er allemaal te ontdekken en ondernemen valt. We hebben zin in dit nieuwe avontuur!

Reis naar Suriname, dag 10-12

Dag 10, 5 jan: we varen prachtig door de nacht. Geen buien, wel stroom mee, constante wind. Overdag bewolkt, dreiging van buien, wisselende windsterkte. De zee wordt ruwer, een klotszee met golven uit alle richtingen, mogelijk mede door de toenemende stroom. Ondanks dit ongemak, wel genieten van weer n prachtige sterrenhemel. Dagafstand: 176 nM.

Dag 11: ‘s Nachts ontstaan er veel buien met windshifts, we zijn tijdens onze diensten wakker en alert. Als ik Pieter afwissel zit hij in regenpak in de stromende regen. Met blote voeten, want het is heerlijk warm water. Het is een natte, donkere nacht met onstuimige wind die tot 27 knopen doortrekt. Door de inmiddels dikke stroom mee, gaan we veel te hard richting ons doel. We willen bij dageraad aankomen, dus moeten we vertragen. We rollen grootzeil weg en doen een stuk alleen op het werkfokje, we rollen vreselijk. Later voor het comfort toch het grootzeil met drie reven er weer bij voor stabiliteit. Het is een saaie grijze dag en de wind poeiert maar door, het zijn echt de laatste loodjes. Dagafstand: 184 nM!!!

Dag 12, 7 januari: We proberen alles om te vertragen, maar met zoveel meegaande stroom en dikke wind die maar niet wil afnemen is dat niet goed mogelijk. Om 4 uur in de ochtend zijn we op 5 mijl van ons doel. Het regent en waait meer dan 25 knopen. We gaan bijliggen, en laten ons verlijeren. Ik vind het spannend, we liggen scheef, de golven rollen van opzij tegen de romp, het water is nog maar 10 meter diep en de wind fluit door het want. Gelukkig is mijn Pieter de rust zelve…. om 6 uur gloort de dageraad en na eerst een spannend stukje hoog aan de wind tegen de golven in, kunnen we afvallen en komen in de beschutting van twee piepkleine eilandjes. De golven zijn meteen weg en de wind is gehalveerd. We strijken de zeilen en laten het anker vallen in een kleine baai van 5 meter diep. Oef, er valt iets van ons af. Terwijl de adrenaline van deze laatste spannende uurtjes nog voelbaar is, kunnen we nu opgelucht en voldaan adem halen: we did it again, we crossed the Atlantic!! Om 7 uur lokale tijd liggen we voor anker bij Île Royale, 1 van de drie Îles du Salut van Frans Guyana, daar waar het verhaal van Papillon zich afspeelde.

We zien overal palmbomen en dikke tropische begroeiing, hanen die kraaien, een koor van 1000 tropische vogels, het gekrijs van wat apen. De échte aankomst wordt in Suriname gevierd, maar we houden vast aan onze goede gewoonte en openen een klein flesje bubbels wat voor de gelegenheid was koud gelegd. Proost, op een veilige aankomst!

We krijgen een bericht van Vodafone: welkom op Frans Guyana. Hier kunt u uw abonnement gebruiken zoals in Nederland. Hahaha, wat grappig. Met slechts 1 streepje 4G als bereik kunnen we nu bellen, appen en proberen we nog wat dingen te downloaden: deze maand t abonnement niet voor niets doorbetaald 😄

We gaan hier een dag blijven en varen morgen door naar Suriname, nog een etmaal op zee.

11 dagen en 19 uur onderweg geweest, 1861 nM afgelegd. 0.4 motoruur, alleen bij ankermanoeuvres, verder alles gezeild.

Reis naar Suriname, dag 8 en 9

Dag 8, 3 januari: Nieuwe maan en weer een mooie sterrenhemel. Leuk om met Starwalk erbij steeds meer namen van sterren en sterrenbeelden te leren kennen. Met ons wachtsysteem van 3 uur op, 3 uur af vliegt de nacht voorbij. Grappig hoe je kan wennen aan onderbroken nachtrust en je overdag toch fit kan voelen. Weer een behoorlijk zonnige dag. We wekken genoeg energie op om de watermaker ruim drie uur te laten draaien en genieten van een douchebeurt achterop het dek. Mariette is jarig, Pieters moeder, ze is 91 jaar geworden; fijn om haar te kunnen bellen en te feliciteren! Overdag gemiddeld rond de 18 knopen wind, geen bijzonderheden. We zien al een paar dagen meer wind aankomen rond het einde van onze reis en zinnen op een alternatief plan. Zoals het er nu uitziet komen we midden in de nacht aan bij de monding van de Paramariborivier waar het erg ondiep is. We zien dit niet zitten bij harde wind, gaan de zeeën er breken? We vinden er geen informatie over in onze digitale pilot. Vandaag hakken we de knoop door: we gaan een stop maken bij de îles de Salut voor de kust van Frans-Guyana. We blijven er een dagje, laten de harde wind passeren en varen de laatste 24 uur naar de aankomstplek zodat we bij ochtendlicht bij de riviermonding aankomen en meteen de  rivier opvaren. We zullen dan nog 37 mijl moeten motoren voordat we bij Marina Waterland aankomen, iets voorbij Paramaribo.
We verwachten vrijdagochtend ons anker te laten vallen bij de Îles du Salut.
Bij de dienstwissel om 22uur, schiet de stuurautomaat ineens op standby en loeven we enorm op. Na herstel van de koers hebben we een hinderlijke kraak bij de mastvoet die door heel de boot resoneert. We slapen er slecht van.

Dag 9, 4 januari: De nacht was wat onrustig. De eerste twee buien vlakbij, ik kon wat spatjes ervan voelen. We naderen de ITCZ, de intertropische convergentiezone, waar het risico op buien, onweer maar ook windstilte toeneemt. Dat laatste is niet aan de orde, wij verwachten juist wat meer wind, maar we ontkomen niet aan een paar natte dagen met misschien ook wat onweer. Voordeel ervan is, dat ons schip grondig kan worden schoongespoeld door het hemelwater, want het zit van masttop tot dek overal onder een laagje geelbruin Saharazand, op alle vallen en stagen, in alle lieren en dekbeslag, op de zeilen en bimini. Dus kom maar op met die hemeldouche. Dat onweer mag thuisblijven van ons….
Zojuist zijn we even gegijpt, als proef, om te kijken of die hinderlijke kraak zou verdwijnen. En oef, inderdaad, we genieten van de relatieve stilte aan boord. Het was trouwens de eerste keer sinds 30 december dat we iets veranderden aan de stand van de zeilen, wat reven daargelaten. Heerlijk, dat luie oceaanzeilen! Pieter leest zometeen zijn boek uit, ik ben bezig met n luisterboek, en we eten meer dan lekker aan boord. Tot nu toe geen reden om te klagen! Zo de vislijn maar weer eens uitgooien.
Inmiddels eind van de dag. We hebben weer een mahimahi binnenboord gehaald. We hebben via de satelliettelefoon regelmatig contact met andere boten die ook onderweg zijn. 1 heeft een spi-boom kapotgevaren, de ander heeft problemen met de accu’s. Een crew is zeeziek en heeft enorm last van de swell. Iemand vraagt ons of we weergegevens kunnen opzoeken voor hun positie en doorgeven graag, wat hen lukt dit zelf niet meer. Wat zijn we dan blij dat wij deze tocht geen enkel probleem ondervinden, behalve wat drijvend wier in de propeller. Nu varen we in het holst van de nacht bij 20-22 knopen wind, geen buien in de buurt. Met stroom mee gaan we als een speer. Dagafstand: 166 nM.

Reis naar Suriname: dag 4 – 7

Dag 4, 30 dec: Vannacht zien we het Zuiderkruis aan de hemel staan, iets wat ons emotioneert. Dit sterrenbeeld hebben we tijdens onze vorige reis bijna elke nacht gedurende twee jaar aan de hemel zien staan, mooie herinneringen! Prima nacht gehad. Nog steeds veel wier, lastig voor de energie opwekking omdat het wier de propeller van de sleepgenerator hindert. We worden steeds handiger in het verwijderen ervan. Lekker zeilen vandaag, niet veel bijzonders. Heel de dag tussen de 18-20 knopen wind, we gaan goed vooruit.
Dagafstand:160 nM

Dag 5, 31 dec: Vandaag de eerste groep dolfijnen rond de boot, sinds vertrek uit Mindelo, ze blijven drie kwartier bij ons. We kijken uitgebreid terug op het afgelopen jaar en voelen ons bevoorrecht dat we, midden in de Corona-epidemie toch zo’n mooie reis hebben kunnen maken en eigenlijk nauwelijks beperkingen hebben ondervonden. Ik bak een oliebollenbrood wat voortreffelijk smaakt en echt aan oliebollen doet denken, en het combineert prachtig met het glaasje bubbels wat we om 18 uur als sundowner drinken, op een mooi 2022 alvast! We hadden een ontspannen zeildag met gemiddeld zo’n 18 knopen wind, en hebben veel mijl afgelegd. 
Dagafstand: 166 nM

Dag 6, 1 januari 2022: Happy New Year iedereen! Om 0.00 uur NL tijd drinken we nog een glaasje bubbels om te proosten op een mooi nieuw jaar. Verder een rustige nacht. Wat een verschil tussen oceaanzeilen met 15 of 20 knopen: minder golven, minder geraas, minder heftige bewegingen van het schip, dus beter slapen. Weer een prachtige sterrenhemel met wat vallende sterren om de wensen voor 2022 wat kracht bij te zetten. Heel wat mensen die in gedachten de revue passeren, die wat extra steun en liefde verdienen voor komend jaar. Daar willen we ons na thuiskomst graag voor inzetten.  
Vandaag vangen we twee mahi mahi’s, de koelkast is vol tot aankomst. We zien de eerste twee schepen sinds vertrek, eerst een visser, dan een tanker die voorbij vaart.
Dagafstand: 159 nM

Dag 7, 2 januari: Vannacht exact om 0.00 uurzijn we halverwege onze tocht. De eerste helft is opvallend makkelijk gegaan. Vandaag weer een luie dag oceaanzeilen, niet een zeilwissel, niets hoeven veranderen. Alleen wat wier uit de propellor van de sleepgenerator halen. Tijd genoeg om iets lekkers te bakken, Marokkaans te koken en de vis van gisteren tot mooie porties te verwerken. Anderhalf uur lang speelt een grote groep dikke dolfijnen rond de boot, leuk om een tijdje op het voordek te zitten om te proberen dat ene mooie plaatje te schieten, een challenge voor de buikspieren op een rollend schip. We verwachten pittige wind in het laatste stuk, we kijken alvast naar een alternatief plan. 
Dagafstand: 158 nM

Reis naar Suriname, dag 0 – 3

Dag 0, zondag 26 december: na twee gezellige dagen met kerstactiviteiten, wordt het tijd om te gaan. Om 8 uur zijn we al op de kant om ons laatste afval weg te brengen en de laatste Kaapverdische escudos op te maken. Alleen onze favoriete bakker is open, verder zijn de straten verlaten. Alles is dicht, er heerst diepe zondagsrust. We vinden 1 vrouw die bananen verkoopt en wat visverkopers. De sfeer in het stadje is totaal anders nu. We maken een flinke wandeling, nog even de benen strekken. Nog even gedag zeggen in de baai en dan schoon schip maken: bijboot opbergen, schoten aanslaan, laatste verhaal met foto’s nog op de site zetten. Laatste dingen downloaden en om half twee zijn we zover en gaan anker op. Leuk om te worden uitgezwaaid door verschillende crews, tot weerziens aan de overkant ergens! 
Met 18 knopen wind hebben we een soepel vertrek, tussen de eilanden door wakkert de wind aan tot zo’n 23 knopen en er staan best wat golven. De rest van de dag en de nacht is de zee onrustig, het is een grote klotsbak met golven uit allerlei richtingen. Nog lang hebben we bereik, leuk om het thuisfront nog wat berichten te kunnen sturen. Dag prachtige Kaap Verden, onzeker of we hier ooit nog terug zullen komen.

Dag 1: Een prachtige  sterrenhemel is het kado van de eerste nacht. We sturen op de automaat, de windstuurinstallatie heeft moeite met de verwarde zee. Om half 1 komt de afnemende maan op, die alweer in zn laatste kwartier zit: we gaan een donkere oversteek tegemoet. Nu nog een paar dagen genieten van de nachtelijke sikkel. Vandaag weer een wolkenloze hemel. De wind is afgenomen naar zo’n 15-18 knopen uit het NO en de oceaan is duidelijk rustiger. De golven komen van achteren, net als de wind, en in onze gebruikelijke downwind-setup zeilen we ontspannen met de hydrovane in bedrijf. Het begint een beetje in te dalen: we zijn gewoon op weg naar Suriname! We realiseren ons beiden dat we er zo relaxed bij zijn: we waren eigenlijk helemaal niet met vertrek bezig, hebben gewoon gezellig kerst gevierd met allerlei mensen aan boord. Alsof het ons wat koud liet, helemaal geen vertrekstress gehad. Ach, het zal onze ervaring wel zijn, besluiten we. ‘s Avonds zegt Pieter: nog helemaal geen zeeleven gezien, het wordt tijd voor walvissen ofzo. Een uur later, bij sunset, krijgt hij z’n zin: een grote groep grienden zwemt een tijd met de boot mee, prachtig. Dagafstand: 152 nM.

Dag 2: Er drijft steeds meer zeewier op het water. Nou is de Watt&Sea er weer mee gestopt omdat er een sliert in zn propeller zit. We halen hem maar boven in het nachtelijke duister, morgen kijken we verder. Ook de hydrovane heeft het moeilijk, Pieter krijgt de boot niet goed op koers. Dan maar de elektrische stuurautomaat. De volgende ochtend zien we een enorme kluwen zeewier rond het blad van de hydrovane. Als we dat eraf hebben geduwd, hebben we zomaar een halve knoop meer snelheid. Vandaag elk half uur maar controleren en de W&S gaat maar niet in t water met al dat drijvende wier. We hebben een zalige zeildag, zonovergoten, hartstikke warm, ik zit in bikini buiten onder de bimini. De zee is kalm, 15 knopen wind en toch zo’n 6 knopen voortgang. Kijk, hier doen we het voor! Dagafstand 133 nM.

Dag 3: In de loop van de nacht is de wind verder afgenomen tot zo’n 11-14 knopen, waardoor de zeilen soms klapperen door gebrek aan druk. De snelheid is gezakt tot onder de 5 knopen, maar who cares, we hebben geen haast. Weer een geniet-dag op zee met zon, warme wind en watertemperatuur van 27 graden. Weer veel wier, we zijn continu bezig W&S en hydrovaneblad van wier te ontdoen, tot we ze eind van de middag beide uit het water halen. Dan maar elektrisch sturen. We hebben nog geen enkel schip gezien sinds vertrek, realiseren we ons. Mijn moeder is jarig, leuk om via de satelliettelefoon even te kunnen feliciteren! Dagafstand 131 nM.

Boa Vista en Sao Vicente

We zijn nu bijna drie weken in Kaapverdië. Nadat we op Sal waren aangekomen gingen we al de volgende dag naar Boa Vista. Daar wilden we wel een paar weken blijven. De ankerplek is prachtig, een grote, ondiepe baai met aan de ene kant een eilandje (Ilha de Sal Rei) en aan de andere kant eindeloze witte zandstranden. Er zijn een paar barretjes op het strand en er wordt volop gewindsurft en gekitesurft. Ook zie je steeds vaker “wingfoilers”: een kleine plank met daaronder een “foil”, een kleine draagvleugel. De surfer heeft een vleugelvormig zeiltje in zijn twee handen, er is geen mast. Al bij lage snelheid tilt de foil de plank uit het water en dan gaat de snelheid snel omhoog. Het geheel maakt indruk door de eenvoud. Ik zou het wel eens willen proberen, maar het is er nog niet van gekomen.
Op Boa Vista zou je ook mooi kunnen duiken en daar hebben we ons op verheugd. We proberen contact te leggen met twee duikscholen, maar die blijken gesloten. De een zegt vanwege Covid, de andere laat weten dat duiken op Boa Vista vanaf december eigenlijk niet goed meer mogelijk is, omdat door de sterke wind en golven het zicht sterk terugloopt. Dat is wel een tegenvaller. En dat van die wind en golven, ja, dat merken we ook op de ankerplek. De verwachte afname van de wind blijft uit. De afstand tot de kant is groot, en door de wind staan er dan ook al flinke golven bij de boot. De dinghy springt, hangend achter de boot, flink op en neer en naar de kant varen is een natte bedoening. Toch gaan we regelmatig naar de wal om in het dorpje koffie te drinken, boodschappen te doen en gewoon rond te slenteren. Sal Rei is een heel ontspannen Afrikaans dorp, iedereen is uiterst vriendelijk.

We ontmoeten Vicky, de Britse eigenaresse van een klein kantoor waarin ze samen met haar dochter plaatselijke excursies organiseert en we besluiten de volgende dag met haar op pad te gaan. Er zijn 2 andere gasten en met zijn vieren nemen we plaats achterop de 4-wheel-drive-pickup. Het wordt een tour over het noordelijke deel van het eiland. We bezoeken een pottenbakkerij, een familiebedrijf, waar al het aardewerk voor de 3 grote luxe hotels op het eiland wordt gemaakt. Van schalen en bloembakken tot lampenkapjes en allerlei decoraties. Alles met de hand, alles met traditionele werktuigen. We rijden door een uitgebreid woestijngebied. Boa Vista wordt ook wel “een stukje Sahara in de oceaan” genoemd. De zandduinen zijn indrukwekkend. De oorsprong van het eiland is “gewoon” vulkanisch, het zand dat je overal ziet, inclusief de stranden, is in de loop van de eeuwen door de wind vanuit de Sahara meegevoerd. Dat gebeurt overigens nog steeds; er hangt voortdurend Saharastof in de lucht. Het komt overal. De boot wordt er vies van, onze nationale driekleur is inmiddels rood-lichtbruin-blauw.
Na een wat geforceerd aanvoelende afdaling van een van de hoge zandduinen op een “snow”board, rijden we door enkele kleine dorpjes en bezoeken we het wrak van een groot vrachtschip op de noordkust van het eiland. Toen dit schip in de zestiger jaren strandde en toen bleek dat het niet los kon komen, haalden de inwoners van Boa Vista het binnen 24 uur volkomen kaal. Van de lading konden ze meer dan een jaar eten en veel onderdelen, bijvoorbeeld deuren, vonden hun weg naar de hutten van de bevolking.
Tijdens de tour vertelt Vicky uitgebreid over de ontberingen van de bevolking tijdens de covid-lockdown. Doordat er geen toeristen meer kwamen was er voor zeer velen geen werk meer en dus geen inkomen en dus geen eten. Vicky en een aantal andere buitenlandse ondernemers hebben charity-projecten opgezet, waardoor ze vele duizenden voedselpaketten konden rondbrengen.

Inmiddels begonnen ook wij ons wel ongerust te maken over de nieuwe omikron variant van covid. Door ons werk in de gezondheidszorg waren we er erg vroeg bij met de vaccinaties (januari), dus wij verlangden wel naar een booster. Onze hoop was in eerste instantie gevestigd op Suriname, maar waarom zouden we het niet hier proberen? Vanaf het ziekenhuis werden we verwezen naar de vaccinatielocatie, een soort sporthal aan de rand van Sal Rei. Midden op de vloer staan twee tafeltjes, een voor de administratie en een voor het prikken. Darilin staat me te woord en ze zegt gelukkig niet meteen “nee”. Ze moet het wel eerst met haar baas overleggen. Ze prikken daar wel met Pfizer, maar dat is gereserveerd voor jongeren. Misschien Moderna. De volgende dag krijgen we bericht, het kan! We moeten wel eerst wachten tot er minstens 10 kandidaten voor Moderna zijn, anders wordt er geen ampul opengemaakt. Twee dagen later is het zover, we krijgen allebei onze booster, gezet door Darilin.
Inmiddels is het op de ankerplaats steeds onaangenamer geworden. De wind is weliswaar wat afgenomen, maar er komt steeds meer deining binnenlopen. We worden er bijna zeeziek van. Het is er erg ondiep en niet ver van de boot breken de golven. Dit trekt golfsurfers aan, maar voor ons voelt het niet goed. We besluiten te vertrekken voordat het gevaarlijk wordt. Als we anker op gaan merken we dat ons ankerboeitje verdwenen is. Het is een mooi ding, voorzien van een interne veer, waardoor de lengte van de lijn zich automatisch aanpast aan de diepte. Door de aanhoudende swell en het voortdurend in-en uitrollen van de lijn is die doorgeschavield en is de ankerboei er vandoor. Gelukkig zien we hem nog drijven en kunnen we hem bergen. We hebben hem toegevoegd aan de klussenlijst.

Het is 130 mijl varen naar Sao Vicente en precies 24 uur later komen we aan bij de hoofdstad Mindelo. Dat is bekend terrein, 8 jaar geleden waren we hier ook. Maar wat is die stad veranderd! Twee keer zo groot, geen zandstraten meer, maar geplaveid of geasfalteerd. Naast zeer eenvoudige winkeltjes en veel op straat zittende verkopers zijn er nu ook luxe winkels voor kleding en lederwaren. Er rijden luxe auto’s en ze glimmen bijna allemaal. Het is veel welvarender geworden. We zijn er inmiddels een week, en al zijn we niet verder gekomen dan het stadje, het verveelt helemaal niet. Bij binnenkomst was de ankerplaats vrij leeg, en we kenden er maar één boot. Inmiddels zijn er veel boten bijgekomen, waarvan we er meerdere kennen. Je begrijpt het, bezoekjes over en weer. Aanvankelijk waren we van plan maar kort te blijven, maar toen we hoorden dat de “Puff” en de “Dance Me” onderweg waren, besloten we om een paar dagen langer te blijven en samen kerst te vieren. Zo brengen we nu kerstavond en vandaag, eerste kerstdag, door met 6 andere bemanningen (Duits, Vlaams en Nederlands), verdeeld over 2 diners en een brunch. Gisteren deden we hiervoor inkopen in een overvol Mindelo, rijen voor de winkels, maar alles is wel gewoon open. En meteen de bevoorrading voor de volgende passage. Want morgen, de 26e, gaan we anker op en zetten we koers naar Suriname.


Tocht naar de Kaap Verden

Dag 1, 2 dec: om half negen varen we de marina van El Hierro uit. Er staat al een stevige bries en we zien flinke golven net buiten de pieren. Met goed gereefde zeilen komen we de oceaan op en komen meteen in de acceleratiezone rond het eiland terecht, met windstoten tot 33 knopen en hoge steile golven. Geen tijd om rustig te wennen, nee, meteen de wasmachine in. Oef, dat hadden we even onderschat. Wat een heftigheid om ons heen, wat voel je je dan toch nietig. Ik ben soms gewoon bang, zeker als de boot enorm oploeft door een hoge golf. Het geluid van fluitende wind en brekende golven om ons heen is indrukwekkend en niet echt prikkelarm. Niet mijn ding, zeg maar. Maar Pieter blijft de rust zelve, mijn rots in de branding. De boot doet het fantastisch en al snel bomen we uit en zeilen verder met onze favoriete set-up. Met mijn blik op de horizon gericht, gaat het wel. En wat leuk als ineens precies in die blikrichting, op nog geen 50 meter van de boot, een hoge spuit te zien is van een grote walvis die even een blik komt werpen, dat maakt weer veel goed.

Dag 2: Pittige nacht achter de rug met wind tussen 25-30 knopen en hoge golven. Slecht geslapen. Bijna nieuwe maan, dus extra donker in de nacht. Wel een geweldig mooie sterrenhemel en zelfs een paar vallende sterren. De wens om minder wind wordt echter nog niet gehoord. Overdag blijft het stevig waaien, maar aan het eind van de middag is het beter te doen. Gelukkig heb ik voor 3 dagen vooruit gekookt, dus eten is kwestie van opwarmen.

Dag 3: De zee is duidelijk wat rustiger geworden, de golven komen niet meer van alle kanten. Ook neemt de wind iets af. Ik schrijf in het logboek: het begint weer leuk te worden. We zien een paar grote springende vissen, blijkbaar opgejaagd door groot wild uit de diepte en zien een zeeschildpad voorbij drijven. We zijn halverwege! Vandaag het zonnetje erbij, dat maakt alles een stuk vriendelijker. Via Xander worden we op de hoogte gehouden van de kwalificatie, dankzij berichtjes via de satelliettelefoon: balen dat Max crasht in de laatste ronde!

Dag 4: Prima nacht gehad, lekker gezeild, we gaan als een speer. De boot doet het hartstikke goed, we hebben er veel vertrouwen in gekregen. Eigenlijk hadden we ons schip nog nooit goed kunnen testen omdat we de afgelopen drie jaren eigenlijk nooit heftig weer hebben gehad. ’s Nachts zien we een voor ons nieuw fenomeen: overal om ons heen, in de toppen van omkrullende golven en vooral in ons kielzog, felle lichtflitsen en grote lichtgevende bollen van zo’n 20-30 cm diameter; alsof er paparazzi met flitsende camera’s achter ons aanzitten. Prachtig! Overdag een lekker warme douche en daarna een dolfijnenshow, ze blijven wel 5 kwartier rond de boeg spelen en maken de mooiste sprongen. Met daggemiddelden van zo’n 150-155 mijl, gaan we morgennacht al aankomen!

Dag 5: Weer pittige wind vannacht, tot 30 knopen en meteen weer een opbouwende zee. Overdag wordt het rustiger en de vislijn gaat uit. Zo leuk als we een paar uur later een mooie mahimahi weten te landen, daar gaan we zeker 4 dagen van eten. De Watt&Sea sleepgenerator maakt stroom, de zonnepanelen staan uitgeklapt en ondertussen maakt de watermaker drinkwater voor ons, zodat we met gevulde tanks gaan aankomen. Weer zien we 2 walvissen niet ver van de boot vandaan. De laatste nacht gaat in. Rond 1 uur zien we de eerste lichtjes in de verte en om half vier laten we ons anker vallen in de volle baai, best nog een uitdaging in de pikdonkere nacht. Natuurlijk drinken we onze befaamde aankomstbubbels en na een douche om al het zout van ons af te spoelen, slapen we weer heerlijk in elkaars armen. We zijn na 4 dagen en 19 uur op dinsdag 7 dec om 3.30 uur veilig op Sal aangekomen na een pittige tocht, hoera!

Kaap Verdië, Palmeira de Sal: Ook hier in de baai waait het flink. We maken eerst schoon schip en blazen de bijboot op. Rond 14 uur komen we aan op de kant, waar we ons melden bij de policia maritima. De health-official zegt dat we een negatieve test moeten kunnen laten zien: als blijkt dat we die niet hebben, worden we in een auto geladen en naar de hoofdstad meegenomen, waar er vlotjes een antigeentest wordt afgenomen en we binnen korte tijd een mooi officieel document hebben dat we beiden covid-negatief zijn, voor een tientje per persoon. Goed geregeld!

De rest van de formaliteiten wordt snel afgehandeld en dan zijn we ingeklaard, wat we vieren met een lokaal Strela biertje. We moeten wel even wennen, hoor. De mensen zijn wat opdringerig, het is er allemaal vies en stoffig, ze willen allemaal wat van ons. Vooral Pieter voelt zich hier erg ongemakkelijk bij. We overleggen de dag erna al verder te gaan: hier is toch niet veel te beleven, het was een noodzakelijke stop voor het inklaren wat niet op elk eiland kan. Morgen varen we naar Boa Vista, besluiten we.

Woensdag 8 december varen we door naar het volgende eiland, heerlijk zeilen met straffe wind, maar dat zijn we nu wel gewend. We gooien ons anker uit achter Ilha de Sal Rei bij het eiland Boa Vista, en liggen op azuurblauw water van 4 meter diep, met om ons heen de mooiste witte zandstranden. Ook hier moeten we ons netjes melden, maar als we aankomen bij het kantoor van de politie, is de maritieme officier al lekker naar huis, mañana terugkomen. We slenteren door het kleurrijke stadje, waar de mensen een zeer ontspannen en veel minder opdringerige indruk maken. We kopen wat fruit in de markthal en een kippenspies op straat bij de lieve mevrouw die achter een grote barbecue staat. We vinden het hier nu al zoveel leuker dan op Sal en zijn van plan hier een paar weken te gaan blijven. Gezellig dat de Noorderzon er ook blijkt te liggen, ’s avonds dus een uitgebreide borrel om bij te praten bij ons aan boord.

Lastig dat het zo hard waait, waardoor het erg choppy is op de ankerplek en het landen met de bijboot steeds weer een kleine uitdaging is. Maar de wind gaat de komende dagen afnemen, en dan wordt het hier heerlijk! We wandelen alvast wat rond op de witte stranden en eten een visje in een sfeervol tentje aan het water. Het leven is hier op z’n Afrikaans goed.

Aangekomen op Boa Vista, Kaap Verdie

Donderdag 2 december voeren we weg van het meest westelijke eiland van de Canarische eilanden, EL Hierro, om bijna 5 dagen later aan te komen op Sal, Kaap Verdie. We hadden een pittige tocht met vooral in het begin veel wind en hoge golven. Wel veel zeeleven gezien, dolfijnen, meerdere walvissen, een zeeschildpad en als kroon op de tocht konden we de laatste dag een mooie mahimahi landen waar we zeker 4 dagen van kunnen eten.
Dinsdag inklaren op Sal en woensdag meteen doorgevaren naar het veel leukere en kleurrijke eiland Boa Vista waar we op azuurblauw water voor anker liggen op zo’n 4 meter diepte. We zijn van plan hier een tijdje te blijven. Nog niet alles gaat soepel, zoals internet regelen en de telefoons weer kunnen gebruiken, dus daarom hoort het thuisfront even wat minder van ons. Maar alles is goed met ons!

Snel komt hier een uitgebreider verslag met foto’s erbij, tot dan!!!

Laatste stop in Europa

We liggen nu een week in de haven van El Hierro, Puerto de Estaca. Zoals we eerder schreven ligt de haven prachtig, onder aan een hoge rotswand. De jachthaven is keurig, is nog maar een paar jaar oud, maar hij is niet af en waarschijnlijk blijft dat ook zo. Er zijn mooie beveiligde hekken voor de pontoons, maar de hekken staan al 2 jaar open, omdat de toegangspasjes niet goed genoeg werken. Van de toiletgebouwen is er maar één in gebruik en het hok met de wasmachines blijft op slot. Maar er is walstroom en water op de pontoons, dus daarmee komen we een heel eind. Het is ook de haven waar de ferry vanaf Tenerife aankomt en vertrekt. Behalve de vertrekhal van de ferry met een klein cafetaria en het kantoor van de enige havenpolitie-diender is hier verder niets. Het dichtstbijzijnde stadje, teven het hoofdstadje, Villa de Valverde, ligt bovenaan de eerdergenoemde rotswand, en dat is 500 meter hoger. Niet handig voor de boodschappen. Ongeveer tweemaal per dag gaat er een bus. Tja, we missen La Gomera, waar het haventje direct aan de hoofdstad lag, met de bakker, de supermarkt en de gezellige cafeetjes op loopafstand.

Natuurlijk hebben we eten genoeg aan boord, waaronder de zelfgevangen tonijn, dus we komen niets te kort. De eerste dagen zorgen we voor de boot, we zwemmen vanaf het zwarte strandje net buiten de haven, we maken een fietstocht langs de kust en we genieten van het mooie weer. We bakken ons eerste brood met de bakmachine, een succes! De overbrenging (homokineet) tussen schroefas en keerkoppeling sproeit vet. Het lukt me dit (voorlopig?) te repareren, helaas ten koste van een aantal nare vetvlekken op mijn kleren. Ja, die had ik natuurlijk eerst uit moeten doen! We regelen een huurauto, waarmee we in drie dagen het hele eiland verkennen. Het woord wat het meest in me opkomt is sprookjesachtig.

Net als in La Gomera wordt het hoogste deel van het eiland voor een groot deel ingenomen door nevelwoud met bovenin laurierbomen en lager pijnbomen. Maar het is hier nóg groener, de lagen mos op de bomen zijn nog dikker en feller gekleurd, waardoor het lijkt alsof de bomen dikke truien aan hebben van bijna fluorescerend groen. Elk moment kan er een kabouter tevoorschijn komen. In de pijnbossen staan de bomen relatief ver uit elkaar en groeit er verder niets op de bodem, die bedekt is met een dikke laag dennennaalden. Je ziet de feeën haast dansen. Het palet aan kleuren van het vulkanisch gesteente is indrukwekkend, de trollen kunnen nooit ver weg zijn.

In het noordwesten is een bos dat bestaat uit jeneverbesbomen, waarvan de kruinen, door de voortdurende geseling van de passaatwind, volledig opzij staan.
Ook dit eiland is door vulkanisme ontstaan. We bezoeken het bezoekerscentrum, waar o.a. een video wordt vertoond van de onderzeese uitbarstingen in 2011/2012, slechts enkele kilometers uit de kust.

De laatste autodag trakteren we onszelf op een lunch in een prachtige Mirador met uitzicht op El Golfo, waar een deel van het eiland ongeveer 600.000 jaar geleden in zee verdween, waarna er een uitgestrekte zeer vruchtbare laagvlakte overbleef. Er wordt hier van alles verbouwd, vooral de ananas wordt geëxporteerd.
Ondertussen houden we het weer nauwlettend in de gaten. We willen graag een nieuwe stap zetten, Europa achter ons laten, door naar de KaapVerden te varen. Maar er staat steeds teveel wind naar onze zin. Gisteren, maandag, hakten we de knoop in principe door, om vandaag te vertrekken. Dus we deden met de auto de laatste inkopen en maakten de boot klaar en Monique kookte al vast een paar maaltijden om later op te warmen. Maar vanochtend zag het er toch weer een stuk minder goed uit en nu lijkt het beter nog een dag of twee of drie te wachten. We hebben geen haast en we krijgen liever geen 35 knopen wind om onze oren, al komt die van achteren.
Even schakelen dus, de boot en wij weer terug in de relax-stand. Hee, hebben we ineens 2 dagen “over”! We pakken de klussenlijst er maar weer bij.