Toch te oud om (iets nieuws) te leren?

Vanaf het paradijselijke Saline island varen we in een uurtje terug naar Tyrell Bay op Carriacou. We willen de volgende ochtend vertrekken naar Union Island. Dat is onderdeel van St. Vincent and The Grenadines, een ander land, dus we moeten eerst uitklaren op Carriacou. Vorig jaar klaarden we daar in (toen we van Suriname afkwamen), dat ging toen heel vlot. Nou, nu gaat dat anders. Er blijken al 4 wachtende booteigenaren buiten het kantoortje te zitten, de laatste zit er al 2 uur. Er mag steeds maar één kapitein tegelijk naar binnen en dan moet je langs 2 loketten: douane en immigration (paspoortcontrole) en ondanks dat iedereen het hele papierwerk al digitaal heeft opgestuurd, weet vooral de immigratieambtenaar het proces eindeloos te rekken. We splitsen op, Monique mag toch niet mee naar binnen, zij gaat nog wat kraampjes langs om wat groenten en fruit te scoren en ongeveer 3 uur later kunnen we eindelijk anker op, richting Union Island. We komen pas laat in de middag aan. We wimpelen wat plaatselijke boatboys af, die ons een meerboei willen opdringen en we laten ons anker vallen bij het plaatsje Clifton, achter het beschermende rif. Het is te laat om nog in te klaren, dat doen we de volgende ochtend. Binnen een kwartier is het gepiept.

De meeste Caribische ankerplaatsen liggen in baaien aan de westkant van de eilanden, in de luwte en beschutting van de heersende oostelijke passaatwind en de daardoor opgestuwde golven. Zo niet Clifton, dat ligt juist aan de oostzijde. De ankerplaats wordt beschermd door een bijna aaneengesloten rif. Dat maakt het spectaculair, je ziet de Atlantische oceaan voor je, de golven breken op het rif maar je ligt in vrijwel vlak water. De wind heeft wel vrij spel. Veel wind en geen golven, dat maakt het ideaal voor windsurfen, kitesurfen en wingfoilen. Normaal wemelt het hier van de kitesurfers, alleen nu even niet want er staat al dagen te weinig wind. Wij hebben het plan opgevat om hier misschien les te nemen, Monique zou wel willen leren windsurfen en ik heb mijn zinnen gezet op wingfoilen. Daarbij sta je op een soort surfplankje en je hebt een vleugelvormig zeil in je handen. Er zit een draagvleugeltje (foil) onder het board, dus bij voldoende snelheid komt het boord los van het water en zweef je als het ware. We maken kennis met Bianca, instructrice op de plaatselijke kitesurfschool, wat de grootste van de regio blijkt te zijn. Windsurfles, daar doen ze niet aan en na haar enthousiaste uitleg kiezen we samen voor kitesurfen, altijd leuk om samen iets nieuws op te pakken. Maar de benodigde wind wordt pas over een kleine week verwacht.

De sfeer op Union Island, met het kleine plaatsje Clifton en het nog kleinere Ashton is heel ontspannen. De lokale bevolking is erg laid back, zeer vriendelijk. We kennen het ook nog van onze vorige reis, we waren er in 2014 en er is gelukkig weinig veranderd. Er is een pleintje met een aantal kleine groentestalletjes, er zijn een paar winkeltjes voor levensmiddelen of t-shirts en souveniers, er zijn veel barretjes waarvan de meeste permanent gesloten lijken. Er is ook een klein vliegveld, direct aan de baai, waar alleen

kleine propellorvliegtuigjes landen. Het toerisme zit sinds Covid in het slop, er zijn nauwelijks buitenlanders op straat en de restaurantjes blijven leeg. Op een avond willen we buiten de deur eten. We kiezen voor de “tipsy turtle”, het ligt aan het pleintje en kijkt op 1 hoog mooi uit op de ankerplaats. De kaart is veelbelovend, maar als we eenmaal zitten blijkt er slechts keus uit 2 (lunch)gerechten: pasta met kip of pasta met garnalen. De pasta met kip is overigens heerlijk.
Omdat het ook de komende dagen niet gaat waaien maken we een uitstapje van 
5 dagen naar de Tobago Cays, het is maar een uur varen. Het is een natuurgebied, ongeveer 3 x 3 kilometer, met daarin 5 onbewoonde eilandjes, het geheel omgeven door een enorm rif, daarbinnen is het water vlak en ondiep. Het is luilekkerland voor zeeschildpadden en die zie je dus volop, vanaf de boot of snorkelend. Ook zien we roggen (stingrays en eaglerays) en we varen naar de bijboot naar een passage door het rif, waar we prachtige koralen en duizenden kleurrijke vissen en visjes zien. Doordat het nauwelijks waait liggen we extra rustig. Één avond laten we ons verwennen. We worden opgehaald door een watertaxi, aan het strand van een van de eilandjes is een restaurantje geïmproviseerd en we eten er heerlijke gegrilde kreeft.

Voor onze lieve vriendin Mignon, die 50 wordt, maken we aan het strand een leuk filmpje voor haar verjaardag.
Een paar dagen later liggen we weer bij Clifton en begint onze kitesurfles. Er staat nu een stevige bries. Na wat algemene uitleg gaan we met Bianca en Millar (de rubberbootcaptain) op pad. We worden afgezet in heupdiep water en daar leren we eerst om de kite (vlieger) recht boven ons te houden, daarna sturen we er kleine achtjes mee en aan het eind van de ochtend laten we ons door de vlieger min of meer gecontroleerd door het water slepen. Allemaal nog zonder board. Soms dondert de kite met veel lawaai in het water en mij lukt het ook om hem dan weer te lanceren. Als zeiler met gevoel voor wind is deze fase voor mij goed te doen. De volgende dag varen we eerst naar een ander gebied, waar het water wat dieper is. Liggend op je rug in het water, de kite in de lucht boven je, schuift Bianca het board (vergelijk het met een snowboard) naar je toe. Terwijl je met een hand de vlieger stabiel boven je probeert te houden, moet je vervolgens proberen met je andere hand het board te pakken, het te kantelen en je voeten in de twee beugels te wurmen. En dan komt de grote uitdaging. Je ligt dus op je rug, je benen sterk gebogen, gehurkt als het ware, het board op zijn kant. Vervolgens moet je de vlieger naar een kant laten duiken, waardoor die aan je harnas gaat trekken, je laat je lichaam tot boven het board kantelen en dan gáán met die banaan. Nu is Monique ineens in het voordeel; door haar paddleboard ervaring heeft ze veel meer “boardgevoel” en zij komt veel makkelijker boven het board dan ik. Dit proces, het leren “starten” neemt meerdere ochtenden in beslag. Zelf vinden we dat het langzaam gaat, maar Bianca is reuze enthousiast, we zijn “very fast pupils” en ik ben trouwens haar oudste ooit. Op dag 4 (het zijn lessen van 3 uur) maakt Monique al een paar mooie starts en weet ze ook al zo’n tweehonderd meter te “riden”. Mij lukt het steeds vaker om op de plank te komen en ik maak ook al twee keer een korte ride. Maar veel starts mislukken nog. Bij de laatste van de ochtend ben ik eigenlijk al te moe. Ik word gelanceerd en val ongelukkig, waarbij ik een heftige pijn in mijn linker flank voel, onder de gordel die om je middel zit en waaraan de kite bevestigd is. Ik heb een rib gekneusd of gebroken. Sommige houdingen en bewegingen zijn zo pijnlijk dat we besluiten een dag pauze in te lassen. Staan, zitten en liggen gaat gelukkig wel goed.
Op woensdag is onze 5e en laatste les. Ik wil het graag proberen, ondanks dat ik nog flink pijn heb. Vol goede moed varen we naar de surfplek, maar zodra ik de gordel aansnoer weet ik dat het niet zal gaan. Privéles voor Monique dus. En hoe! Vrijwel iedere start is raak. En na de start krijgt ze de kite goed onder controle. De runs worden niet meer beëindigd door een val, maar door gecontroleerde stops omdat ze de wal nadert. Een feest om te zien, ik ben supertrots. Helaas hebben we er geen beelden van, want op dag vier lieten we de camera bewust thuis en op dag 5 bleek de accu leeg. Het was een erg leuke ervaring en zeker voor herhaling vatbaar.

Na het kite-avontuur zijn we doorgevaren naar Mayreau. In 2014 waren we daar ook, we vierden oud en nieuw op het strand en bij datzelfde strand liggen we nu weer. We lopen het hele eiland(je) over en lunchen bij een strandtend aan de oostzijde, met uitzicht op de Tobago Cays. In Nederland is er ijspret; hier is het dertig graden in de schaduw, in zee ook nog 29 graden.

Voor kerst doen we onszelf een upgrade cadeau, we gaan een paar dagen naar een Jachthaven. Die zijn hier dun gezaaid, maar op Canouan is er een, de Sandy Lane Marina. Een lange smalle strook water, een kade aan één kant, alle ligplaatsen aan de kade. Oh ja, een aparte hoek met lange kades voor superjachten. Superchique uitstraling, personeel in uniform, hoge prijzen, vreemde regels zoals een verbod op het te drogen hangen van kleding aan de zeereling. Je mag wel voor US15 een droger gebruiken. 2 restaurants en een “crews-bar”, de eerste twee met krankzinnige prijzen (voor de eigenaren en gasten van de dure jachten) de laatste met betaalbare biertjes en hapjes voor de crews van de superjachten. Maar we liggen er heerlijk, de boot rolt niet op de golven, we liggen beschut tegen de harde wind, alleen de landende en opstijgende privéjets zorgen af en toe voor geluidsoverlast.

Er is zoet water in overvloed, dus we spoelen de boot ruim af en we vullen de watertanks bij. Een van de restaurants heeft een zoetwaterzwembad, consumptie niet verplicht, we maken er meerdere keren gebruik van. Er is een deli/supermarkt, gerund door Fransozen, bedoeld voor de superjachten, waar onwaarschijnlijk veel te krijgen is zoals Franse kazen en wijn (vele honderden euro’s per fles), allerlei soorten vers vlees (zien we verder nergens in de Carieb), kaviaar, eetbare bloemetjes, een prachtige groenten collectie, zelfs spruiten. En dat alles belachelijk hoog geprijsd! Normaal gesproken niets voor ons, maar nu zien we ineens mogelijkheden voor ons kerstdiner en we kiezen mooi vlees voor op de barbecue en 4 Franse kaasjes. Er liggen nauwelijks boten in de marina, we vieren de kerst knus met z’n tweeën, kuip en kajuit verlicht met honderd lichtjes, jullie kennen Monique toch?

Na 3 nachten hebben we het wel weer gezien. We willen graag verder en denken eraan om oud en nieuw in Bequia te gaan vieren, een levendig eiland met een grote baai waar doorgaans veel jachten samenkomen. Een uur of 4 varen. Maar de omstandigheden blijken buiten veel pittiger dan verwacht. Zeer harde wind en nog hardere vlagen, onaangename golven. We besluiten weer naar het eiland te varen, niet terug naar de marina, maar naar een baai iets ten noorden daarvan. Daar liggen we 2 nachten. Er komen forse valwinden over het eiland heen rollen, stormkracht over het dek, terwijl het op 20 meter hoogte (de masttop met de windmeter) krap windkracht 3 is. Maar het water is vlak en het bevalt prima. Met de bijboot naar de kant (er is een dinghy-steiger bij een 5 sterren hotel), de bijboot mag blijven liggen als we wel even wat nuttigen (kop koffie $6 US). Monique heeft een mooie wandeling op het eiland in gedachten, maar na een half uur lopen stuiten we op een slagboom. Ruim driekwart van het eiland blijkt privébezit, het hele noorden inclusief kustlijnen, grofweg 4 x 4 km, met resorts, een 18 holes golfbaan en privé-residenties voor de rich and famous, een groot hek en slagbomen ervoor, je mag er alleen door als je een afspraak hebt. De jachthaven waar wij lagen, met wat villa’s erbij en de 3 genoemde restaurants is ook privé inclusief hek en slagboom. Alleen het middengedeelte van het eiland is vrij toegankelijk. Het contrast met de welvaart achter de hekken is schrijnend.
Na twee nachten op de ankerplek lijken de omstandigheden wat beter. Het begin van de tocht naar Bequia is toch spannend door de valwinden en onstuimige zee. Maar eenmaal vrij van het eiland varen we lekker, hoog aan de wind bij windkracht 5. We varen samen op met de Bries, een Nederlands jacht met een gezin met 2 volwassen kinderen. 
En Bequia is nog steeds leuk. Er liggen hier naar schatting 100 jachten. Aan de wal zijn er tientallen restaurantjes en winkeltjes. Tegen de heuvels liggen veel pastelkleurige huizen. Er liggen een paar Nederlandse boten, daar gaan we zo maar eens kennis mee maken.


Langzaam noordwaarts

Is het echt alweer twee en halve week geleden dat Pieter het vorige verhaal schreef? De tijd is voorbij gevlogen. Betekent vooral dat we het naar onze zin hebben gehad.

Op het moment dat ik dit zit te typen, liggen we voor anker bij het eiland Carriacou. We zien de golven kapot breken op het rif. Links en rechts van ons turquoise gekleurd water, met ertussen in een diep donkerblauwe strook, daar waar het diep is. Eilandjes om ons heen, klassiek beeld van witte strandjes met palmbomen, verder verlaten. Af en toe een schildpad naast de boot die nieuwsgierig z’n koppie naar ons wendt en vervolgens weer naar de diepte duikt. Zonnetje erbij, een enkel wolkje aan de lucht. En wijzelf? Nog aan het opdrogen van een rondje snorkelen met de schildpadden in de baai. Kortom: soort van paradijs!

Met weemoed denken we terug aan die heerlijke tijd op Tobago. Wat hadden we een mooie dag, samen met Karin en Erik, toen we met een huurauto het eiland rondreden, met als hoogtepunt het bezoek aan het hummingbird-paradijs; een plek waar honderden kleine kolibries in verschillende soorten op af kwamen, gelokt met suikerwater, aangeboden via nepbloemetjes. Ze zijn zo vlug als water en het bleek nog een hele kunst om er mooie foto’s van te maken. 

We hadden in het dorpje Speyside een aardige duikinstructeur ontmoet, Spencer, geboren en getogen op Tobago. We zijn met hem een dagje gaan duiken bij Little Tobago en Goat-island: twee prachtige duiken, waarbij we naast talloze dieren het grootste hersenkoraal ter wereld hebben gezien. Het koraal zag er gezond uit, kleurrijk en vol leven; een veel mooiere ervaring dan bij de eerste duiken. Hier komen we in de toekomst graag nog een keer terug in een beter duikseizoen.

Het is nog volop regenseizoen, iets waar we van tevoren helemaal niet goed over hadden nagedacht. Blijkbaar wordt pas vanaf december de drogere tijd aangekondigd. Dat betekent dus regelmatig een dikke tropische bui, maar ook vaak gestage regen uit een grijs wolkendek. Het teakdek heeft het er maar moeilijk mee, al die vochtigheid: de schimmelplekken worden weer zichtbaar. Wijzelf vinden het ook niet altijd een feest. Tuurlijk, soms voelt het lekker knus met de regen die op het dak tikt terwijl ik binnen een cake bak of een naaiklusje verricht. Maar soms worden we ook gek van het gevoel opgesloten te zitten in de warme vochtige buitentent en willen we de verkoelende wind voelen. Maar de luiken zitten potdicht en de atmosfeer binnen is klam en broeierig. Laat de drogere tijd maar snel komen. Tussen de buien door doen we leuke dingen. We wandelen heel wat af, of spelen tennis op het strandje van Pirates Bay. We kijken samen met andere crews naar het voetbal en zijn vaak eind van de middag in ons stamcafé te vinden voor een ijskoud biertje. We huren nog een dag een auto waarmee we heel het eiland rondrijden en de indrukwekkende Argyll watervallen mee bezoeken. Pas op de laatste dag ontdekken we de prachtige bibliotheek van het dorp, waar de airco aanstaat, prima stoelen en tafels staan en waar het fijn vertoeven is: die plek had ik graag eerder ontdekt, even weg van de schommelende boot naar een rustige plek met goede wifi. Volgende keer!

Op 1 van de regenachtige dagen denken we na over ons plan voor komende tijd. Eigenlijk willen we graag voordat de drukte van de ARC begint (een grote rally van boten die ongeveer tegelijk de Atlantische oceaan oversteekt en die begin december aan gaat komen) van de Tobago Cays genieten, dus besluiten we weer op pad te gaan. Iets anders waar we onze gedachten over laten gaan, is de plek waar we komend orkaanseizoen met de boot gaan liggen. Misschien toch maar niet naar Curaçao, zoals we eerst van plan waren, maar mogelijk toch weer terug naar Trinidad, waar we zo tevreden over waren. Als we dat zouden doen, dan kunnen we in april nog terugkomen naar lovely Tobago, niet alleen om te duiken, maar ook om de imposante leatherback schildpadden het strand op te zien kruipen om hun eieren te leggen. Hmmmm, iets om serieus over na te denken…

Op donderdag in alle vroegte zijn Marelief en Offspring vertrokken, de twee boten waar we het zo gezellig mee hebben gehad. We komen de regenachtige dag door, met een beetje een ontheemd gevoel. We klaren zelf ook uit, een heel gedoe in Charlotteville, vooral omdat de immigration-officer speciaal voor ons vanuit de hoofdstad Scarborough anderhalf uur moet rijden over een vreselijke bochtige en heuvelachtige weg, en dat alleen maar om een stempel in onze paspoorten te zetten. Lastig om je daar niet bezwaard bij te voelen.

Vrijdag varen we om 3 uur ‘s nachts op de motor weg van dit heerlijke eiland. Na twee uur kan de motor uit en we leggen de tocht naar Granada, Prickly Bay, zeilend af. Om 17 uur liggen we voor anker en het aankomstbiertje valt samen met de sunset, perfect getimed.

En dan begint er een nieuw hoofdstuk. Kleurrijk Grenada, waar we het vorig jaar al zo goed hadden. Gaat dat nu weer lukken, nu we niet omringd zijn door zoveel leuke boten als toen? Het blijkt geen enkel probleem te zijn! We hebben twee belangrijke redenen om hierheen te komen. De eerste is de aanschaf van een nieuwe buitenboordmotor. Die hebben we een half jaar geleden al besteld en kunnen we nu ophalen in de winkel.

De tweede reden is dat we hier onze oude buitenboordmotor makkelijk hopen te verkopen. En dat lukt meteen! Op Grenada is het dagelijkse marifoon-radionetje om half acht in de ochtend, te volgen vanuit de meeste baaien. Daarop melden alle nieuwkomers zich en je kunt horen wat er allemaal te doen is op het eiland. Ook kun je melden als je iets in de verkoop hebt. Pieter meldt zich meteen de eerste ochtend even en noemt de verkoop van ons motortje. Meteen na het netje meldt de Uruguayaan Gustavo zich, hij vindt het een prima deal. Als we twee dagen later naar Woburn Bay varen, waar hij ook ligt, vindt de overdracht plaats die uitmondt in een heel gezellige borrel bij ons aan boord waarbij er veel wordt gelachen bij het uitwisselen van zeilervaringen. We leren de Amerikaanse boot VIS kennen waarop twee leuke Nederlanders wonen, Joren en Simone. Ook gaan we langs bij Shady Lady uit Scheveningen, waar David en Chrissi ons meteen aan boord vragen voor een sundowner; zij reizen al 28 jaar de wereld over, wat een lieve mensen!

We kijken voetbal in verschillende barretjes, waar we steeds weer andere mensen ontmoeten. Sport verbroedert! Wel even spannend om NL-VS te kijken in the Brewery, tussen de vele Amerikanen die hier soort van permanent op hun catamarans wonen. Maar het ging goed, ondanks onze magistrale overwinning, we kregen zelfs oprechte felicitaties! We doen mee met de Hash, het wekelijkse wandelfestijn, steeds op een andere plek op dit prachtige eiland. We zwemmen, snorkelen en SUP-pen. We maken een wandeling naar Hog-island. We gaan naar een steelband luisteren. We brengen de was weg; laten gasfles en duikfles vullen; tanken benzine voor ons nieuwe buitenboord motortje. We kopen bij verschillende lokale tentjes langs de weg onze fruit en groenten. Ontbijt bestaat uit muesli, zelfgemaakte yoghurt en daarbovenop in wisselende combinaties verse ananas, papaya, banaan, passievrucht, mango, verse kokos, carambola. Vriend Thomas zou zeggen: poor sailors 🙂

Als uitsmijter besluiten we op zondag naar een concert te gaan: Christmas Carols bij Candlelights. Hier in de Carieb is alles sinds begin november al in kerstsfeer. Overal zijn kerstliedjes te horen en zijn kerstbomen en andere versiering opgetuigd. Dit kerstfestival op 4 december is dus heel gewoon.

En het blijkt een enorm succes te zijn. Bij Quarantine Point komen meer dan 2000 mensen bijeen op een groot grasveld, de meesten in het wit gekleed, in het kader van White Christmas, een leuke draai die ze aan dit begrip geven bij dertig graden. Er is van alles te eten en drinken, er is een enorm lichtspektakel. Voor jong en oud is er vertier maar het belangrijkste is de grote show op een podium waar meer dan 20 artiesten optreden, allemaal lokale grootheden, die in witte (glitter)kostuums het een na het andere kerst-rocknummer ten gehore brengen, onder begeleiding van een vette band en achtergrondkoortje. Daarna een groots vuurwerk boven op de heuvel. Tevreden fietsen we naar onze bijboot terug, blij dit lokale feest te hebben meegemaakt. Na zoveel nieuwe leuke ervaringen op Grenada, vinden we het tijd om verder te gaan, vooral door het weer ingegeven. Maandag 5 december zeilen we naar Carriacou, waar we heel de dag mee bezig zijn, zo’n 40 zeemijl noordelijker. We kunnen ruim tweederde van de reis zeilen, wat een meevaller is gezien de zwakke wind. Leuk om ons anker weer in Tyrrel bay te laten vallen, vlak bij het mangrovegebied. We liggen er prima beschut en slapen als rozen, weer 9 uur aan een stuk; thuis halen we met moeite de zeven uur nachtrust, aan boord zonder wekker halen we met gemak de negen uur. Is het het buitenleven wat zo vermoeid maakt? Of plegen we thuis structureel roofbouw op onszelf door slaap onvoldoende prioriteit te geven? Hmmm, ik vrees het laatste. Wat helpt is dat hier geen verslavende talkshows op TV zijn, waar we naar blijven kijken. Vaak gaat rond negen uur-half tien ons figuurlijk lichtje al uit, en staan we ’s ochtends met het eerste daglicht rond 6 uur alweer op, prima ritme.

Inmiddels liggen we weer op een andere plek, dat paradijselijk plekje waar ik aan het begin al over schreef. De nacht is net gevallen, we genoten zojuist van een prachtige sunset op deze bijzondere plek. De bijna volle maan verlicht de baai, waar we met zo’n 8 schepen in totaal liggen. Voor dit deel van de Carieb is dat betrekkelijk rustig. Dat was namelijk best even wennen, na relaxed Tobago waar we steeds vrijwel alleen in de baaien lagen, met maximaal 2 of 3 andere boten. Bij aankomst van Grenada moesten we even slikken, toen we al die volle baaien zagen gevuld met talloze rompen en masten. Ongelooflijk, dat verschil, terwijl het maar 1 lange dagtocht van elkaar verwijderd is. Heerlijk te weten dat dat soort rustige pareltjes nog bestaan, maar de drukke gezelligheid waar we ons vanaf nu weer in hebben gestort, heeft ook veel voordelen: we gaan er het beste uithalen!

Eindelijk naar Tobago

Het is heerlijk om weer in Crews Inn marina te liggen en de Mahi mahi klaar te maken voor de komende 6 maanden. Alle vallen worden weer ingeschoren en de zeilen worden gehesen. De bijboot weer op z’n plek aan dek, de matrassen en kussens weer op hun plaats en we ruimen de levensmiddelen die we inmiddels kochten weer in. Vanaf vrijdag (de dag van mijn verjaardag) worden we verwacht bij onze Trinidese vrienden in San Fernando, dus we besluiten mijn verjaardag de avond ervoor te vieren. We hebben de bemanning van Marelief, Offspring en Puff bij ons aan boord uitgenodigd voor een uitgebreide borrel en daarna hebben we met zijn achten gegeten in het restaurant van de haven. Het werd een heel gezellige avond. De volgende ochtend werd ik verrast met scrambled eggs en een tafel vol cadeautjes. Maar vóór acht uur waren we al op pad, op weg naar Raylan, Rosalie en hun dochter Raynelle. Als we aankomen moeten we nog een uurtje wachten, er wordt nog gewerkt, het huis is nog niet schoon genoeg. Het voelde bijzonder om in het privédomein van deze familie te komen. Ze namen ons vervolgens mee naar wat men hier het “achtste wereldwonder” noemt: het pekmeer (pitch lake) van La Brea, waar natuurlijk asfalt/pek aan de oppervlakte komt.

Het is het grootste van de wereld (er zijn er maar drie) en op veel plaatsen in de wereld is dit asfalt gebruik, o.a. op het plein voor Buckingham Palace, op vele vliegvelden, w.o. New York La Guardia, maar ook een deel van onze dijken, naar het schijnt. De gids leidt ons over het meer, het voelt heel raar om op die, soms zacht golvende, massa te lopen.

We voegen ons in het Trinidese gezinsleven, we gaan mee naar de boogschietwedstrijd van Raynelle (onderbroken door hevige regen), bezoeken een plaatselijke markt en Rosalie leidt ons rond in het grote ziekenhuis waar zij werkt. De tientallen beveiligers op alle afdelingen van het ziekenhuis vallen ons nog het meeste op. We maken nog wat stops bij familieleden en kennissen. We krijgen de indruk dat ze het ook wel fijn vinden om met ons gezien te worden. ‘s Avonds is er uitgebreid voor ons gekookt. Dat ze geen thee en koffie in huis hadden wisten we inmiddels, ook dat ze geen alcohol drinken. Tijdens het eten leerden we ook dat ze geen “mes-en-vork” mensen zijn. Na enig zoeken werden die wel voor ons gevonden.
Op zondagochtend zijn we al vroeg op pad. We gaan mee met een wandelgroep, naar een verborgen strandje aan de noordkust, waar we pas na een klauterpartij landen. Het zwemwater is heerlijk en er worden allerlei spelletjes gedaan. Een echt familie-uitje. Er komt nog een andere groep die dit ontoegankelijke strand heeft uitgekozen. Met bootjes wordt alles aangevoerd, niet alleen strandstoelen, eten en drinken, maar ook een generator, mengpaneel en megaboxen. Volume op 10, strandpret op z’n Trinidees. Het was een heel bijzonder weekend bij zeer gastvrije mensen en we hebben een goede indruk gekregen van het Trinidese gezinsleven.

Nu we de huurauto nog hebben, willen we graag nog een bezoek brengen aan de Caroni swamp, waar de rode ibissen (de nationale vogel van Trinidad) aan het eind van de middag massaal neerstrijken. ‘s Morgens wandelen we eerst nog door Bamboo Cathedral en naar een hoog uitzichtpunt. In de loop van de middag vertrekken we richting Caroni, het is maar een uur rijden en we hebben een marge van een kwartier, maar we halen het niet op tijd. We moeten door de hoofdstad en alle wegen zitten verstopt, mede vanwege (alweer) enorme regenval. Het is frustrerend om de minuten weg ze zien tikken. We bellen naar de receptie dat we het niet gaan halen, maar geen nood, er zal een bootje op ons wachten en ons naar de groep brengen. Het komt allemaal goed, onderweg zien we nog een boa constrictor rustig op een tak boven ons liggen.


Het is een prachtgezicht om de groene struiken en bomen langzaam rood te zien kleuren door de neerstrijkende ibissen. Maar het is wel een beetje massatoerisme, met een man of 25 in zo’n bootje; we denken terug aan de bijna privé beleving in Bigi Pan, in Suriname.
De volgende dag is het zover, de trossen gaan los. We willen heel graag naar Tobago. In februari voeren we er al vlak langs, maar toen kon je daar (wegens covid) niet inklaren. Je zou dan eerst naar Trinidad moeten gaan en dat paste niet in ons plan. Maar nu zien we onze kans schoon. We zeggen onze vrienden vaarwel en klaren uit bij Douane en Immigration. Eigenlijk gek, we gaan naar Tobago en verlaten het land dus niet, maar uitklaren moet blijkbaar toch en het kost zelfs een paar uur. We gaan voor anker in een baaitje aan de westpunt van Trinidad, volledig omgeven door regenwoud. Eigenlijk hadden we rechtstreeks naar Tobago moeten varen, we doen dit illegaal.
Een gelukzalig gevoel maakt zich van ons meester, we zijn weer op pad, we liggen voor anker, midden in de natuur. Wat voelt dit goed en wat past dit goed bij ons.

De volgende dag varen we in een paar uur naar een andere baai aan de noordkant van Trinidad, nog steeds illegaal. Ik gooide nog even een balletje op of we niet meteen door zouden varen naar Tobago, omdat “de omstandigheden zo gunstig zijn”, maar dat wordt door Monique stevig de kop ingedrukt. Even geen haast, even vooral en zoveel mogelijk niks doen, niks hoeven. In de loop van de middag vaart ook de Marelief Las Cuevas binnen.
Tobago ligt nu zeiltechnisch eigenlijk heel ongunstig. De route is tegen de heersende winden en stroming in. Je moet veel motoren en de voortgang is traag. Maar we hadden ons window goed gekozen en de volgende dag kunnen we toch een groot deel van de route zeilend afleggen. Al snel meldt de Marelief de vangst van een kleine tonijn. Het geluk is ook aan onze kant en later op de dag vangen we een Mahimahi, hoe kan het anders. We ankeren in Englishmans Bay op Tobago (nog steeds illegaal), we blazen de bijboot op, en ‘s avonds eten we aan boord van de Marelief sashimi van tonijn en een poisson-cru van Mahimahi. We kunnen ons geluk niet op.
Wat een prachtige baai is dit trouwens, een fraai en net onderhouden strand, omzoomd met palmbomen. Hier komen we vast nog terug. 

De volgende dag leggen we het laatste stukje naar Charlotteville motorzeilend af. We klaren in en vanaf nu kunnen we ons weer legaal verplaatsen.
Het blijkt een heerlijke plek. De beschutting tegen de golven is beter dan in de baaien hiervoor. Ook hier worden we omgeven door regenwoud. De bevolking is heel ontspannen en ongelooflijk vriendelijk. Er liggen bij aankomst 2 boten voor anker, die zijn inmiddels weer vertrokken. Er zijn strandjes, het is mooi snorkelen, het piepkleine stadje met een kleine vissersgemeenschap ligt kleurrijk tegen de heuvel.
We dachten dat we misschien wel elke dag in een andere baai zouden willen liggen, maar we liggen hier nu al bijna een week en het voelt prima. We realiseren ons, dat dit voorlopig wel eens de rustigste plek gaat zijn, hier op Tobago. We maakten 2 duiken met een plaatselijke marine-bioloog, maar dat viel een beetje tegen. Zijn we verwend geraakt na al onze duik-ervaringen de wereld rond? Ik vrees van wel. We maakten twee mooie wandelingen. Best een uitdaging met het warme en vochtige weer. En ja, iedere dag regent het af en toe keihard, maar de zon tussendoor houdt de accu’s nog steeds op peil.
De Mareliefs hebben morgen een auto gehuurd en we gaan met ze de een tour over het eiland maken. Volgens mij blijven we hier nog wel even, voordat we ons in de drukte van de rest van de Carieb gaan storten.

Weer terug in Trinidad

Die eerste rumpunch smaakte weer heerlijk!

Hoera, we zijn weer terug aan boord van onze Mahi mahi na 6 maanden in Nederland te zijn geweest. Op 22 april 2022 lieten we de boot achter, op de kant bij Peake Yachtservice. We hadden op het laatst besloten er een tent overheen te laten bouwen, om de boot te beschermen tegen weer en wind. Lincoln, een medewerker van de werf, zou elke twee weken even aan boord komen om een oogje in het zeil te houden: Geen ongedierte? Doet de luchtontvochtiger het nog goed? Blijven de accu’s mooi op spanning? Al met al vonden we het best spannend om onze boot, ons heerlijke drijvende huis waarmee we alweer zoveel avonturen hebben beleefd, voor 6 maanden achter te laten in een warm en vochtig land zonder af en toe even langs te kunnen gaan. Maar Lincoln liet ons regelmatig weten dat alles nog prima was en dat er geen reden tot zorg was. Gelukkig werd Trinidad in het afgelopen hurrican-season niet getroffen door heftige tropische stormen of erger. Wel was het blijkbaar een seizoen met ongekend veel en heftige regenbuien, de ene na de andere Atlantische depressie trok over de eilanden heen. Heel fijn dat we gekozen hadden voor die tent; het teak zou al dat water naast de felle zonneschijn bij hoge temperaturen niet heel fijn hebben gevonden. Nu lag het dek er prachtig bij en we troffen de boot aan in perfecte staat. Geen ongedierte, geen schimmel, het rook er zelfs fris binnen.

We hadden een prima reis terug naar Trinidad met de blauwe vogel op vrijdag 28 oktober, met een tussenstop op Barbados. Al onze bagagetassen kwamen tegelijk met ons aan en de shuttle van Peake stond al netjes klaar om ons naar de werf te brengen, met tussenstop bij de supermarkt en customs. Het laddertje opgeklommen en we voelden ons meteen weer thuis aan boord!

Heel gezellig om in de dagen erna weer bij te praten met de crews van Marelief, Offspring, Puff en X-to-go die ook op de werf liggen. Tassen uitgepakt en alles weer een plek gegeven. Maandag ging de boot weer te water en voeren we terug naar Crews-inn Marina waar we een prima plek kregen en meteen konden genieten van het zwembad, het prima restaurantje op de kant en zelfs van de gym met airco! Inmiddels zitten de zeilen er weer op, de lijnen zijn weer ingeschoren en de boot is vaarklaar. Nu nog even Pieters verjaardag vieren en een weekend op stap met onze Trini-vrienden die ons hun mooie eiland willen gaan laten zien, en daarna gaan we weer op pad, richting het blauwe water van Tobago. Laat de avonturen maar weer beginnen!

Laatste etappe van deze reis: Trinidad

Toch een beetje spannend, de tocht van zuidelijk Grenada naar Trinidad. Ineens moeten we nadenken over iets als piraterij. We naderen namelijk Venezolaans vaargebied en daar is het niet veilig. Op noonsite wordt in 2021 nog gerept over overvallen. Hmmm, we krijgen er een naar gevoel van. De website van de kustwacht van Trinidad is er duidelijk over: probeer je oversteek vooral in nachtelijke uren te plannen en houd je boordlichten en AIS gewoon aan. Dien voor vertrek je vaarplan in, zodat ze ons kunnen monitoren. Hun ontvanger is zo sterk, dan je ze op het hele traject kan oproepen. Verder: blijf 15 mijl oostelijk van een bepaald Venezolaans boorplatvorm, ofwel, vaar met een behoorlijke omweg naar je doel. Maar geen probleem, alles om ellende te vermijden. In de middag varen we weg uit Grenada, eerst een uur lang vissermannend tegen wind en stroom in, daarna hoog aan de wind zeilend om na een paar uren, inmiddels al donker, meer zuid af te buigen en een ontspannen koers te gaan varen.

We zijn gelukkig niet de enigen op zee. We zien die nacht heel wat vrachtschepen en tankers aan de horizon, worden zelfs een keer opgeroepen door een tanker. Eind van de nacht nog een paar fikse buien maar geen piraat gezien. Bij dageraad varen we al langs de kust van Trinidad en om 11 uur zijn we op de plek van bestemming. Dankzij de goede hulp van Peake Yachtservice, is het papierwerk grotendeels klaar en zijn we nog voor vieren ingeklaard. We kunnen meteen de Crews Inn Marina binnenvaren waar we twee weken een plekje hebben gereserveerd. Het is hier een stuk warmer en vochtiger dan op Grenada, het zweet loopt langs onze rug. Wat een verwennerij is het dan, dat er een zwembad is waar we drie keer per dag inspringen. We beginnen meteen aan de grote schoonmaak: alles wordt zoet afgespoeld, de lijnen worden gewassen en uitgeschoren, de zeilen eraf gehaald. Het dek wordt in de boracol gezet ter bescherming van het teak. De romp krijgt een wasbeurt en het polyester wordt in de wax gezet. We halen elke bakskist helemaal leeg en alles wat erin zit wordt gespoeld; paddleboards, kayaks, peddels, stootwillen. Alles wordt droog en ontzilt opgeborgen om zo min mogelijk vocht aan te trekken in die 6 maanden dat de boot op de kant staat in een vochtig land, met als doel schimmel zo veel mogelijk te voorkomen. Binnen wordt elk kastje schoongemaakt. Wat we voorlopig niet meer nodig hebben, gaat in de tas voor naar huis. Heerlijk om zo grondig schoonschip te maken en eens flink te ontspullen.

Een gezellige onderbreking van al dat werk als Joshua twee nachtjes komt logeren. Ook gaan we regelmatig iets eten of drinken in de restaurantjes van de haven, even weg van de boot. Wat we echt te gek vonden, was dat een Trinideese familie die we in het zwembad leerden kennen, ons meevroeg voor een dagje uit. Samen met hun dochter van 13 in de auto, sightseeing door de hoofdstad Port of Spain, daarna door het regenwoud naar een prachtig strand aan de noordkust, Maracas Beach, waar we voor het eerst van ons leven een broodje haai aten. En lekker!! Dan nog naar een bijzondere hangbrug en ’s avonds laat weer terug naar de haven. Ontzettend gezellig gehad en veel wetenswaardigheden gehoord over land en cultuur, echt een cadeau, deze ontmoeting!

19 april gaan we de kant op, onder professionele leiding van het team van Peake Yachtservice. We krijgen een fijne plek op de kant en hebben nog een paar dagen de tijd om de laatste klusjes te klaren maar ook om nog even gewoon te zijn en te genieten van de vrijheid van dit bestaan. 

Wat een mazzel dat KLM sinds dit jaar weer direct van Trinidad op Schiphol vliegt. Na 9 uurtjes vliegen landen we op 23 april weer in Nederland. Helaas geen bagage wegens staking, die moet nog nakomen. Nu een kleine week de tijd om onze familieleden weer te zien en spreken en dan kunnen we ons huis weer in. Snel settelen want 2 mei begint de werkweek weer! Back to normal, maar wel met een rugzak aan ervaringen en herinneringen rijker!

Even op een rijtje:

  • 10 maanden op reis geweest van 26 juni 2021 tot 23 april 2022
  • 6200 zeemijlen afgelegd
  • 166 motoruren
  • 8 landen aangedaan, 18 eilanden bezocht.
  • 0 x de motor hoeven draaien voor energie
  • Veel meer dan gedacht elektrisch kunnen koken
  • Nauwelijks gas verbruikt, precies 1 gasfles van 5 liter verbruikt.
  • 36 nachten op zee, 163 nachten in een marina, 99 nachten voor anker.
  • 14 vissen gevangen
  • 8 duiken gemaakt
  • Reparaties: alleen voor buitenboordmotor hulp nodig gehad. Nieuw grootzeil laten komen, nieuwe accu en 2 nieuwe flexibele zonnepanelen laten toesturen, alles onder garantie.
  • Gasten aan boord: Harry&Roos, Clémence, Mieke, Pim, Ferdy&Nastya, Joshua. Verder heel veel etentjes met andere crews in restaurant Mahi mahi. 
  • Genoten: enorm!

Zaterdag 23 april zijn we veilig geland op Schiphol. Fijn om daarna de tijd te hebben om bij familieleden langs te gaan. Leuk om iedereen weer te zien en mee te maken, de verhalen te horen en knuffels uit te wisselen. Helaas nog geen kadootjes, want door de staking van het grondpersoneel van KLM, precies op de dag waarop wij landden, hebben we nog steeds onze drie bagagetassen niet terug. Inmiddels zijn we ook alweer in eigen huis, vannacht voor het eerst weer in ons eigen bed geslapen. Nog even inruimen en settelen en dan is de cirkel rond: maandag ga ik weer aan het werk en Pieter gaat verder met het genieten van z’n pensioen :). We hebben zin in het komend half jaar: 6 maanden in Nederland, in de zomertijd, zónder boot, dus een heel andere tijdsbesteding. We hebben al zoveel plannen, dat we ons afvragen of het allemaal wel gaat lukken in dit seizoen voor we weer vertrekken, eind oktober. Maar hoe dan ook, we gaan ervan genieten!

Sweet memories; Grenada 2022!

16 maart varen we vanaf Ronde Island naar Grenada, lekker downwind zeilen met zonnetje erbij. Grenada is zo mooi om langs te varen; prachtige groene hoge bergen, witte stranden en kleurrijke dorpjes. We maken een lunchstop in Halifaxbay, waar het ons te veel rolt om te blijven, dus varen we door naar Molière point, wat bekend staat om z’n onderwatermuseum. Op de bodem van de beschutte baai staan standbeelden, op dieptes variërend tussen 5 en 15 meter. Het is duidelijk een toeristische attractie, gezien alle bootjes die er liggen vol snorkelaars en duikers. In de namiddag gaan wij er ook een kijkje nemen met eigen dinghy, snorkel en flippers. Helaas is het water wat troebel, maar we kunnen de beelden best zien, leuk om het freediven weer een beetje te oefenen.

De volgende ochtend worden we rond 7 uur gewekt door een man in een bootje, die 50 EC mooringgeld vraagt, dat is z’n 18 euro. Hij ziet er niet officieel uit, heeft geen bedrijfskleding aan, zijn dinghy is een als velen, dus ik twijfel of ik hem wel moet betalen. Ik krijg z’n baas aan de telefoon die me geruststelt: hij komt zo vroeg, omdat veel zeilers anders hun biezen al hebben gepakt voordat er betaald is. Vooruit dan maar…. We gaan iets verderop voor anker in Grand Mal, een grote open baai, maar we liggen er prima beschut en we zijn het enige jacht. We hebben het er zo naar onze zin, dat we er 5 nachten blijven liggen. Het is een prima uitvalsbasis om per minibusje naar de grote stad St. George te gaan, om een mooie wandeling te maken en om gezelligheid aan de kant te vinden. Het valt ons op hoe aardig alle mensen hier zijn. De mensen maken een ontspannen indruk, zijn hulpvaardig, maken graag een praatje. Op vrijdagavond wordt er een party georganiseerd bij Point 57, een mooie bar aan het water. We gaan erheen, drinken 2 heerlijke rumpunches, eten een hapje mee en gaan dan terug naar de boot, want de muziek is er zo hard dat het oncomfortabel is, maar aan boord nog prima te horen, zodat we staan te dansen op de voorpunt!

Het leven is hier goed! We zwemmen meerdere keren per dag, eten lekker aan boord, kijken Formule 1, waar we nog altijd enorm van genieten. En we genieten ook gewoon even van het samenzijn met z’n tweeën, na alle sociale gezelligheid van Tyrrelbay. 

Op maandag 21 maart varen we door naar Prickly Bay, wat aan de zuidzijde van het eiland ligt. Het is er enorm vol met boten. In vergelijking met 8 jaar geleden zijn er heel veel moorings bijgekomen, waar je per nacht dus voor moet betalen. De mensen die op eigen anker willen liggen, vinden altijd wel een plek aan de buitenzijde van het veld. Leuk om True North, Offspring en Ruffian of Amble te zien liggen, allemaal Surinamegangers. We vinden de swell die de baai inkomt echter iets te hevig en wijken daarom toch uit naar True Blue bay, net om de hoek, waar we goede verhalen over hadden gehoord van onze Duitse vrienden van Antari. We vinden er een heerlijke ankerplek, naast een groot motorjacht en 1 ander zeilschip. Het is een prachtige baai, met uitzicht over de mooi onderhouden gebouwen van de US University of Grenada. Vlakbij onze boot spatten de binnenkomende golven uiteen op de rotsen, wat telkens weer een mooi schouwspel geeft en ondertussen liggen wij heerlijk rustig te deinen. 

De volgende ochtend drinken we nog een koffietje met de crew van Offspring, fijn hen weer even te spreken. Daarna rijden we met onze fietsjes wat rond, op jacht naar lekkernijen en een lokale indruk. Omdat we mooi vlees weten te vinden, nodigen we True North uit op de bbq. Ze besluiten niet per dinghy te komen, maar met hun boot in onze baai te komen liggen. In de namiddag zie ik ineens een tweemaster aan de horizon verschijnen: zou dat de Shambala al zijn? Ja inderdaad, wat leuk!!!! Onze vrienden van de Shambala komen naast ons liggen, terwijl ze de nacht ervoor pas aan zijn gekomen van hun Atlantische oversteek, we hadden ze niet zo snel verwacht: we eten die avond dus samen bij ons aan boord met drie crews, gezellig! ’s Avonds nog even luisteren naar het optreden van een steelband in het nabijgelegen resort, maar dat had niet de swung die we ervan hadden verwacht.

De dag erna blazen we de kayak op, peddelen de grote baai rond. We snorkelen bij het rif, waar het onderwaterleven onverwacht mooi blijkt te zijn. ’s Avonds met Shambala op ontdekking uit, richting universiteit vinden we allemaal leuke eetgelegenheden.

Op donderdag komt Tranquillity aanvaren, rechtstreeks uit Suriname en zij laten ook hun anker vallen in True Blue bay. Maxim voegt zich er ook bij, een catamaran, en waar True Blue bay een paar dagen geleden nog zo rustig was, nu is het ineens een Nederlandse enclave geworden met 5 zeilschepen. Wij zijn met z’n tweetjes en alle andere boten hebben 1 dochter aan boord. Voor alle meisjes ook heel fijn om ineens veel speelkameraadjes te hebben. Die avond dus meteen een strandfeestje georganiseerd, een groot succes!! Wat een gezelligheid weer. 

Vrijdag maken we met de duikschool die ook in deze baai gevestigd is twee mooie duiken; het rif ziet er goed uit, enorm veel vissen en zeer kleurrijk onderwaterleven. En zaterdag gaan we ons onderdompelen in een typisch Grenada-evenement: de Hash! Elke zaterdag wordt er ergens op het eiland een parcours uitgezet, 1 voor wandelaars en 1 voor renners. Om 16 uur vertrek je en anderhalf tot 2 uur later ben je weer terug, en dan is er bier, muziek en een hapje te eten. We gaan er met alle vijf de crews naartoe, Shademan regelt het vervoer. Met z’n 14-en in een busje rijden we in bijna 2 uur naar de wandellokatie. Na een best pittige hike, worden we ingewijd met een klassieke bierdouche. Leuk om de sfeer mee te maken, het is een evenement van lokale mensen en cruisers samen, jong en oud doet mee.

Hè hè, na al deze gezelligheid even zondagse rust aan boord van Mahi mahi, om ’s middags op kleine Sophie te gaan passen, zodat haar ouders ook eens een avondje hun handen vrij hebben en lekker samen uit eten kunnen. We realiseren ons hierdoor weer eens extra hoeveel vrijheid we zelf hebben, dat we altijd kunnen gaan en staan waar we willen. Echt bewondering voor de cruisers die samen met kleine kinderen op pad zijn, zeker als de leerplicht ook nog eens om de hoek komt kijken en er dagelijks les moet worden gegeven.

Maandag gaan we naar Prickly bay, vandaar uit kunnen we gemakkelijk naar wat winkeltjes lopen voor wat inkopen, zoals een paar mooie flessen wijn en goed vlees en kaas bij een Franse Boucher, die z’n waar uit La France importeert. Het kost wat, maar dan heb je ook wat, zoals mooie stukken vacuüm verpakte Charolais!

We voelen ons in dit land hartstikke veilig, maar er is een groot gevaar, wat regelmatig op de loer ligt: de bekende rumpunch! Ieder café en restaurant heeft z’n eigen recept en de hoeveelheid rum varieert enorm. Die avond gingen we aan het eind van de middag nog even een drankje doen bij One Live, een leuk tentje aan het water waar veel cruisers komen. Natuurlijk is er happy hour, ofwel, 2 rumpunches voor de prijs van 1. Zo! Deze is sterk, zeggen we nog, maar ook lekker zoet en ijskoud dankzij de vele tinkelende ijsblokjes in het glas. Tja, en dan gaat zo’n glaasje vanzelf leeg via zo’n schattig rietje en bestel je vlak voor het eind van happy hour natuurlijk nog eens twee……. En terwijl de laatste bestelling nog wordt gemaakt, begint ineens de steiger te dansen. Hee, de wereld draait zelfs, wat grappig….. en dan komt dat tweede glas nog voor je neus. Okee, hoe we thuis zijn gekomen, ik weet t niet meer precies, maar om half 8 lagen we gevloerd in ons bedje, weer en echte Grenada-ervaring rijker, pfffffff.

Dinsdag op naar Woburnbay, weer iets meer naar het oosten. In deze baai liggen onze vrienden van de Antari alweer een week of 6 wortel te schieten. Zo superleuk om elkaar weer te zien; we vertrokken op tweede kerstdag tegelijkertijd uit Mindelo en nu zijn we weer bij elkaar. Katharina had speciaal voor ons een fles bubbels koud gezet (waarom associëren mensen ons toch zo vaak met bubbels??? Echt geen idee….) en we hebben weer een heerlijke avond en genoeg om over bij te praten. 

Woensdagochtend staat Cutty ons om 8.30 uur op te wachten met zijn nette bus. Met alle 5 de Nederlandse crews, dus 10 volwassenen en 4 kindertjes, gaan we op eilandtour. Het wordt een geweldig mooie dag en we boffen met deze supergids, die ons de geheimen van Spice Island Grenada laat zien. We rijden spectaculair mooie en steile wegen door regenwoud. We stoppen talloze keren, omdat hij ons de kaneelboom, nootmuscaatboom en cacaoboom wil laten zien, proeven en beleven. Hij plukt nog veel meer bladeren en wij mogen raden wat we ruiken, welke specerijen het zijn. We wandelen bij een kratermeer, zien apen, maken een stop bij een rum destilleerderij, waar de machinerie voor het pletten van het suikerriet wordt aangedreven door een groot waterrad. We zien de stroperige melasse naar de kookketels gaan. Het destilleer-proces kunnen we niet zien, maar deze fabriek in de open lucht, zo geïntegreerd in de natuur is een parel voor het oog.

Later maken we een stop bij een chocolade-estate, waar de cacaobonen worden gefermenteerd, gedroogd op verschillende bedden en verwerkt worden tot de bekende Grenada-chocolade. Leuk om een aantal tabletten mee naar huis te nemen voor het thuisfront. De lunchstop is een leuk tentje, idyllisch gelegen aan de Atlantische oceaan. En de laatste stop is vlakbij een waterval met grote zwempoel erbij. Als we er aan komen lopen, zien we nog 4 mensen in de poel: heeeee, maar dat zijn de crews van Eva en Heron!!! Kim en Vincent, hooooiiiiiii!!! We maken een groepsfoto van deze 7 Nederlandse crews samen. We maken nog een klim naar een waterval hogerop waar je heerlijk onder kan douchen en roetsen daarna op onze billen de onderste poel in. Lekker verfrissend.

Cutty brengt ons eind van de dag weer veilig thuis en we sluiten de dag met z’n allen af bij een cruiserscafé, waarbij die verraderlijke rumpunch weer rijkelijk vloeit. Deze keer haken we net op tijd af en hebben nog een fijn stukje avond aan boord, terugkijkend op een mooie dag: wat is Grenada toch een fantastisch eiland!

Hierna volgt nog een kleine week vol gezelligheid. Yoga on the beach met Kim en Maaike, Antari aan boord voor een lekkere bbq, avondje op Liz van de Tranquillity passen, zodat haar lieve ouders voor het eerst in een jaar lekker samen uit eten konden.

Zondag rijden we lekker met z’n tweetjes in een prima huurauto het eiland rond. We zwemmen in de poel van de Concorde watervallen, waar we de enigen zijn, op een paar vriendelijke plaatselijke verkopers na, die we allemaal blij maken door bij elk van hen een kleine souvenir te kopen: er zijn nauwelijks toeristen en ze bedanken ons een voor een voor de “business” van die dag. Ons hart breekt een beetje, wat hebben sommigen mensen toch weinig. En wat knap dat ze dan toch zo vriendelijk en behulpzaam zijn. 

In landen waar je links moet rijden, ben ik altijd de chauffeur, omdat Pieter dan aan m’n goede kant zit, gehoortechnisch gezien. In Suriname had ik al 7 weken lekker rondgereden, maar vandaag kon ik mijn skills verder bijslijpen. Nooit eerder reed ik op zulke steile wegen, met diepe afgronden en greppels ernaast, op smalle slingerende wegen door oerwoud met tegenliggers op de meest smalle stukken van de weg; ik heb regelmatig mijn klamme handen even moeten afvegen, maar ik genoot ervan. We kozen bewust die routes die aangeschreven stonden als de mooiste maar ook moeilijkste van het eiland. Maar goed dat de bezorgde autoverhuurder dit niet heeft geweten; hij vond het maar niets dat ik de bestuurder bleek te zijn. Hij vroeg nog even aan Pieter of hij niet beter kon rijden. Ben je gek, zegt mijn lief, zij heeft veel meer ervaring met links rijden 🙂

Gelukkig konden we de auto zonder schrammetje weer inleveren na twee dagen. De laatste dag konden we mooi wat dingen regelen, samen met de crew van Shambala achterin. Antigeen testje voor toegang tot Trinidad, uitklaren, de laatste boodschappen. Maandagavond 4 april is onze laatste avond hier, we hebben besloten dinsdag 5 april te gaan vertrekken naar Trinidad. Die avond komt Shambala gezellig bij ons eten en onverwacht schuift ook de crew van Tranquillity aan: samen kijken we terug op twee feestweken in Grenada, waarin we met z’n allen veel hebben gezien en ondernomen. We worden enorm bedankt voor alle initiatieven die we hebben genomen, want, zoals Maaike zei, we hebben nu zoveel van het eiland gezien, wat ons normaal gesproken niet goed lukt met die kleine erbij. Zo samen twee weken optrekken met een aantal bekende boten is echt hartstikke leuk en geeft nog meer kleur aan dit al zo mooie leven. Met heel veel sweet memories gaan we zo ankerop, op weg naar Trinidad, ons eindstation van deze etappe.

Baden in blauw

Het is al een uur of één in de middag als het tij kentert bij Waterland Marina en we de Surinamerivier met stroom mee kunnen gaan afvaren. We worden uitgezwaaid door de bemanningen van de Windbreker, True North, Marelief, Tranquility, DanceMe, XtoGo, BluePearlToo en door Noël, de eigenaar van de marina. Het is ongeveer 5 uur varen naar de monding van de rivier. Onderweg maakt Kim, die met de Heron bij Domburg ligt nog een paar foto’s van de passerende Mahi mahi. Bij het vallen van de avond gaan we voor anker bij Braamspunt, de landtong geeft beschutting tegen de oceaangolven. Het is niet veilig om in het donker verder te varen, vanwege ondieptes, visnetten en drijvende boomstammen. De volgende ochtend varen we de oceaan op, “Blue waters; here we come!”, schreven we al eerder. Nou, dat valt even tegen. We varen ongeveer parallel aan de kusten van Suriname, Guyana en Venezuela en hun rivieren sturen massa’s bruin water de oceaan in. Het blijft ook heel lang relatief ondiep, en pas na 24 uur varen bereiken we dieper en dus donkerblauw water. Vanaf Braamspunt hebben we ongeveer 550 mijl (1000 km) te gaan. De route die we gaan volgen bepalen we met behulp van een “weer-routerings”-programma. De snelste route is namelijk niet altijd een rechte lijn tussen vertrek en bestemming. Door verandering in windsterkte, windrichting en zeker ook door heersende zeestromingen kan het sneller zijn een (soms flink) afwijkende route te varen. Het programma houdt rekening met de eigenschappen van de boot (snelheidspotentieel bij verschillende windrichtingen en windsnelheden), met de windverwachtingen en stromingsverwachtingen voor de duur van de tocht, en met je stijl van varen (met een kleine bemanning zoals wij halen we niet het maximum uit de boot, wij gaan bijvoorbeeld uit van 80% van de performance bij wind van achteren). Vervolgens geeft het programma een aantal mogelijke routes, op basis van de verschillende beschikbare weermodellen.

Inmiddels hebben we hier veel ervaring mee, we weten welke weermodellen ons het beste passen en we blijken er goed op te kunnen bouwen. Onderweg kunnen we de verwachtingen tweemaal per dag actualiseren, via onze satelliet-telefoon verbinding.
Predict-wind, zo heet ons programma, verwacht dat we er zo’n 3 dagen over gaan doen. Dat zou wel heel snel zijn, een gemiddelde van meer dan 180 mijl per dag hebben we nog nooit gehaald. Uiteindelijk doen we er een paar uur langer over, omdat we minder stroom mee hadden dan dat het model had verwacht.
De eerste 2 dagen is het weer erg wisselend. Er zijn veel buien, en iedere bui betekent flinke veranderingen in windsterkte en windrichting. Er moet steeds zeil bij of zeil af en we moeten de koers voortdurend aanpassen, want we sturen met de windvaan en zonder aanpassing zou de boot steeds meedraaien met de draaiende windrichting. Het is voor het eerst in lange tijd dat de wind niet min of meer van achter komt, maar van opzij. Ook bij deze windrichting doet onze windvaan stuurinrichting het prima en we maken mooie snelheden door het water.
In de loop van de tweede dag is de wind wat rustiger en mag de hengel uit. Bij het vallen van de avond is het raak. Het blijkt een blauwvin tonijn, het summum van het summum! Het is inmiddels donker, het schoonmaken op het achterdek is daardoor wat lastiger, maar Monique stuitert desondanks van plezier en trots. Dat wordt meerdere dagen smullen!

De laatste dag klaart het helemaal op, we passeren ‘s nachts Tobago en in de ochtend Grenada. Het is onze trouwdag, we kijken samen terug op die feestelijke dag, 10 jaar geleden, en natuurlijk op de afgelopen 10 jaar. ‘s Middags varen we Tyrrel bay binnen, aan de zuidwest kant van Carriacou. Als het anker gevallen is duiken we het water in.

Prachtig blauw en 30 graden Celcius! Wat heerlijk om hier te zijn. We vieren onze goede aankomst en onze trouwdag met bubbels en met de laatste sashimi, samen met de bemanning van de Janjorem, die hier al wat langer liggen.
De volgende dag klaren we zonder problemen in. Een zucht van verlichting, want het papierwerk dat we uit Suriname meekregen was eigenlijk niet helemaal op orde. 
Het ziet er hier eigenlijk nog net zo uit als 8 jaar geleden, toen we er met de Déesse waren. Alleen veel restaurantjes en bars zijn door Covid (nog) gesloten. De duikschool waar we 8 jaar geleden ons “advanced” brevet haalden blijkt er nog te zijn, met dezelfde mensen. We maken afspraken om weer met hen te gaan duiken. De sfeer op het eiland is heerlijk ontspannen. We wandelen naar het stadje Hillsborough om een sim-kaart voor de telefoon te kopen. Toch een van de eerste levensbehoeften tegenwoordig. Een wandeling van een uur. Terug nemen we een aluguer, een busjes waarmee je voor €1 pp meekunt, ongeacht de afstand. We gaan langs bij Hugo en Inge van de Älskling2, we kennen ze al sinds Spanje. Ze hebben met flinke snelheid een rif geraakt, met scheuren in de bodem en lekkage tot gevolg. Ze konden nog net de haven bereiken en ze zijn er direct uitgetakeld. De kiel moet er af, de bodem moet helemaal uitgefreesd worden en opnieuw gelamineerd. Een klus van zeker 6 weken. En plannen van werk gaat hier uiterst moeizaam. Het werk-ethos blijkt hier heel anders dan wij gewend zijn. Het lijkt erop neer te komen dat ze alles zelf moeten gaan doen. De materiële schade is niet het ergste. Zij moeten in augustus weer terug in België zijn en deze tegenvaller slaat een enorm gat in de mooie plannen voor de Carieb. We nodigen ze voor het avondeten uit, veel meer kunnen we niet voor ze doen.

Bij de vorige reis namen we 3 dagen voor Carriacou, nu blijven we er 2 weken. We zwemmen iedere dag meerdere keren. We maken 6 duiken met Lumba Dive; eerst even opfrissen, want de laatste duik was al weer 6 jaar geleden, maar al snel voelt het weer vertrouwd. Twee duiken per dag, en steeds een dag “vrij” ertussen, wat een luxe! De duiken zijn heerlijk. We zien prachtige koraallandschappen, duizenden vissen, ook murenes, haaien, lionfish, grote kreeften, een mega-barracuda.
We fietsen het hele eiland over. We maken een uitstapje naar “Sandy Island”, een tropische strook met palmen, prachtig snorkelen en heel romantisch om daar een nacht voor anker te liggen.


Er moet af en toe ook geklust worden. Onze 2 zonnepanelen voor op de bimini (zonnetent boven de kuip) blijken nauwelijks wat op te leveren. En het zijn nog wel verreweg de duurste panelen. Ik ben er al lang over in gesprek met de leverancier. Ik heb al veel metingen aangeleverd, maar hij wil opnieuw metingen volgens een nieuw protocol. Rond het middaguur, bij heldere hemel. Dat valt nog niet mee, gemiddeld is het weer prima, maar zon en wolken wisselen elkaar snel af en iedere dag valt er ook stevige regen. Maar het lukt uiteindelijk de metingen te doen en de gegevens op te sturen.
Aan het eind van ons verblijf komt de DanceMe de baai invaren. We kennen Liesbeth en Hans al lang en waren samen met hen in Suriname op de vijfdaagse jungletocht. Het klikt goed en we maken een afspraak voor onze laatste avond, om samen met de DanceMe en met de Älskling2 bij ons aan boord te barbecuen. Nou is het aanbod aan levensmiddelen op Carriacou zeer beperkt. Wat was Suriname dan een verademing. Er zijn maar beperkt verse groenten, en aan vlees (op kip na) is nauwelijks te komen, en dan alleen diepgevroren. We hebben gelukkig nog wat varkenshaas en een stukje biefstuk in ons vriesvakje. We lopen nog een eind richting Hillsborough, want daar had een winkel ons beloofd dat hij deze zaterdag schapenvlees zou krijgen. Helaas, niet dus, de leverancier was niet gekomen en hij neemt ook zijn telefoon niet op. De plek waar we eerder het biefstukje kochten heeft alleen nog wat worstjes. Verse vis (voor Liesbeth) is vandaag nergens te koop, we vinden wat diepvriestonijn in de supermarkt.
Natuurlijk wordt het een heel gezellige avond met de drie bemanningen, en de drie gangetjes vlees smaken uitstekend.

De volgende ochtend vertrekken we richting Grenada. Misschien stoppen we bij Ronde Island, een ankerplek die als “lunchstop” wordt aanbevolen, overnachting alleen voor de “very brave”. Het waait hard, dat deed het de afgelopen twee weken op Carriacou ook steeds. Eerst varen we nog in de beschutting van het eiland, maar op open zee staat er ruim 25 knopen wind en de golven zijn 2-3 meter. Wind en golven komen schuin van achter, daarom is het goed te doen. Al twee uur later zijn we bij Ronde Island.

De ankerplaats is net om de hoek, deels beschut voor de wind en grotendeels voor de deining. We zien meerdere schildpadden rond de boot. Ook snorkelend zien we 2 schildpadden. We kruipen met de boot nog wat verder de baai in. Onze nieuwe “forward looking sonar” komt daarbij goed van pas. Na het anker en de omgeving al snorkelend verkend te hebben besluiten we te blijven. Het is een sprookjesachtige plek. De deining die de hoek om komt is op de boot goed te hebben, maar breekt toch met veel kabaal op de dichtbije rotsen. Gelukkig schijnt de maan, zodat we het niet alleen horen, maar ook zien. We slapen prima, zijn een beetje trots bij “one of the brave te horen”. ‘s Morgens doen we nog een snorkelrondje en we maken ons op voor het laatste stukje naar Grenada.

Op naar blauw water

We zijn klaar om te gaan, te vertrekken uit Suriname. We zijn al uitgeklaard, hebben de negatieve uitslag van de antigeentest van vandaag op zak (een voorwaarde om elders aan te mogen komen) en de boodschappen zijn gedaan. Zo meteen nog een gezellig afscheidsetentje met onze vrienden van de DanceMe en morgen als het tij bijna gaat keren en het water naar zee gaat stromen, dan varen we hier weg, weg bij Marina Waterland, waar we het heel fijn hebben gehad, maar waar het nu helemaal vol ligt met schepen, waardoor we steeds meer toe zijn aan rust en lekker vrij weer voor anker te liggen, bij voorkeur op azuurblauw water. Want die bruine Surinamerivier, die zijn we na 7 weken ook wel zat! We kijken ernaar uit om over een dag of vijf lekker te gaan snorkelen in helder water! 

We kijken met ongelooflijk veel plezier terug op de afgelopen tijd, Suriname en z’n bevolking hebben een diepe indruk op ons gemaakt.  Wat hebben we hier veel ondernomen, wat hebben we veel gezien en geleerd, wat hebben we veel praatjes gemaakt met verschillende mensen waardoor de bevolking met z’n verhalen echt tot leven is gekomen. Een enorm groot voordeel is toch, dat we hier in onze eigen moedertaal terecht kunnen, vrijwel iedereen in dit land spreekt Nederlands! 

We hebben uiteindelijk 8 keer een rondje gegolfd en vrijwel dagelijks gezwommen in de rivier. We hebben 11 keer niet thuis geslapen aan boord, omdat we in de jungle zaten of verbleven op plantages. We hebben genoten van een mooie stadswandeling met gids, waardoor we de kans hadden de synagoge van binnen te bezichtigen. De grote houten kathedraal is echt een bezienswaardigheid. We hebben vele markten bezocht en daarbij veel hapjes geproefd uit verschillende keukens. We hebben meerdere plantages bezocht, zoals Peperpot, Frederiksdorp, Mariënberg. Verblijf op Peperpot vonden we het allerfijnst, mede dankzij hun heerlijk bibliotheek vol boeken over Suriname en gerelateerde onderwerpen. Het net geopende verhalenmuseum van Fredriksdorp was een feestje. Voor liefhebbers, zie www.geheugenvancommewijne.sr. De vlindertuin in Lelydorp was ook het bezoeken waard; nooit gedacht dat het exporteren van vlinderpoppen over heel de wereld een serieuze business was. Nou, hier weten ze hoe dat moet en wat er allemaal bij komt kijken. 

Met alle crews van de haven zijn we een keer uitgegaan in Paramaribo om te luisteren naar livemuziek bij café De Dijck. Natuurlijk was er ook onderling veel aanloop, meerdere keren samen gegeten met andere zeilers, heel wat borreltjes gedronken. Leuk om de mensen van Offspring en Windbreker te leren kennen, we genieten ervan als er meteen die fijne klik is. 

Toen we aankwamen in Suriname, was het prachtig weer; de zon scheen uitbundig, ohhh, wat was het warm aan boord. Maar de laatste weken overheerst de regen en dan ontstaat er zo’n vochtig klimaat, waar we ons niet echt lekker meer bij voelen. De ontvochtiger draait overuren als we op pad zijn, en tussen de buien door proberen we zoveel mogelijk te luchten als we aan boord zijn.  

Iets anders wat we minder leuk vinden in dit land, is het ambtelijk apparaat. Tjonge jonge, die hele exercitie rond de rijtoestemmingsverklaring, we zouden er bijna een boek over kunnen schrijven. Waar we bij ons even de ANWB inlopen en een kwartiertje later een internationaal rijbewijs op zak hebben, duurt zoiets hier meer dan een maand, vijf keer een bezoek aan het politiebureau, heel lang wachten in allerlei rijen en dan ook nog eens de confrontatie met onaardige, commanderende medewerkers die het woord service niet in hun woordenboek hebben staan. Waar bij ons in Nederland iedereen binnen een organisatie zijn best wil doen voor een klant, zeker als er iets niet goed is gegaan, iedereen de bereidwillendheid heeft om te helpen en om een probleem op te willen lossen, is die attitude hier soms ver te zoeken. Kom je bij de vreemdelingendienst, omdat je een stempel in je paspoort nodig hebt omdat je hier al een maand bent en je verblijf wilt verlengen, en als je dan eindelijk het juiste armetierige loketje hebt gevonden, zit daar een onvriendelijk dame onderuitgezakt op een stoel achter een met plastic dichtgeplakt raam wegens Covid met onderaan een kier van nog geen 10 cm. Daardoorheen roep je wat je nodig hebt. Paspoorten graag, is het antwoord. De eerste die Pieter erdoorheen schuift, glijdt netjes naar voren in haar richting. De tweede kiept net over de rand naar beneden en blijft daar staan. Dan zegt ze: als je die daar neer legt, dan kan ik er niet bij…… pffffffff, denken wij dan, steek je arm dan uit! Gelukkig is het merendeel van de bevolking vriendelijk en vrolijk en hebben we gelukkig niet al teveel te maken gehad met de bureaucratie van dit land. Maar het is wel 1 van de dingen, waardoor we tegen elkaar zeggen: we zijn er wel klaar voor om weer verder te gaan. Onze volgende stop wordt waarschijnlijk Carriacou, het eiland wat boven Grenada ligt, waar we mooie herinneringen aan hebben van de vorige reis. Als we daar over een kleine week zijn, ingeklaard hebben en de eerste snorkelsessies achter de rug hebben, dan gaan we op zoek naar een duikschool: samen met een instructeur die vaardigheid weer eens oppoetsen, om daarna lekker te gaan genieten van het onderwaterleven. Blue waters, here we come! 

Culturele marron trektocht

“Sorry, oponthoud!” appt Randy ons, met daarbij een foto van het busje van Orange Tours met een lekke achterband. Hij zou ons samen met Hans en Liesbeth rond 9.30 komen oppikken. We kennen Hans en Liesbeth al sinds de ria’s van Galicië. Het is de Vlaamse bemanning van de DanceMe, een Breehorn41. We zijn elkaar de afgelopen maanden al een paar keer tegengekomen en we hebben al heel wat avonden gedeeld. Ze zijn nu, 3 weken na ons, in Suriname aangekomen. We hebben samen bij Orange Tours een 5-daagde reis geboekt naar de jungle, een tocht langs 3 stops aan de Boven-Suriname-rivier met aandacht voor natuur en cultuur. Randy zal daarbij onze gids zijn. Met een busje zullen we eerst een kleine 200 km naar het zuiden rijden, langs het Brokopondomeer  tot Atjoni, waar de weg ophoudt. Vandaar volgt een boottocht van zo’n 4 uur naar Kumalu, onze eerste en verst gelegen pleisterplaats. Het lukt blijkbaar niet om het wiel te wisselen en er moet een nieuw busje komen. Meer dan een uur vertraging. Wij hebben meteen stress, straks missen we do boot! Maar Randy neemt onze zorgen meteen weg, de bootsman had al gemeld dat ook hij vertraging had en er wordt op ons gewacht, ook al is het een lijnboot. No spang!

Het eerste stuk van de reis kennen we al, van toen we enkele weken geleden met Wim naar Kninipaati gingen. Dus eerst 200 km naar het zuiden, langs het stuwmeer, en dan naar Atjoni, waar de rivierboten vertrekken. 

Bij deze reis is gekozen voor vervoer per lijndienst. Geen privévervoer dus, zoals naar de luxere resorts zoals Kninipaatie, maar samen met andere personen (en hun vracht), met stops bij een aantal dorpen langs de route. Dat maakt de tocht extra leuk. Je geniet niet alleen van het varen over de rivier, de prachtige natuur, de behendigheid van de bootsmannen, maar ook van de korte stops bij de dorpjes, waar altijd vrouwen aan het wassen zijn, kinderen aan het spelen, mannen aan het vissen. Het zijn kleurrijke taferelen en de tijd vliegt. De bootsman weet precies waar alle gevaren onder water liggen en vaart met zo’n 40 km/u kriskras over de rivier. Net voor de avond valt, meren we af bij Kumalu Dream Island. Die naam paste er misschien vroeger goed bij, maar inmiddels is de lodge in faciliteiten en luxe wel door een aantal andere voorbijgestreefd. Het blijkt zeker geen luxe resort, maar we waren voor deze tour ook nadrukkelijk niet uit op luxe. De cabana’s zijn eenvoudig, wel netjes en schoon. We worden welkom geheten door Romano, de beheerder.  Er is geen personeel wat voor ons kookt, maar Randy blijkt een uitstekende fourageur en kok. Afwassen gebeurt door de gasten, door ons dus. Romano haalt in de regen voor ons wat koude djogo’s (literflessen parbobier) aan de overkant van de rivier. Ondanks de dunne matras slapen we als rozen. 

De volgende ochtend maken we een wandeling door “het bos” (jungle), naar de “Ananasberg” (lees: -heuvel). Romano gidst ons erheen. Hij is weinig spraakzaam, maar Randy weet veel te vertellen over de planten en bomen die we tegenkomen. Hij studeerde “bosbouw en toerisme”. Na ruim een uur beginnen we aan het klimmetje. Het hoogteverschil is maar zo’n 40 meter, maar het landschap is totaal anders, heel open. We zien vele wilde ananassen, cactussen en we hebben een prachtig uitzicht over het dak van het oerwoud. De ananassen die Romano oogst smaken heerlijk. 

Randy overtreft zich bij het maken van de lunch. Hij had het ‘s morgens al voorbereid en het staat binnen een half uur op tafel. Soproso (een soort bittere aubergine) gevuld met visgehakt. Javaans Surinaams voor gevorderden. ‘s Middags bezoeken we per koraal de plaatselijke top-attractie, de Tapawatra watervallen. Over de hele breedte van de rivier, ik schat zo’n 200 meter, valt het water een kleine 3 meter naar beneden. Dat lijkt niet veel, maar de kracht, spektakel en het geluid zijn indrukwekkend. Door het warme water kun je er heerlijk een uur in zitten, als je ervoor zorgt dat je niet wordt meegesleurd. ‘s Avonds genieten we opnieuw van chef-kok Randy en we doen met plezier met z’n vieren de afwas. 

De volgende ochtend gaat de wekker om 5.45. De lijnboot pikt ons om 6.30 op en bij het eerste licht varen we de rivier af richting Botopas, onze tweede lodge. We genieten opnieuw van de tocht over het water, het passeren van de sula’s (stroomversnellingen), een overvliegende toekan en een paar ijsvogels, de altijd maar wassende vrouwen aan de waterkant. Bij aankomst staat het ontbijt voor ons klaar. 

Botopasi blijkt in alle opzichten een flinke upgrade ivm het vorige verblijf. Alles is spic en span, de cabana’s liggen prachtig verhoogd met een eigen balkon met uitzicht op de rivier, de bedden zijn zeer comfortabel. Er wordt heerlijk voor ons gekookt en de afwas wordt door de vriendelijke lokale Marron-medewerkers voor ons gedaan. Wat een luxe!

In de ochtend maken we een korte boottocht en wandeling naar het Saamaka museum. Er is een openluchtgedeelte waar traditionele hutten zijn gebouwd en een binnen-tentoonstelling. We leren weer verder bij over de Samarakkaanse cultuur. 

‘s Middags regelt Randy nog een wandeling naar het nabijgelegen dorp Futuna Kaba onder leiding van meneer Man, de eigenaar van de Botopasi lodge. We nemen een kijkje bij de medische post, we spreken met een onderwijzeres van de plaatselijke basisschool. We ontmoeten de kapitein van het dorp die tevens de lokale apostel is en we bezoeken de medicijnman bij zijn huis. Ondertussen wandelen we tussen de huizen door, zien bijzondere vruchten en bloemen en proberen een pompelmoes op ons hoofd te laten balanceren. Dat laatste blijkt niet eens zo makkelijk, een paar passen ermee zetten is al een opgave, terwijl onze gids met de vrucht op zijn hoofd kan lachen en dansen. Dit vergt blijkbaar jaren van oefening.

Ook tijdens deze activiteit blijft het droog. We hebben het geluk dat de meeste buien (en dat zijn er heel wat) ‘s nachts vallen, of als we onder een afdak zitten te eten of te parberen. Randy lijkt zelfs het weer gedeeltelijk naar zijn hand te kunnen zetten.

De gids van de middagwandeling blijkt ook actief te zijn als masseur. Volgens Randy is het een belevenis. Voor het geld hoef je het niet te laten, SRD100 (zo’n €4.50) per persoon. Liesbeth, Hans en Monique melden zich meteen aan. Ikzelf ben niet zo’n liefhebber, en nadat meneer Man informeert of iedereen wel pijnstillers bij zich heeft voor na de massage, weet ik het zeker: ik pas. ‘s Avonds zie ik ze een voor een uit de massage-hut komen. Randy glimlacht, maar bij de anderen zie ik blikken die uiteenlopen van verbazing tot opluchting. “Hij heeft wel heel sterke duimen”, zegt Hans, “Kijk eens naar die blauwe plekken”, zegt Liesbeth, “Ik vroeg hem bijna te stoppen” zucht Monique, en allemaal maken ze voorzichtige bewegingen met hun nek, alsof ze net een whiplash hebben doorgemaakt. “Ja, dat is zijn specialiteit”, zegt Randy, “om de nek eens flink te kraken”.

Ook ‘s avonds is het uitzicht op de rivier prachtig, we delen samen een fles meegebrachte wijn en we slapen heerlijk op de prima bedden. De volgende ochtend is het ontbijt wat laat en de boot wat vroeg, waardoor we met een boterham in de hand op weg gaan naar onze laatste logeerplek. Na een uurtje stroomafwaarts komen we aan bij het dorpje Jaw Jaw. Het is een gemengd traditioneel/christelijk Marrondorp. Dit keer verblijven we echt ín het dorp. Belé, hier geboren en als kind opgegroeid, is na 18 jaar verblijf in Nederland weer naar zijn roots teruggekeerd. Hij heeft aan de rand van het dorp, naast de huizen van zijn gezin, een vijftal traditionele huisjes/hutten gebouwd, die hij verhuurt. Het principe is dat je woont in het dorp, er deel van uitmaakt en meemaakt wat er in het dorp gebeurt. Zo was er een paar dagen eerder een doopplechtigheid van een aantal kinderen, waar de gasten bij werden uitgenodigd. Als er gefeest wordt, feest je mee en als er gerouwd wordt, rouw je mee, al is een rouwperiode in de Marrongemeenschap ook vooral feest.

Vandaag gaat Betsy, een van de vele nichten van Belé, cassave oogsten, verwerken en uiteindelijk cassavebrood bakken. We worden uitgenodigd mee te gaan en te helpen. We lopen mee naar het kostgrondje, het stukje grond (omgehakt en platgebrand oerwoud) buiten het dorp waar haar familie groenten en fruit verbouwt. Onder haar toeziend oog wrikken we de wortels van 2 cassaveplanten uit de grond. We hebben een kruiwagen vol. Vervolgens moeten de knollen gewassen en geschild worden. Vele handen maken licht werk. Raspen gebeurde vroeger met de hand, maar Betsy heeft zelf een benzine-aangedreven rasp die nog het meest lijkt op een hakselaar voor takken. Het resultaat is een flinke kuip vol cassavepap. Dit moet nu geperst worden. Hiervoor belt ze een dorpsgenoot. De geraspte cassave gaat in een grote cilinder, een krik zorgt voor de druk en zo wordt het vocht eruit geperst. We zien dat de man-met-de-pers 50 SRD (€2.25) ontvangt voor een uur werk. De cassave komt in samengeperste brokken uit de pers, die vervolgens moeten drogen boven een houtgestookt vuurtje. Na twee uur worden we weer opgetrommeld, de cassave moet nu gestampt worden tot cassavemeel. Dit gebeurt met de hand, met een grote, zware houten stamper, in een grote houten vijzel. Iedereen komt aan de beurt, het is lastiger dan het lijkt. De volgende ochtend gaan we broden bakken. Het meel wordt uitgespreid op een ronde ijzeren plaat boven het houtvuur. Er komt geen enkel ander ingrediënt aan te pas, zelfs geen water. Na een paar minuten is het meel samengesmolten tot een soort grote pannenkoek en kan hij gekeerd worden. Ieder van ons bakt zijn eigen brood, met wisselend succes. Dit bakken gebeurt met hulp van Irma, Betsy’s zus. Want Betsy is ongesteld, en als je “onrein” bent mag je geen brood bakken. Een twintigtal broden is het resultaat van een dag werken. We proeven er een, het is verrassend lekker. De familie kan vooruit, ze zijn maanden houdbaar. Na het bakken van de broden staat er weer een prachtige lunch klaar. Er zijn wel 6 soorten thee van verse bladen en bloemen uit eigen tuin.

Belé kookt heerlijk voor ons, aan tafel en lopend door het dorp vertelt hij over de geschiedenis van het dorp en over de uitdagingen van deze tijd. Al zijn we maar 24 uur in Jaw Jaw, we voelen ons even opgenomen in de gemeenschap en we zouden er wel een week willen blijven.

Het waren 5 heerlijke dagen. Heel anders dan de 4 luxere dagen op Kninipaatie, weliswaar aan dezelfde rivier. De tocht met de lijnboot, de 3 verschillende lodges, de afwisseling van de activiteiten, het directe contact met de bewoners en, niet te vergeten, de ontspannen en deskundige begeleiding door onze gids Randy maakten het zeer de moeite waard. En zeker ook het 5 dagen samen op pad zijn Hans en Liesbeth. Het klikte met hen al vanaf het begin in Spanje, maar nu kennen we elkaar beter en prijzen we ons twee nieuwe vrienden rijker.

Weer terug in de haven, gezelligheid met andere crews

Ondergedompeld

Vandaag gaan we op pad voor onze tocht naar Knini-paati, een klein resort in de jungle aan de Boven-Surinamerivier. Dat is het gedeelte van de rivier, bovenstrooms van het kunstmatige Brokopondo stuwmeer. Dat meer ontstond in 1964, toen de Afobakadam voltooid werd.
Ons avontuur begon met een valse start. Wim (zie de vorige blog) zou met ons meegaan en hij stond al om half negen op de steiger, terwijl we hem pas een uur later verwachtten. Maar dát was niet het probleem, we konden de autosleutel niet vinden! Dus in plaats van rustig koffiedrinken aan boord met Wim, zochten we in alle kastjes, onder alle klepjes, achter alle kussens, we keerden we zelfs de afvalbak om. Tevergeefs. Uiteindelijk blijkt ie toch in Moniques broek van de avond daarvoor te zitten, ondanks dat ze daar al eerder had gevoeld en hem niet had aangetroffen. Dus vertrekken we toch wat gehaast, vol twijfel of we alle benodigdheden wel bij ons hebben. 
We rijden 2 uur zuidwaarts, min of meer parallel aan de Surinamerivier. Langs Paranam, een groot industrieel complex wat in de eerste helft van de vorige eeuw ontstond voor de bauxietwinning en aluminiumproductie. Bauxietwinning is al een aantal jaren niet meer rendabel en een deel van de fabrieken wordt nog wel “slapend” gehouden. Blijkbaar zijn daar heel wat mensen voor nodig, getuige het aantal geparkeerde auto’s.
Wim laat ons stoppen bij een cafetaria langs de weg bij Paranam. De serveerster herkent “meneer Wim” onmiddellijk, en we slaan wat “bakabana’s” (gebakken bananen) in, om later onderweg op te eten. We rijden richting het Brokopondomeer, wat qua oppervlakte even groot is als de provincie Utrecht. We stoppen bij het plaatsje Bronsweg, aan de voet van de Bronsberg, en eten onze bakabana’s. In deze regio zijn veel goudzoekers actief, zowel legaal als illegaal. De impact op het milieu is helaas groot. Onderweg komen ons regelmatig vrachtwagens met enorme opleggers tegemoet, met daarop meestal 2 enorme boomstammen. Volgens Wim wordt het oerwoud leeggeroofd, voor een groot deel legaal, via concessies aan “de Chinezen”. Suriname zelf lijkt weinig van de opbrengsten te profiteren.
Na een tocht van ruim 2 uur komen we aan bij het plaatsje Atjoni, gelegen aan de Boven-Suriname rivier, dus stroomopwaarts (en ten zuiden) van het grote stuwmeer.
Verder naar het zuiden zijn er geen wegen meer. Atjoni is de hub, een soort busstation, waar al het vervoer over water naar het zuiden begint en eindigt. Langs de rivier liggen meerdere dorpen, bevolkt door Marrons, dat zijn de afstammelingen van slaven die in de 19e eeuw van de plantages zijn gevlucht. Zij leven in het oerwoud, ook langs deze rivier. Andere dorpen zijn later ontstaan, toen een aantal dorpen geëvacueerd moest worden door het ontstaan van het Brokopondo-stuwmeer. Die dorpen zijn te herkennen aan het voorvoegsel “Nieuw-“ voor hun naam.

Het vervoermiddel op de rivier is de korjaal, niet alleen hier, maar ook in andere delen van Suriname. De bodem moet sterk zijn, want de rivier is vaak ondiep, er moeten stroomversnellingen worden gepasseerd en dan raakt de bodem vaak de rotsen. Die bodem is uit één stuk, een uitgeholde boomstam, aan de zijkanten verlengd door planken. Er zijn ongeveer 10 zitjes achter elkaar, waar steeds 2 personen op kunnen zitten. Schoolkinderen gaan iedere dag vanuit de verschillende dorpen naar de scholen in Atjoni en weer terug. Al het andere personenvervoer en ook het vrachtvervoer gaat per korjaal. En is de last te zwaar, bvb een tractor of graafmachine? Leg 2 korjalen naast elkaar, een paar planken overdwars en de tractor rijdt er zo op! Zeer indrukwekkend.
Als we arriveren liggen er zeker 20 korjalen te wachten. Sommige worden gevuld door schoolkinderen in uniform. Iedere korjaal heeft in principe een bemanning van 2 personen. De “bootman” is stuurman, hij zit achterin en bedient de 15-80pk buitenboordmotor. Vaak is hij de eigenaar van boot en motor. Voorop zit zijn hulp, die met een peddel helpt om scherpe bochten te kunnen ronden.
Wij worden opgepikt door een boot van ons resort en we ontmoeten Claidell, onze Marron-gids voor de komende dagen, en Toni en Cock, een Nederlands echtpaar dat al jaren op Knini-paati komt. 
De tocht op de rivier is prachtig. Op de oevers alleen maar oerwoud en af een toe een dorpje waar we de vrouwen de was zien doen in de rivier en waar kinderen spelen of vissen. We hebben al te horen gekregen dat de Marrons niet gefotografeerd willen worden, dus daar houden we rekening mee.
Na een uur bereiken we ons resort, dat ligt op een klein eiland in de rivier. Het is in de afgelopen jaren opgebouwd door Nelson, de eigenaar, met veel hulp van Toni, die in Nederland aannemer is geweest. Er zijn een tiental cabins, houten huisjes voor 2-4 personen, en een aantal overdekte, maar verder open gezamenlijke ruimtes om te verblijven en te eten. Cock is kunstenares en heeft de gebouwen en cabins voorzien van prachtige beeldjes van vogels. Samen met Wim zijn we de enige gasten. We worden vertroeteld met lekker eten. We poedelen wat in de rivier en de naast het resort gelegen “sula”, wat stroomversnelling betekent. Claidell maakt een junglewandeling met ons, waarbij we uitleg krijgen over planten en dieren. We zien vogelspinnen en eerder op de rivier liet hij ons ook al een enorme anaconda op de kant zien. Hij toont ons de werking van de “telefoonboom”, een levende tamtam, en leert ons verschillende geluiden herkennen, zoals de roep van de “bospolitie”, een vogel die zijn soortgenoten waarschuwt voor naderende mensen.

De volgende dag maken we een tocht per korjaal langs enkele Marrondorpen. We kunnen de dorpen vanwege covid niet bezoeken, maar Claidell vertelt in de korjaal uitgebreid over de leefwijze van de Marrons, hun zelfredzaamheid door de jacht en door het verbouwen van groenten op de “kostgrondjes”, over de rol van de oom (broer van moeder) bij de vorming van de jongemannen. De plaats van de moeder in de samenleving is heel belangrijk, van haar weet men in ieder geval zeker dat ze familie is van haar kind. Polygamie komt onder de (traditionele) Marrons nog veel voor. Als je het je kunt veroorloven tenminste, want de huisvesting, uitzet en (kostbare) ceremonie die je een volgende vrouw moet bieden mag niet onderdoen voor de eerste verbintenis.
Er is ook een teleurstelling. We hadden erop gerekend dat we onze derde nacht in een junglekamp zouden doorbrengen. Enkelen uren lopen door de jungle met een gids, koken op een vuurtje, slapen in een hangmat. Zo was het aangekondigd, althans zo hadden we dat begrepen (en volgens ons hadden we er ook duidelijk voor betaald). Maar er bleek geen gids beschikbaar die deze tocht met ons zou kunnen maken, Claidell is daartoe (nog) niet bevoegd. De beoogde gids was niet eens in de regio, en sinds covid was dit onderdeel eigenlijk uit het programma gehaald. 
Het was voor ons een grote teleurstelling en dat hebben we ook laten merken. 
Maar toen we terugkwamen van een van de wandelingen troffen we Nelson, de eigenaar, op het resort. Hij had met Wim over onze verwachtingen gesproken. Nelson was heel duidelijk. Het was zijn eer te na en hij ging het regelen. Diezelfde middag vertrokken we met Asser, de oudere broer van Nelson, de jungle in. Claidell en 2 keukenmedewerkers van het resort gingen ook mee, er waren toch geen andere gasten op het resort waarvoor gekookt hoefde te worden. Onze spullen en het eten zouden per korjaal naar het kamp worden gebracht, samen met Wim, Toni en Cock, die dit uitstapje van harte aangrepen.
Drie uur liepen we door de jungle, Asser met machete voorop. Een keer moesten we omdraaien het pad volledig geblokkeerd was door meerdere omgevallen bomen. Toen we aankwamen op het junglekamp brandde er al een vuurtje en waren de eerste Parbo biertjes al open getrokken.
Een uurtje later vertrokken Wim, Cock, Toni en de twee keukendames weer met de korjaal en bleven Asser, Claidell en wij twee achter. De hangmatten werden opgehangen en het vuur voor de maaltijd werd ontstoken. Wat een bijzondere belevenis, de oerwoudgeluiden, de vallende avond, nog even poedelen in de sula, de maaltijd met zijn vieren. Het geplande kampvuur viel letterlijk in het water, doordat het ‘s avonds alleen maar regende. Dan maar op tijd de hangmat in. Monique sliep redelijk, ik heb wat bewuster van de nachtelijke uren kunnen genieten. Toen wij gingen liggen was Asser met zijn geweer en een koplamp de jungle in vertrokken. We hoorden ‘s nachts 2 schoten en de volgende ochtend lagen er een boshaas en een gordeldier klaar om gevild te worden. Asser was apetrots en hij maakte foto’s om naar een Nederlandse kennis te sturen, die hem het geweer had geschonken.
De tocht per korjaal terug was een belevenis op zich. De kreek was heel smal, ondiep en met scherpe bochten, waarvoor de stuurman en de menselijke boegschroef hun uiterste best moesten doen om de boot onder controle te houden. We zagen ijsvogels, handgrote felgekleurde vlinders en een kaaiman die vlak voor ons onderdook. Het was een prachtig slot van onze 4-daagse trip naar het binnenland van Suriname, iets wat we niet snel zullen vergeten.

Zo, ik neem de pen even van Pieter over voor de beschrijving van wat andere belevenissen. Inmiddels hebben we al 4 keer een rondje gegolfd. Het is een leuke baan, met lekker veel ruimte, zodat we de meeste balletjes van Pieter weer terugvinden. 9 holes vinden we wel genoeg bij deze warmte, we proberen dan ook altijd vroeg in de ochtend te spelen. Echt leuk om lid te zijn geworden; we kennen de vaste crew al en het is een mooie manier om in dit warme en vochtige land toch een beetje in beweging te zijn. Naast zwemmen, golfen en ochtendyoga doen we niet zoveel actiefs. Echt wandelen of fietsen zit er niet in, daar is het land niet op ingericht. Wel hebben we onze tweepersoonskayak uitgeprobeerd die we op Tenerife kochten, daar zijn we blij mee. Ook mijn nieuwe SUP-board is een aanwinst, veel lichter, makkelijker hanteerbaar en stabieler in het water.

Na ons jungleavontuur hebben we een paar rustdagen ingelast, even de ervaringen laten bezinken. Gewoon aan boord zijn, wat klusjes klaren, huishoudelijke dingen doen en de administratie wat bijwerken is ook al fijn. In de afgelopen week zijn de Älskling 2 (BE) en Pantera (NL) vertrokken, twee boten die hier al een paar weken lagen. De Belle Fleur (NL) gaat ook verder, daar vieren we nog een leuk afscheidsfeestje mee. En JanJorem (NL) vertrekt over een week. We verwachten een kleine invasie de komende dagen: de Offspring (BE), True North (NL) en DanceMe (BE) komen eraan, gezellig! We genieten van de relatieve rust in deze marina. We weten van andere boten, en we zien het ook op de site van Marine Traffic: het is druk in de Carieb en er komen nog héél veel schepen die kant op, een grote Armada is op dit moment bezig met de oversteek van de Atlantische Oceaan. De Fransen gaan vaak direct naar Martinique of Guadeloupe, de andere nationaliteiten verspreiden zich over Barbados, Grenada of St Vincent en de Grenadines. Maar de parel die Suriname heet, die is bij het grote zeilerspubliek niet bekend; vooral mensen van NL of BE nationaliteit komen deze kant op, een uitzondering daargelaten. De anderen weten niet wat ze missen, en dat laten we graag zo!

We hebben een hele lijst met dingen die we willen doen of zien, gekregen van mijn Surinaamse vriendin Friede en langzaam aangevuld met andere tips, bv van collega Radha die hier geboren is, van Wim, ons lokale contact, van gidsen waar we excursies mee ondernemen of van mensen die we spreken op straat of bij restaurantjes. We bezoeken fort Zeelandia. We kopen een paar mooie boeken over de Surinaamse geschiedenis bij de boekhandel, we eten bij Chi Min waar we écht moeten zijn geweest. Op een zondag gaan we naar de markt in Domburg: nee, geen kraampjes met waren, maar eten, eten en eten: we eten heerlijk Javaans uit bananenblad en willen alles proeven. We krijgen zoveel mee, dat we er twee dagen van smullen. We gaan met een gids de Bronsberg op, een avontuurlijke tocht, zeker na al de regenval van de afgelopen week, en we zijn maar wat blij dat hij veel ervaring als modderchauffeur heeft en dat we in een solide 4×4 zitten. We bezoeken watervallen waar we een douche onder nemen en meteen een megamassage van krijgen, wat een watergeweld. We rijden naar Fort Nieuw Amsterdam, waar we het openluchtmuseum bezoeken en nog meer lezen en zien over de bewogen geschiedenis van dit land. De kolonisatie, wisselende overheersing, de onderdrukking van de inheemse bevolking; het vreselijke slavernij verleden inclusief het leven op de plantages; de import van alle contractarbeiders uit alle windstreken, Javanen, Hindoestanen, Chinezen, Brazilianen, Nederlandse boeren. Maar ook de roerige politieke geschiedenis van de afgelopen eeuw…. Alle informatie begint een beetje op z’n plek te vallen. Het gevolg van dit indrukwekkende verleden, is het land wat we nu zien en meemaken; een land vol tegenstellingen, een smeltkroes van culturen, trotse en veelal aardige mensen met allen een andere achtergrond; alle religies zijn vertegenwoordigd, wat je ook ziet in het straatbeeld. Een enorme variëteit op culinair vlak. Maar ook een land wat gebukt gaat onder een moeizame politieke situatie, met veel achterstand qua onderhoud van gebouwen en wegennet als gevolg, en een enorme inflatie, waardoor veel armoede.  Wat het nou precies is, we weten het niet, maar we merken dat we ons hart aardig aan het verliezen zijn aan dit prachtige land, waar we ons wonderwel thuis voelen.

Als verrassing voor mijn verjaardag, organiseert Pieter een uitje naar Houttuyn, een soort wellnessresort aan de Surinamerivier. Ik word verwend met een saunaritueel, een bloemig voetenbadje, lichaamsscrub en een geweldige lichaamsmassage van top tot teen. Na het diner blijven we slapen in een soort luxe tent, een huisje met wanden van tentdoek, waar doorheen we ’s ochtends een prachtig vogelconcert horen. Eenmaal terug in de marina blijkt er een taart klaar te staan, en niet zomaar een taart: zo eentje heb ik nog nooit gezien; enorm en prachtig versierd met tropisch fruit! De dag ervoor was Offspring aangekomen, met jarige Stijn aan boord; toen we op het punt stonden de taart aan te snijden op 2 februari, kwam True North binnen en Wichard bleek ook 1 februari jarig te zijn geweest. Hoe leuk om zo’n mooie taart te delen met 3 andere crews en 3 jarigen onder ons!! Ik kijk terug op een geweldige verjaardag, mede dankzij alle lieve berichten, appjes, telefoontjes en gezang, compleet met taart en verrassingen. Op naar de volgende 47 jaar 🙂

Inmiddels is de crew van DanceMe ook gearriveerd. Hans en Liesbeth kennen we inmiddels al heel wat maanden, sinds de Spaanse ria’s. Over een week gaan we met hen een avontuurlijke jungletrekking ondernemen van 5 dagen, waarbij we in drie verschillende dorpen gaan slapen ergens aan de boven-Surinamerivier. Ik schat in, dat we na dat mooie avontuur een beetje klaar zijn om verder te trekken en de bruine Suriname rivier te verwisselen voor azuurblauw. Onze tickets naar huis zijn gekocht, direkte vluchten met KLM van Trinidad naar Schiphol. Eerst nog een maand naar Grenada en bijbehorende eilanden en dan richting eindbestemming van dit seizoen: in Trinidad gaat de boot de kant op. Nog twee en halve maand genieten van onze reis en de bijbehorende vrijheid en dan op naar ons Nederlandse bestaan waar we ook naar uitkijken.