Laatste stop in Europa

We liggen nu een week in de haven van El Hierro, Puerto de Estaca. Zoals we eerder schreven ligt de haven prachtig, onder aan een hoge rotswand. De jachthaven is keurig, is nog maar een paar jaar oud, maar hij is niet af en waarschijnlijk blijft dat ook zo. Er zijn mooie beveiligde hekken voor de pontoons, maar de hekken staan al 2 jaar open, omdat de toegangspasjes niet goed genoeg werken. Van de toiletgebouwen is er maar één in gebruik en het hok met de wasmachines blijft op slot. Maar er is walstroom en water op de pontoons, dus daarmee komen we een heel eind. Het is ook de haven waar de ferry vanaf Tenerife aankomt en vertrekt. Behalve de vertrekhal van de ferry met een klein cafetaria en het kantoor van de enige havenpolitie-diender is hier verder niets. Het dichtstbijzijnde stadje, teven het hoofdstadje, Villa de Valverde, ligt bovenaan de eerdergenoemde rotswand, en dat is 500 meter hoger. Niet handig voor de boodschappen. Ongeveer tweemaal per dag gaat er een bus. Tja, we missen La Gomera, waar het haventje direct aan de hoofdstad lag, met de bakker, de supermarkt en de gezellige cafeetjes op loopafstand.

Natuurlijk hebben we eten genoeg aan boord, waaronder de zelfgevangen tonijn, dus we komen niets te kort. De eerste dagen zorgen we voor de boot, we zwemmen vanaf het zwarte strandje net buiten de haven, we maken een fietstocht langs de kust en we genieten van het mooie weer. We bakken ons eerste brood met de bakmachine, een succes! De overbrenging (homokineet) tussen schroefas en keerkoppeling sproeit vet. Het lukt me dit (voorlopig?) te repareren, helaas ten koste van een aantal nare vetvlekken op mijn kleren. Ja, die had ik natuurlijk eerst uit moeten doen! We regelen een huurauto, waarmee we in drie dagen het hele eiland verkennen. Het woord wat het meest in me opkomt is sprookjesachtig.

Net als in La Gomera wordt het hoogste deel van het eiland voor een groot deel ingenomen door nevelwoud met bovenin laurierbomen en lager pijnbomen. Maar het is hier nóg groener, de lagen mos op de bomen zijn nog dikker en feller gekleurd, waardoor het lijkt alsof de bomen dikke truien aan hebben van bijna fluorescerend groen. Elk moment kan er een kabouter tevoorschijn komen. In de pijnbossen staan de bomen relatief ver uit elkaar en groeit er verder niets op de bodem, die bedekt is met een dikke laag dennennaalden. Je ziet de feeën haast dansen. Het palet aan kleuren van het vulkanisch gesteente is indrukwekkend, de trollen kunnen nooit ver weg zijn.

In het noordwesten is een bos dat bestaat uit jeneverbesbomen, waarvan de kruinen, door de voortdurende geseling van de passaatwind, volledig opzij staan.
Ook dit eiland is door vulkanisme ontstaan. We bezoeken het bezoekerscentrum, waar o.a. een video wordt vertoond van de onderzeese uitbarstingen in 2011/2012, slechts enkele kilometers uit de kust.

De laatste autodag trakteren we onszelf op een lunch in een prachtige Mirador met uitzicht op El Golfo, waar een deel van het eiland ongeveer 600.000 jaar geleden in zee verdween, waarna er een uitgestrekte zeer vruchtbare laagvlakte overbleef. Er wordt hier van alles verbouwd, vooral de ananas wordt geëxporteerd.
Ondertussen houden we het weer nauwlettend in de gaten. We willen graag een nieuwe stap zetten, Europa achter ons laten, door naar de KaapVerden te varen. Maar er staat steeds teveel wind naar onze zin. Gisteren, maandag, hakten we de knoop in principe door, om vandaag te vertrekken. Dus we deden met de auto de laatste inkopen en maakten de boot klaar en Monique kookte al vast een paar maaltijden om later op te warmen. Maar vanochtend zag het er toch weer een stuk minder goed uit en nu lijkt het beter nog een dag of twee of drie te wachten. We hebben geen haast en we krijgen liever geen 35 knopen wind om onze oren, al komt die van achteren.
Even schakelen dus, de boot en wij weer terug in de relax-stand. Hee, hebben we ineens 2 dagen “over”! We pakken de klussenlijst er maar weer bij.

Bezoek op Tenerife

Maandag 15 november varen we weg van het heerlijke eiland La Gomera, met een beetje pijn in ons hart. Het was fijn om ergens wat langer te blijven, de plaatselijke bakker te kennen en onze favoriete restaurantjes te hebben. Maar het is nou eenmaal tijd om te gaan, want we krijgen bezoek op Tenerife. Rustig varen we naar de overkant bij lichte wind, we zien een aantal grienden die heel dicht langs de boeg van onze boot zwemmen. Het laatste uurtje naar marina San Miguel is weer pittig, net als vorige keer, met meer dan 20 knopen wind op de neus en nare steile golven. Weer veel wind bij aankomst en deze keer krijgen we een box op een plek met nauwelijks manoeuvreerruimte, zonder vingersteiger, geen buurboten en twee veel te korte achterlijnen die uit de diepte moeten worden opgevist, eigenlijk is onze boot de groot voor de toegewezen plek. Flinke wind uit de verkeerde richting en een marinera die nieuw is en niets van schepen of wind lijkt te snappen, werken in ons nadeel: we komen dwars in de box te liggen met wat schade aan de boeg. We weten het wel weer op te lossen, maar ohhhhh, wat vinden we deze marina toch rampzalig. Later horen we meerdere gelijke ervaringen van andere crews, en ieder is het erover eens: wat een onbehulpzame staf en wat een nare marina. Het enige voordeel is, dat het dicht bij de airport ligt. En bij het hotel waar Merel met vriend Erik en de kinderen verblijven. Snel pakken we de fietsen en gaan naar ze toe voor het weerzien en een borrel. 

We hadden een paar weken geleden een autootje weten te huren, de laatste die beschikbaar was, een fiat Panda, en helaas was er geen grotere meer beschikbaar gekomen. Dus de dag erna met z’n zessen erin, lekker krapjes op de achterbank. Maar waar een wil is…

Samen door het vulkanisch landschap gereden en de middag aan het strand doorgebracht. De volgende dag nemen we het gezelschap mee naar het befaamde Loro-Parque, een bijzondere dierentuin. We zien een indrukwekkende orkashow, en daarna shows met dolfijnen, papagaaien en zeeleeuwen. Het park is mooi aangelegd met tropische begroeiing. Heel bijzonder is het grote ijsverblijf waar Humboldt- en Koningspinguïns leven. Ook de aquaria zijn een feest voor het oog. Maar als we Tom vragen wat hij het leukste vond, is dat de speeltuin 🙂 Fijn om Merel en de kleinkinderen weer even om ons heen te hebben en leuk om Erik weer eens te zien! We nemen ’s avonds afscheid van de familie. 

Donderdag gaan we eerst boodschappen doen. Helaas is de kajak die we van Anje hadden overgenomen recent kapotgegaan. We rijden naar Santa Cruz om daar onze nieuwe tweepersoonskajak op te halen bij de Decathlon. Fijn dat dit hier nog zo makkelijk kan, nu we nog in de EU zijn. We gaan er vast veel plezier aan beleven! Dan de algemene boodschappen en dan snel naar huis, om de boot netjes en gezellig te hebben voordat Ferdy en Anastasia aankomen. Dat lukt precies! Om half zes rijden ze het terrein van de haven op, wat een fijn weerzien!! Ze hebben een tas van wel 20 kilo aan spullen bij zich, die we in Nederland hadden besteld en bij hen hadden laten afleveren, wat een schatten dat ze bereid waren dit hierheen te sjouwen! En daarnaast hebben ze nog nog pepernoten in diverse smaken bij zich, gevulde koeken voor Pieter, mijn koekie-monster, en gemberbolletjes op siroop, die ik hier nergens kon vinden. Zo gezellig dat ze voor een lang weekend komen overgevlogen. En ze namen prima weer mee, dat wil zeggen: nauwelijks wind, blauwe luchten en zon. Vrijdag kunnen we dan ook het water op en zien rond de 1000 meter dieptelijn vele grienden, zelfs met jongen aan hun zij. Nastya maakt er prachtige filmpjes van. In de namiddag rijden we door de Masca-kloof, zien Los Gigantes bij avondlicht en gaan uit eten bij onze rennende Japanners. Zaterdag rijden we naar de vulkaan, lunchen aan zee bij Garachico, halen er de befaamde ijsjes van Abuelo en vinden een uitdagende weg naar huis, ideaal voor onze coureur Ferdy, die zijn hand hier niet voor omdraait. ’s Avonds hebben we mooie en dierbare gesprekken en leren we een nieuw spel van ze. Zondag is het alweer tijd om naar huis te vliegen. Wat een heerlijk bezoek van mijn allerbeste vriend en zijn vrouw, altijd welkom aan boord!! Zoals altijd na fijn bezoek aan boord, blijven we achter met een licht verdrietig gevoel maar vol goede herinneringen.

Gelukkig geeft de wedstrijd van Max weer mooie en bloedstollende afleiding, ohhh, wat is het spannend dit jaar in de Formule 1. We vrezen dat dit de laatste keer is dat we live kunnen kijken, de laatste twee wedstrijden van dit seizoen zullen we op zee of op de Kaap Verden zijn. Maar dan hebben we vast wat wal-supporters die ons op de hoogte gaan houden van de ontknoping. Voor het geval jullie het niet wisten: wij zijn voor Max!

Maandag 22 november varen we in de ochtend weg. Er lijkt flinke wind aan te komen in de komende week, dus nog geen geschikt moment om zuidwaarts te gaan. Dat geeft ons de gelegenheid nog een weekje te gaan genieten van het meest westelijk gelegen eiland van deze Canarische eilanden, El Hierro. Omdat het windstil is, motoren we in ruim 4 uur naar een prachtige ankerplek bij La Gomera, playa Suarez, waar we na aankomst meteen gaan snorkelen in kristalhelder water en zien vele gekleurde vissen. We slapen als rozen, gelukkig staat er zo goed als geen swell. De volgende ochtend varen we verder, 7 uur motoren over een olieachtige zee. We zien een grote zeeschildpad van dichtbij en cirkelen even om hem heen voor een mooi filmpje. Ook vangen we onderweg een middelgrote mahimahi die zich op het allerlaatst weet te bevrijden, de geluksvogel. Een paar uur later landen we wel een mooi tonijntje van 2 kgr, perfect om ’s avonds onze aankomst op El Hierro te vieren met een mooi bord sashimi. De haven is schitterend gelegen tegen een indrukwekkende rotswand aan, is zeer ruim opgezet en er blijkt plek genoeg te zijn. De aankomst verloopt zeer ontspannen en we zien meteen een aantal bekende crews. We weten het meteen al: we gaan hier een mooie tijd beleven.

3 weken in het paradijs

Al voordat we aankwamen op La Gomera hadden we besloten daar zeker 3 of 4 weken te blijven. Aanvankelijk kregen we maar een reservering voor 2 weken. Hadden we er al over geschreven? Het is in alle marina’s overvol. Dat komt omdat er dit jaar veel meer boten onderweg zijn naar het zuiden. De helft had vorig jaar willen gaan, maar heeft het vertrek tot dit jaar uitgesteld. Daardoor zijn er overal twee keer zoveel jachten, en daarvoor is er onvoldoende capaciteit in de jachthavens. En de mogelijkheden om voor anker te gaan zijn op de Canarische eilanden beperkt. Je bent dus veel tijd kwijt met aanschrijven van marina’s en leuren om een plekje, vaak tevergeefs. Maar gelukkig kregen we een plek in La Gomera en het lukte ons aan de balie dat ook nog met een weekje te verlengen. 

De jachthaven ligt prachtig, bij het hoofdstadje San Sebastian, waar ook de ferry’s vanaf Tenerife aanmeren. Vrijwel iedere dag ligt er ook een cruise-schip, altijd in de vroege ochtend aangemeerd om dezelfde avond onder luid getoeter weer te vertrekken. De haven ligt direct onder een imposante rotswand. We liggen mooi beschut. Naast de haven is een strand (met zwart zand!), waar de plaatselijke bevolking en de gasten zwemmen. Het stadje is liefelijk, met een plein met eeuwenoude laurierbomen. Columbus kwam hier graag, maakte vanaf hier zijn eerste ontdekkingsreis naar Zuid-Amerika. De vrouw van de gouverneur zou lang zijn maîtresse geweest zijn. We snappen heel goed dat dit eiland allerlei romantische gevoelens naar boven haalt.
Het is heerlijk om hier een tijd te zijn. Waar Tenerife overstroomt van het massatoerisme en een jachtige indruk maakt, ademt dit eiland vooral rust en natuurschoon. Het is heerlijk om het stadje voor de deur te hebben, zo bij de bakker en de Spar binnen te kunnen lopen, een koffietje op een terras te kunnen drinken. En het eiland biedt zoveel meer. Er zijn vele tientallen wandelingen uitgezet door zeer verschillende landschappen. Soms loop je door een droge, rotsachtige omgeving bij hoge temperaturen, soms moet je een trui en een regenjas aan als je op hoogte door het nevel-oerwoud loopt. Twee keer hebben we een paar dagen een huurauto om naar de wandelingen toe te rijden, maar we hebben ook de bus genomen voor een wandeling die uiteindelijk (na 7 uur) weer bij de haven uitkwam.

Tussen de wandeling hebben we heerlijke “vrije” dagen, waarin we wat klussen aan de boot (dat houdt nooit op), luieren, zwemmen en snorkelen vanaf het strand. Monique kookt weer super aan boord, maar vaak maken we gebruik van de lekkere en zeer betaalbare kleine restaurantjes waar dit stadje rijk aan is.
 Op 4 november werd ik hier 66 jaar. Monique toverde (via een hulplijn verkregen) verjaardagskaarten tevoorschijn en de tafel stond vol cadeautjes, deels van plaatselijke herkomst. ‘s Avonds trakteerde ze mij op een heerlijk diner in de plaatselijke Parador.
Een dag hebben we besteed aan een introductiecursus “freediven”. Daarbij duik je niet met luchtflessen op je rug, maar probeer je in één ademteug lang en diep onder water te komen en te blijven. Het is heel nuttig om dat te beheersen, bijvoorbeeld als je anker vastzit op 10 meter diepte, of als je iets op een ankerplaats overboord hebt laten vallen. Verder kan het ook heel mooi zijn, als je al snorkelend ook een tijdje wat dieper kunt gaan. En nee, we streven niet naar extremen. Het diepterecord freediven staat op 135 meter, onvoorstelbaar. Wij zijn al blij als we na wat oefenen de 10 meter gaan halen zonder al teveel stress. 

Er is maar één golfbaan op La Gomera, maar dat is meteen een van de mooiste op de Canarische eilanden. We hebben onszelf getrakteerd op een rondje en het was inderdaad fantastisch. Vanaf alle holes uitzicht op zee en op Tenerife met de vulkaan de Teide. Over vulkanen gesproken: vanaf de westkant van het eiland konden we de aswolk op La Palma heel goed zien.
Tijdens ons verblijf hier hoorden we dat mijn dochter Merel met onze 2 kleinkinderen graag een weekje naar de zon wilde komen en dat ze ging proberen dat bij ons in de buurt te doen. Wat een verrassing! Ze is net vanmiddag geland op Tenerife, zijn nu op weg naar hun hotel vlakbij de marina waar we na enige moeite gelukkig weer konden reserveren en daarom varen we daar morgen weer naar toe. Leuk om samen wat tijd door te brengen. Later die week komt Ferdy, Monique d’r beste vriend een paar dagen met zijn vrouw bij ons aan boord, gezellig!!
We zullen La Gomera erg missen, maar we kijken ook uit naar de komende week met familie en vrienden. En daarna, we weten het nog niet. Gaan we nog een ander Canarisch eiland (El Hierro?) bezoeken, of wordt het tijd om de volgende grote stap, naar de Kaap Verden te zetten? Daar gaan we de komende week maar eens naar kijken.

Reisverslag van twee opstappers

Donderdagavond vliegen wij, Mieke en Pim, van Amsterdam naar Tenerife, waar Pieter en Monique diezelfde dag zijn aangekomen. Na het ophalen van de huurauto op het vliegveld rijden we naar de Marina waar Pieter en Monique ons opwachten met wijn en nog een ‘licht’ diner: gaspacho en gebakken zelfgevangen tonijn. Een geweldige ontvangst! 

De volgende ochtend ontbijten we rustig op de boot en maken een plan voor die dag. Tickets voor de gondel naar de top van de vulkaan de Teide lijken online niet meer beschikbaar maar we besluiten toch die kant op te rijden en te proberen aan de balie nog iets te regelen. De route gaat over bochtige kleine weggetjes en is prachtig, het is heel bijzonder om vanaf zeeniveau naar 2000 meter te rijden. 

Pieter krijgt ter plekke de tip dat er elk uur kaartjes worden vrijgegeven en het lukt hem meteen om te reserveren voor de gondel die een uur later vertrekt. We wandelen nog wat over het ruige maanachtige landschap en daarna brengt de gondel ons in 8 minuten nog eens 1500 meter hoger. Boven is er een prachtig uitzicht over de rest van het eiland en de zee. We doen een korte wandeling (best pittig op die hoogte!) en krijgen een prachtig uitzicht op La Gomera waar we hopelijk later naar toe zullen zeilen. Ook is de vulkaanuitbarsting op La Palma goed te zien, donkere as stijgt op en trekt een streep over de horizon, wat een natuurgeweld. 
Met een van de laatste gondels gaan we naar beneden en rijden via een andere route terug om nog wat meer van het eiland te kunnen zien. Onderweg stoppen we in een vissersdorpje en eten we heerlijke tapas (gefrituurde inktvis ringen) en drinken bier. Pim blijkt het kaartje van de parkeerplaats kwijt te zijn maar ziet deze op wonderlijke wijze nog over de grond vliegen bij de plek waar we eerder hebben gezeten. We kunnen zonder al te veel vertraging terug naar de boot waar Monique een geweldige curry uit de keuken tovert.

Zaterdag rijden we naar Masca, een dorpje in een vallei waar een mooie wandeling door de vallei naar het strand start. We hadden gedacht daar een stuk van te kunnen lopen maar het blijkt dat je van tevoren moet reserveren en de man bij de poort is onverbiddelijk, we mogen niet door. We kijken rond in het net geopende bezoekerscentrum, eten een heerlijke verse ananas en rijden daarna door naar Garachico, een stadje in het noordwesten. Monique scoort een tafel met prachtig uitzicht op zee en we lunchen paëlla en allerlei soorten verse vis, genieten! 

We bezoeken de natuurlijke baden in zee, waar nu hele ruige golven zijn maar normaalgesproken gezwommen kan worden. ’s Avonds leveren Mieke en Pim de huurauto weer in op het vliegveld en organiseren Pieter en Monique een heerlijke barbecue aan boord.

Zondag staan we op tijd op en klaren uit in de haven. Rond 11 uur varen we de zee op en wordt het zeil gehesen. Pieter heeft van tevoren uitvoerig het weer bestudeerd en er was niet veel wind voorspeld maar we kunnen toch ruim een uur zeilen. Daarna wordt het wisselvallig en wordt af en toe de motor gestart. In de buurt van La Gomera trekt de wind weer aan en kan de motor uit, het laatste stuk gaat weer geheel op de kracht van de natuur! 

De deining is bij vlagen onplezierig maar we worden getrakteerd op een paar grienden (kleine walvissen) vlakbij de boot. Er gaan een stuk of 6 boten richting La Gomera en als we aankomen bij de haven liggen er al 3 te wachten. Het gaat ontzettend traag maar als we uiteindelijk aan de beurt zijn weten ze dat we een reservering hebben en worden we vrolijk onthaald. We vieren de geslaagde overtocht met bubbels en gaan nog even het stadje in. Monique maakt pasta en we kijken de hele spannende overwinning van Max Verstappen in de kuip aan boord, geweldig!

Maandag regelen Pieter en Monique het inklaren, huren een auto en vertrekken we daarna met de auto naar het midden van het eiland voor een wandeling bij Imada, door de Guarimiar-kloof. De natuur is spectaculair en de uitzichten prachtig. Pieter stuurt ons vakkundig over de smalle weggetjes. 

Dinsdag beginnen we de dag aan het zwarte(!) strand. We zwemmen en snorkelen en maken met de drone een foto van onze felgekleurde handdoeken op het zwarte zand. Daarna vertrekken we naar El Cedro waar een spannende wandeling start. Het begin gaat door een 500 meter lange watertunnel waar je (mits er niet te veel regen is gevallen) doorheen kunt lopen. We horen van andere wandelaars dat er veel water ligt en je tot boven je enkels nat wordt. Gelukkig liggen er 3 paar Teva’s in de auto en durft Monique het op slippers aan. De meegebrachte zaklampen blijken geen overbodige luxe want het is stikdonker in de tunnel en we waden een heel stuk door dikke modder. 

We zijn blij met het letterlijke licht aan het einde van de tunnel en vervolgen de wandeling door een groot laurierbos omhoog. Dit gedeelte van het eiland is een stuk natter en daardoor ook groener, de afwisseling is prachtig! Op het laatste stuk vinden we een enorme bramenstruik en plukken verse bramen. ’s Avonds tovert Monique een heerlijke Marokkaanse maaltijd tevoorschijn. 

De volgende dag gaan we naar het westen van het eiland richting Valle Gran Rey. We rijden naar de kust voor koffie en komen het mooie dal van Valle Gran Rey, waar in de jaren 70 een hippie-gemeenschap is ontstaan. Het blijkt een lieflijke haven te hebben waar we twee enorme roggen spotten. We hebben het plan om twee wandelingen te maken, de eerste naar een waterval en de tweede naar de hoogste berg van het eiland. De eerste wandeling start in El Guro en loopt door de (vrij droge) rivierbedding naar de waterval. Aan het begin van de wandeling wanen we ons op de prairie, de veelzijdigheid van de natuur op dit eiland is ongelofelijk. Al snel wordt het een glibberige en daardoor een (in)spannende tocht. 

We hadden vrij optimistisch onze zwemkleding meegenomen maar pootjebaden blijkt de enige optie en we dalen snel weer af. Het is al redelijk laat en de gehele tweede wandeling lijkt niet meer te gaan lukken. We passen het plan aan en rijden tot op een kilometer van Alto de Garajonay, de hoogste berg van La Gomera. In 20 minuten wandelen we door de dichte mist naar de top, waar we een glimp van de zee zien maar de 360 graden view ontbreekt. Toch voldaan keren we terug naar de boot. Na een borrel aan boord eten we bij Iballa, een klein restaurantje in een mooie tuin, aangeraden door een oud-collega van Mieke. Het is een goede afsluiting van een geweldige week. 

Donderdag pakken we na een heerlijk uitgebreid ontbijt onze tassen in, kopen wat souvenirtjes en vertrekken na een kop koffie richting de veerboot die ons terug zal brengen naar Tenerife. We kijken terug op een fantastische week aan boord. Lieve Pieter en Monique: bedankt voor de gezelligheid, de liefdevolle gastvrijheid en de mooie ervaring!

Bloemeneiland Madeira

Woensdag 13 oktober varen we om 9.00 uur in de ochtend weg bij Porto Santo. We hadden hier best langer willen blijven, maar Madeira lonkt en we hebben niet veel tijd voordat onze gasten aan boord gaan komen in Tenerife. De dagen die we hebben willen we graag op Madeira doorbrengen, we zijn nieuwsgierig. We motoren een aantal uur en dan leggen we de rest van het stuk af met hulp van de gennaker, heerlijk ontspannen zeilen. We ronden de hoek van Madeira en gaan voor anker in de prachtige baai Ensenada de Abra, waar majestueuze rotswanden om ons heen oprijzen en we onder de indruk naar alle schakeringen bruin in de wanden kijken. We gaan meteen een stukje snorkelen en zien de eerste tropische vissen. Aan het eind van de dag gaan we met de dinghy naar de kant en maken een flinke wandeling tot aan de top, dwars door ruig landschap zonder begroeiing met uitzicht aan alle kanten over zee.

We weten nog steeds niet of we welkom zijn in de haven Quinta do Lorde. Deze haven ligt het meest oostelijk gelegen en biedt prima bescherming, maar is ook erg duur, bijna 70 euro per dag! De communicatie verloopt moeizaam, we worden al een kleine week aan het lijntje gehouden met de mededeling dat we op de wachtlijst staan. Pieter belt dagelijks, en hoewel de dames aan de telefoon altijd even aardig zijn, slagvaardig zijn ze niet. Mañana weten we meer, is steeds het antwoord. De volgende dag genieten we van deze bijzondere plek, als we rond half drie een belletje krijgen dat we welkom zijn! Een uur later varen we de marina binnen, waar tot onze verbazing vele boxen leeg zijn. Okee, sommige boxen zijn beschadigd, de pontoons hangen op half elf, daar kan je niet veilig liggen. Maar andere plekken zien er prima uit. Blijkbaar is de organisatie van deze marina niet helemaal op orde.

Ze zijn wel alleraardigst en de mevrouw achter de balie doet erg haar best een auto voor ons te reserveren. Alles blijkt verhuurd te zijn, het eiland wordt overspoeld door toeristen, mensen die allemaal hun vakanties willen inhalen die door Corona niet zijn doorgegaan. De enorme stroom toeristen kunnen ze nauwelijks aan, vertelt de mevrouw van de autoverhuur. We zijn enorm blij, dat we de laatste beschikbare auto voor drie dagen kunnen bemachtigen, al is het een 9-persoonsbus, haast een vrachtwagen. Die avond bereiden we de wandelingen van de komende dagen voor, we willen er zoveel mogelijk uit proberen te halen.

We hebben al snel door dat je op dit eiland zonder auto niets kan beginnen. De haven ligt helemaal afgelegen aan de oostzijde van het eiland. Madeira blijkt enorm rotsachtig te zijn, met steile wegen overal, hoge bergen en diepe kloven. Wat knap hoe dit eiland toegankelijk is gemaakt voor verkeer, dankzij de talloze tunnels die overal zijn aangelegd. De eerste dag maken we een prachtige wandeling naar Caldeira Verde en Inferno, langs een levada, op een smal pad langs een diepe afgrond. We komen door veel lage tunnels, maar goed dat we zaklampen hebben meegenomen.

De tweede wandeldag rijden we helemaal naar de westzijde van het eiland voor een tocht van drie uur door heel ander landschap, veel minder bijzonder. In de namiddag bezoeken we de hoofdstad Funchal, waar Pieter me langs alle bezienswaardigheden gidst, we het bloemenfestival bezoeken en ’s avonds in een van de gezellige straatjes neerstrijken bij een restaurant waar we ontzettend leuk worden bediend en heerlijk eten. De laatste dag lopen we meer dan vier uur, beginnend vanuit een klein dorpje Cruz, langs de lokale tuintjes en landerijen, steeds dieper de kloof in langs afgronden die loodrecht naar beneden gaan. Indrukwekkende vergezichten en groen overal waar het oog reikt. Wat een vruchtbaar eiland. Overal groen, overal bloemen, overal fruitbomen.

We gebruiken de auto nog even voor het doen van de boodschappen voor komende week, als Pim en Mieke aan boord zijn. En deze fijne dag sluiten we af met een gezellige borrel aan boord van de Pacific Blue, ook een Nederlands schip.

Vier dagen wandelen op Madeira is natuurlijk veel te kort, we zouden weken op dit eiland kunnen doorbrengen, maar we moeten verder. Dinsdagochtend varen we weg, dag prachtig Madeira, tot een volgende keer!

Zoals verwacht is het windstil, de eerste tien uur moeten we motoren. Het voordeel van vlak water is dat we veel meer zeeleven zien. We zien twee zeeschildpadden voorbij drijven en zien twee groepen kleine walvissen niet ver van de boot. De eerste groep zijn grienden, de tweede groep heeft een lichtgrijze kleur en is van een groter formaat, ze spuiten steeds fonteinen en soms zien we een grote grijze rug met een andere vorm rugvin dan de grienden, geen idee welk type walvissen dit zijn. Dan begint het te waaien en de rest van de etappe doen we onder zeil. Woensdagochtend gaat de vislijn uit en binnen driekwartier vangen we twee kleine tonijntjes en een bescheiden maat mahimahi. Yes, het vissersschip is weer in bedrijf. De wind neemt steeds verder toe, en donderdagochtend rond 5 uur zijn we bij de noordwestelijke punt van Tenerife, waar we vol in een acceleratiezone terechtkomen.

Gelukkig hadden we hierop geanticipeerd, maar ondanks derde rif in grootzeil en twee reven in de genua, vonden we de 33 knopen wind en flinke schuivers op de pittige golven een spannende ervaring, zo vlakbij het land, met een ander schip op ramkoers in het pikkedonker, die niet reageerde op onze marifoonoproep. Ohhh, wat ben ik dan toch trots op mijn kapitein, die onverschrokken achter het stuurwiel staat, rust uitstraalt, geen stress in zijn stem te horen, terwijl ik met witte knokkels me stevig vasthoud en de mijlen aftel naar vlak en beschut water…….

De wind valt inderdaad helemaal weg zodra we in de windschaduw van het hoge eiland terechtkomen. De laatste uren motoren we langs de vreselijk bebouwde kustlijn, waar alle toeristenresorts zijn neergezet. Ik kan me niet voorstellen dat er ook maar 1 architect bij is, die trots is op wat hier is gebouwd. Als we de laatste hoek omgaan richting onze beoogde marina, krijgen we de wind volop de kop en de laatste uurtjes motoren zijn dan ook erg onaangenaam, extra fijn dat we er zijn, in Marina Amarilla. Na wat gedoe liggen we in onze box, maken de boel globaal aan kant en gaan uitgeteld siësta houden. We slapen die middag van half vier tot half zeven, en moeten dan nog snel aan de slag om alles netjes aan kant te hebben voordat Mieke en Pim arriveren. Maar dan is het zover, rond 9 uur in de avond komt er een auto het terrein oprijden en we zien twee blije gezichten: heerlijk om onze familieleden te zien en aan boord te halen: we gaan ze een leuke week bezorgen!!

De reis naar Madeira

Vandaag een week geleden vertrokken we vanuit Leixoes, bij Porto, voor een tocht van ruim 600 mijl naar Porto Santo, het meest Noordelijk gelegen eiland(je) van de Madeiragroep. Uitgaand van een gemiddelde van 120 tot 140 mijl per dag zouden we dan op maandag overdag aan moeten komen. We zijn nog wat onzeker over de orka’s en sturen de eerste dag niet in een rechte lijn naar ons doel, maar wat verder van de kust af. Het is lang geleden dat we een tocht van 5 etmalen hebben gezeild en het voelt dan ook onwennig. De eerste middag, avond en nacht is het licht weer, windkracht drie, en we varen een ruime koers. De windvaaninrichting stuurt. Die maakt geen geluid en gebruikt geen energie. Het gaat prima. Er staat een behoorlijke deining, en omdat er weinig winddruk in het zeil is rollen we nogal. Die eerste dag krijgen we tot driemaal toe bezoek van een grote groep dolfijnen. Altijd een feest.
‘s Nachts is het nieuwe maan. De sterrenhemel is overweldigend. De volgende ochtend zijn we ver genoeg uit de kust en verleggen we de koers recht naar Porto Santo. Daardoor komt de wind bijna recht van achteren. Dat is voor zeilers altijd een lastige koers omdat het gevaar bestaat dat de boot erg om zijn lengteas gaat rollen (van links naar rechts). Op de Déesse hadden we daar een mooie oplossing voor gevonden: we zeilen met een uitgeboomd voorzeil (genua) naar loef, dus aan de kant waar niet het grootzeil staat. En achter de voorstag hijsen we een tweede voorzeil (fok) die wel aan dezelfde kant als het grootzeil staat. De fok trekken we dan redelijk strak naar achteren. Deze fok gaat het rollen tegen en zorgt voor meer druk in de genua, waardoor de genua beter vol blijft staan en de snelheid ook nog wat toeneemt. Dit beviel ons zo goed dat we op de Mahimahi wat aanpassingen hebben gedaan zodat we dit zeilplan daar ook kunnen gebruiken. En het werkt! De boot is goed in balans, we rollen veel minder en de windvaan stuurinrichting kan de boot hierbij prima op koers houden. Alles gaat op rolletjes. De voortgang is goed, het weer is aangenaam zonnig, Monique kookt weer de heerlijkste gerechten, de zonnepanelen houden de accu’s vol. We hebben zoveel stroom dat we volledig elektrisch koken (waterkoker en eenpits inductie kookplaatje) en we houden zelfs wat over om de boiler wat op te warmen. De kapitein heeft het helemaal naar z’n zin. Het is gewoon een heerlijk gevoel als alle systemen blijken te werken zoals we het hadden bedacht.


De wind neemt geleidelijk toe tot een dikke windkracht 5. Er gaan riffen in de zeilen. Omdat de windsterkte steeds flink wisselt is het erg lastig de boot goed in balans te houden. En dat is weer nodig om de windvaan goed zijn werk te kunnen laten doen. De golven nemen ook flink toe en komen uit meerdere richtingen. Ze zijn tot ruim 2 meter hoog en vrij steil. Soms duwen ze de boot even uit koers, maar de windvaan kan het allemaal aan. We doen een wachtschema van 3 uur op, drie uur af. Dat houden we ‘s avonds en ‘s nachts strikt aan, overdag zijn we losser. De wacht is in de kuip, controleert regelmatig de koers, de windsterkte en richting, de zeilbalans en let op andere scheepvaart. Tussendoor ligt de wacht ook wel op de kuipbank met de ogen dicht. Je merkt het daar meteen als er iets verandert.
Met het toenemen van de wind en van de zeegang wordt het natuurlijk wel minder comfortabel en soms even spannend. Maar in de loop van de dagen groeit het vertrouwen in de boot en in onszelf en raken we steeds meer ontspannen.
De laatste helft van de tocht is er veel bewolking en valt de opbrengst van de zonnepanelen tegen. Gelukkig hebben we nog een troef, onze nieuwe sleepgenerator. We brengen die in stelling en al is de opbrengst beduidend minder dan die van onze set van 4 zonnepanelen (mét zon tenminste), de accu’s blijven op een acceptabel peil. We kunnen nog steeds elektrisch koken, alleen de boiler warmen we niet meer op.
Steeds verder zuid komend, merken we dat het geleidelijk warmer wordt. Ook de zeewatertemperatuur stijgt, van 20 graden bij vertrek naar bijna 24 graden bij aankomst in Porto Santo. ‘s Nachts is er veel minder condens, het dek en de ruiten blijven droog. Een heerlijk gevoel dat het steeds tropischer wordt.
We hebben onze snelheid duidelijk te laag ingeschat. We doen ruim 150 mijl per dag en het ziet er naar uit dat we niet op maandag overdag, maar op zondagavond gaan aankomen. Hopelijk nog bij licht, want in het donker ankeren op een onbekende plek met ongetwijfeld veel boten voor anker is niet echt leuk. We zijn goed op schema voor een aankomst bij licht, maar de laatste dag valt de wind tegen en het wordt alsnog ankeren bij Porto Santo in het pikkedonker, we zijn maar een uurtje te laat. Hoe zuidelijker we komen, hoe sneller de nacht valt, er is nauwelijks een twilight-zone. 


Volgens traditie vieren we de goede aankomst met bubbels. We kijken terug op een geslaagde meerdaagse tocht, de langste met de Mahi mahi tot nu toe. De omstandigheden waren best pittig, maar ons vertrouwen is gegroeid en het plezier in het zeilen daarmee ook.


We slapen die eerste nacht voor anker maar matig, er staat een behoorlijke deining op de ankerplaats, waardoor we flink rollen. In de ochtend worden we wakker in een prachtige omgeving. Deels vulkanisch landschap, enkele groene heuvels, een kilometers lang strand. Dat is vrij bijzonder en ook juist aantrekkelijk, want het veel grotere Madeira (voluit Madeira grande) heeft juist helemaal geen strand. Het water is azuurblauw en kraakhelder. Er liggen wel 15 boten voor anker, waarvan 4 Nederlandse die we allemaal nog niet kennen. De bijboot gaat te water en we varen eerst naar het havenkantoor voor de formaliteiten. We hebben de vouwfietsen meegenomen om het eilandje te verkennen.

We fietsen langs 10 km strand en lunchen in een tropische setting. We hebben nog volop energie en maken een wandeling naar de Pico Castelo, een mooie groene steile heuvel. Dat het groen is, is te danken aan één persoon, Antonio Schiappa de Azevedo, die er eind negentiende eeuw, grotendeels eigenhandig voor zorgde dat de kale berg herbebost werd. Er was door erosie maar een dunne zandlaag over, die door zware regen steeds wegspoelde. Met keien bouwde hij duizenden muurtjes waardoor miniterrassen ontstonden, waarop hij verschillende soorten bomen plantte. Het resultaat mag er zijn. Het doet ons denken aan de inspanningen van o.a Darwin op Ascension, waar door ingrijpen van de mens een kale berg werd omgetoverd tot een regenwoud, niet om de berg te behoeden voor de regenval, maar juist als “raincatcher”.


De volgende dag zijn we vooral aan boord, we maken kennis met de Nederlandse jachten in de buurt en we nemen het initiatief voor een strandborrel waarbij iedereen ook hapjes meeneemt. ‘s Avonds zijn de bemanningen van 7 jachten van de partij, naast 3 Nederlandse ook een Belgische, een Duitse, een Britse en een Portugese, ruim 20 man. Een heerlijke avond op het strand bij ondergaande zon en later bij ledlantaarntjes. We delen mooie ervaringen. Maar we horen ook van meerdere bemanningen dat zij de overtocht vanaf Portugal (in de hetzelfde weerwindow als wij) als zwaar en vervelend hebben ervaren. Ruige zeeën, slaande zeilen, lawaai, angst, zeeziekte, motorproblemen, falende windvanen. Sommigen moesten er dagen van bijkomen. Voor hun was het dan ook de eerste “lange” oversteek. Op zo’n moment realiseren we hoe ervaren we al zijn, hoe goed het ons lukt de boot te laten “lopen”, ook onder lastige omstandigheden, hoeveel zelfvertrouwen we alweer snel oppikten, hoe we er in slagen onderweg onze rust te nemen. We zijn best een beetje trots op de Mahi mahi en op onszelf.



Los van het vasteland

Over een uurtje gooien we de trossen los, op weg naar Madeira. Heel fijn om toch nog even een korte terugblik te schrijven over de afgelopen weken.

De week waarin we hier in de haven lagen, deed ons goed. Even rust, geen gereis, maar een vaste stek voor boot en bemanning. De omgeving van Leixoes marina was prima: vlakbij het strand met z’n woeste golven, ideaal voor wandelingen, potjes tennis en de ochtendyoga. We zijn twee keer op de fietsjes naar Porto stad gereden, 1 keer om het museum van moderne kunst te bezoeken, 1 keer om door de stad te dwalen, op zoek naar kadootjes voor het thuisfront. We hadden die week ook tijd voor wat achterstallig onderhoud, klusjes die we voor ons uitschoven omdat we er rust voor nodig hadden en stilliggen in een haven een voordeel was. Ook konden we ons bezoek aan Nederland goed voorbereiden: spullen uitzoeken die weer mee naar huis mochten en lijstje maken van de nieuwe aankopen in Nederland.

Twee dagen voor onze vlucht haalden we de huurauto op. Prachtig om een dag door de Douro-vallei te trekken en de wijn-estates te zien. Toen zijn we naar Sevilla gereden waar we half vijf in de middag aankwamen, nog tijd genoeg om een indruk te krijgen van deze prachtige stad. Vooral het bezoek aan het Alcazar was de moeite waard. Zo leuk om op een klein pleintje wat tapas te eten, onder de sinaasappelbomen, terwijl een mevrouw prachtig op haar gitaar speelt.

We slapen prima in ons hotelletje en in de ochtend rijden we naar de airport. Goede vlucht zonder problemen en als we op Eindhoven airport naar buiten lopen staat m’n moeder daar als verrassing op ons te wachten!!! Wat lief van haar!

We zijn zes dagen in Nederland geweest en we hebben alle familieleden van twee kanten gezien, met wat extra aandacht voor onze ouders en Pieters (klein)kinderen. De promotie van Merel was het hoogtepunt, wat deed ze het goed. Pieter was beretrots op haar, en we hopen dat Merel zelf nog lang blijft nagenieten van deze prestatie en mooie dag.

Even een woord van dank voor onze lieve zeilvrienden Meriam en Paul, die ons in die drukke week een thuishaven boden, vol vriendschap, gastvrijheid, verhalen en een heerlijk bed! Lieve allebei, we hebben het zo fijn gehad in jullie huis, dank jullie wel voor alles!!!

In alle vroegte reden we naar Schiphol. Wat een verrassing toen ik ineens achter me bekende mensen zag, van Basalt! Lenie en Diny, wat SUPERGAAF om jullie te treffen en wat grappig dat jullie die ochtend nog over me hadden gepraat. Blijkbaar niet uit het oog, uit het hart. Tot over een half jaar, dan ben ik weer op de werkvloer, gezellig!

Weer terug in Sevilla stond de huurauto netjes op ons te wachten met achterin de golfbags, een tasje kleren en een tas vol was, hahaha, echte zeilers, zeg maar zo. Daarmee naar Las Chapas gereden bij Marbella, waar we Renée en Kees weer troffen in hun heerlijke casa Amarilla. ’s Avonds kwam de rest van het gezelschap er ook bij en er volgden vijf prachtige dagen met z’n achten, zonovergoten, waarin 4x werd gegolfd, elke avond heerlijk werd gegeten en regelmatig een potje werd gekaart. Lieve Kees en Renée, het blijft een cadeau om deze week jaarlijks met jullie te mogen vieren, wederom enorm bedankt voor alles!!!

Afgelopen maandag zijn we terug gereden naar de haven; fijn onze Mahi mahi weer te zien en net op tijd te zijn om het grootzeil op te halen wat bij het kantoor was afgeleverd in onze afwezigheid. Gisteren hebben we het oude zeil er afgehaald en het nieuwe gehesen. Te weinig wind voor een proefvaart, maar het ziet er meteen veel beter uit. Zometeen gaan we het uitproberen, we staan namelijk op het punt om los te gooien. De wind is gunstig en inderdaad vanuit het noorden, zoals het hoort in deze tijd van het jaar. De orka’s lijken voorbij te zijn, de laatste aanvallen zijn gemeld bij La Coruña, hoewel we gisteren ook iets lazen over attacks bij Cadiz, weer helemaal in het zuiden. Maar we gaan het erop wagen.

We hebben er zin in, om de zee op te gaan. Het zal een tocht worden van zo’n 5 dagen, iets meer dag 600 mijl: een mooie tijd om alles wat er in de afgelopen weken in gebeurd, nog eens rustig de revue te laten passeren.

Oh ja, zie het tabblad positie waar de link naar onze tracking staat: vanaf nu zijn we ook op zee te volgen.

Portugal: op de plaats rust!

Men zegt wel eens: “de plannen van zeilers worden bij laag water in het strand geschreven”. Want korte tijd later is er al niets meer van over en moeten de plannen worden aangepast. Want tja, bij zeilen ben je erg afhankelijk van het weer, niets is zeker. Nou, niets? Aan sommige wetmatigheden heb je toch wel houvast, zoals de passaatwinden aan weerszijden van de evenaar, daar kun je wel op bouwen. En dat geldt eigenlijk ook voor de “Nortada”, de stevige noordenwind die in de zomermaanden en het najaar altijd langs de Portugese westkust blaast. Met die wind kun je als het moet in een dag of 4 van noordwest Spanje naar de Algarve, de zuidkust van Portugal, varen. Dus toen we eind augustus al in A Coruña waren was het plan als volgt: we hebben bijna 4 weken de tijd om naar de Algarve te gaan. Daar willen we de boot dan 2 weken achterlaten om naar Nederland te vliegen en bij de promotie van mijn dochter Merel te zijn en om aansluitend nog een kleine week aan te sluiten bij het traditionele bridge/golfuitje in Casa Amarilla, het huis van Kees en Renée in de buurt van Marbella. En dan is Sevilla een prima luchthaven om van te vertrekken, goed bereikbaar vanaf de Algarve en vanaf daar ook een leuk ritje naar Marbella. Dus boekten we de vluchten alvast.
Natuurlijk hadden we beter moeten weten.

We waren inmiddels in een van de zuidelijke ria’s van Galicië aangekomen, ria Arousa. Er was weinig wind en als het waaide dan was het uit het zuiden, dus dat schoot niet op. Die “nortada” zou echt nog wel komen. We hadden het enorm naar ons zin, hoor, achter ons anker in ria Arousa. Steeds meer bekende jachten haakten aan op onze idyllische ankerplek. Met de bemanningen van Noorderzon, Make My Day, DanceMe, Heron en Älskling II, hadden we het erg gezellig op ons privé eiland. Later motorden we naar het Isla Ons en naar de Islas Cies. Allemaal eilanden in een natuurgebied, waarvoor je van tevoren een permit moet aanvragen. We maakten met veel plezier gebruik van onze nieuwe zwaardere bijboot met sterkere motor, waarmee we veel makkelijker grotere afstanden kunnen afleggen, bijvoorbeeld om naar een buureiland 1.5 mijl verderop te varen voor een mooie wandeling. Bij Isla Ons vangt Monique een flinke zeepaling in haar fuik. Oei, misschien mocht dat niet eens in dit natuurgebied, maar dat realiseren we ons te laat. Internet blijkt weer eens een uitkomst om erachter te komen hoe je zo’n beest van zijn slijmlaag ontdoet: met veel zout. Dat hebben we niet, maar een andere boot in de baai gelukkig wel. We belonen ze met een stuk van de paling en ‘s avonds smullen we ervan op de barbecue.

Bij Islas Cies ontmoeten we Joshua en Maaike van de Shambala, waarop ze met hun dochtertje Sophie van net twee naar het zuiden varen. We hebben een leuke klik en we barbecueën samen met hen en met de bemanning van de DanceMe, met z’n zevenen op de Mahimahi. Ook hier blijven we een paar dagen liggen, we maken mooie wandelingen, tennissen op de strandjes, maar veel voortgang maken we niet.

“We gaan het niet redden, vóór eind september in de Algarve zijn”, is op een avond onze conclusie. Er zit nog steeds geen noordenwind in de verwachting voor de komende 10 dagen. Misschien daarna wel, maar dat bleek eerder toch vaak niet te kloppen. Er speelt nog iets anders. Sinds 2 jaar is er langs de kusten van Spanje en Portugal een probleem met de Orka’s, of eigenlijk, de Orka’s hebben blijkbaar een probleem met zeilboten. Ze vallen de boten aan en ze hebben het daarbij vooral voorzien op de roeren. Vorig jaar zijn er tientallen incidenten geweest, waarbij de aangevallen boten meestal stuurloos raakten en naar een haven moesten worden gesleept. Het gedonder begint meestal in juli in de buurt van de straat van Gibraltar. Ergens in augustus beginnen ze dan met een langzame tocht langs de zuidkust van Spanje en Portugal en vervolgens noordwaarts richting de golf van Biskaje. Inmiddels zijn er incidenten geweest in de buurt van Lissabon. De trek naar het noorden is dus begonnen, en als we nu verder naar het zuiden zouden varen dan gaan we hun pad kruisen. Dat hoeft natuurlijk niet tot een ontmoeting te leiden, maar het allerliefst willen we dat risico vermijden. De oorzaak voor dit ongekende gedrag van de orka’s is nog niet bekend. Als je er meer over wil lezen dan is dit een aardig artikel.

Tijd dus voor een nieuw plan. We gaan niet naar de Algarve, parkeren de boot in de buurt van Porto, in het noorden van Portugal en zorgen dat we vandaar naar Sevilla reizen om onze vlucht op 23 september te halen. En als het een beetje meezit, zijn de orka’s Porto voorbij, als we na Marbella weer terug aan boord komen. Het plan brengt meteen rust. In plaats van een gevoel van haast, hebben we ineens tijd over. De haven van Leixões, vlak voor Porto is maar 2 dagtochten varen vanaf Islas Cies, waar we inmiddels ook alweer 4 nachten hebben gelegen, gelukkig goed beschut tegen de inmiddels stevige zuiden(!)wind.

We maken ons klaar voor het eerste stuk richting Viana do Castelo, de eerste Portugese haven, die we nog kennen van de vorige keer. Er staat nog steeds een zuidenwind, maar we denken dat het te doen is met het maken van een paar slagen. Dat blijkt vies tegen te vallen. Harde wind op de neus, flink regen uit donkere wolken en ook nog een flinke stroom tegen. Daardoor maken we te weinig voortgang om voor het donker aan te komen. We keren om en varen een stukje terug om in Baiona, nog net Spanje, aan te leggen. De volgende ochtend is het weer veel beter. Eerst is er nauwelijks wind maar na een uur gaat de motor uit. We zeilen! Het gaat niet hard, maar wat is dat lékker, zonder het gedreun van de motor. We worden door meerdere boten ingehaald, maar ze hebben allemaal de motor bijstaan. We voelen ons échte zeilers en we zijn trots.

We varen ruim voor donker de krappe haven van Viana do Castelo binnen, vlak bij de door Gustave Eiffel ontworpen brug over de Rio Lima. De “motorboten” zijn maar ietsjes eerder binnengevaren. 
We beklimmen de trappen naar de bijna 200 meter hoger gelegen Santa Lucia kathedraal. Dat was er in 2013 niet van gekomen. 
De volgende dag is er net zo een. Weer heerlijk rustig zeilend, opnieuw zijn alle andere zeilboten later vertrokken en motoren ze ons voorbij. We begrijpen er niets van. Bang om geen plek meer te krijgen in de volgende haven?

En zo liggen we nu in de haven van Leixões. Kleinschalig, beetje vies industrieel (een menglucht van olie en dode vissen), maar met een supervriendelijke en behulpzame crew, een prachtig strand op loopafstand en leuke restaurantjes dichtbij. De Mahi mahi blijft hier tot begin oktober. Het is even “op de plaats rust”. De komende week komen we toe aan een aantal klussen die nog waren blijven liggen, en blijkbaar zijn die toch veel makkelijker te doen als je afgemeerd ligt in een haven dan voor anker. En het is ook nog eens hartstikke goedkoop. We betalen hier voor een maand minder dan in andere havens (zoals Porto zelf) voor een week. En ja, de komende dagen lijkt de “nortada” eindelijk te gaan waaien. Hopelijk doet hij dat over een paar weken nog steeds, of wéér!

PS: klik ook eens op deze link. Dan zie je de track van de Mahi mahi vanaf Frankrijk. Het is interactief, door op de koerslijn te klikken zie je de datum, tijd en onze snelheid. Ook de weergave van de wind kun je aanpassen.

Voorbij het eind van de wereld

Terwijl het vorige verhaal eindigde in Viveiro, de eerste echt ria waar we terechtkwamen, zijn we inmiddels alweer aangekomen in ria de Arousa, misschien wel de laatste ria voordat we zuidwaarts gaan richting Portugal. Wat vliegt de tijd toch voorbij! Tussen het laatste verhaal en nu zijn 13 dagen verstreken en wat hebben we in die dagen weer veel meegemaakt…..

Voor het overzicht heeft Pieter deze kaartjes gemaakt.

In de baai van Viveiro aan de noordzijde van Spanje, nog iets oost van de grote stad A Coruña, hadden we voor het eerst weer het gevoel wereldzeilers te zijn. We lagen zo mooi voor anker, helemaal alleen, vlakbij de rotsen aan de ene kant, het strand aan de andere kant, in de verte de open zee maar toch beschut tegen de deining. We bleven er twee nachten liggen en genoten van de plek, de natuur, de zonsondergangen. Beetje suppen in de baai, wat sporten op het strand, het eerste boek werd eindelijk uitgelezen. Er kwam een soort van rust over ons. Daarna zijn we naar de baai verhuisd vlakbij het stadje Viveiro, waardoor we makkelijk met de bijboot naar het centrum konden gaan. We bleven er twee dagen liggen. Twee keer lunchen in de stad, beetje wandelen door het oude centrum en ons Spaans wat oefenen aan de wal. Inmiddels zijn we serieus met ons lesprogramma aan de slag, elke dag 30 minuten een audioles, we maken duidelijk vorderingen!

Zondag 22 augustus varen we weer verder. Helaas is het die dag grijs, het miezert flink als we vertrekken en de baai is gehuld in laaghangende bewolking, wat wel iets beter wordt zodra we open zee bereiken. We zeilen een mijl of 30 naar het westen en komen aan bij Cedeira, waar we weliswaar een prima ankerplek vinden, maar wat ook bekend staat als een windtunnel. En inderdaad, die nacht begint het flink te poeieren, we gieren achter het anker en hebben een onrustige nacht. We zijn dan ook blij dat we de volgende dag die baai snel weer verlaten. Het enige leuke was het bezoek van de Thalassa, de Forgus 37: Ans, Charles en opstapper Bob kwamen ’s avonds even gezellig een kop koffie drinken.

We gaan op weg naar A Coruña, de stad waar we 8 jaar geleden na de oversteek van Biskaje aankwamen in potdichte mist bij 14 graden Celsius. We zijn benieuwd hoe de aankomst deze keer zal zijn. Het werd een pittige tocht van 25 mijl met flinke wind van achteren die bij het ronden van de laatste kaap flink toenam, waardoor we tweemaal uit het roer liepen en we met een maximale snelheid van 12.4 knopen van een golf afsurften, poeh, ik vond het maar spannend; wat een natuurgeweld en wat kun je je dan nietig voelen op de woeste baren. Des te blijer was ik toen we eindelijk in vlak water terecht kwamen en de marina Real binnenvoeren in het centrum van de stad.

A Coruña lag er prachtig bij, zonovergoten, 27 graden. Vanuit de haven hadden we een goed uitzicht op de glazen voorgevels, waar de stad zo bekend om is. Het werd een heel andere ervaring dan de vorige keer. Wat ons bezoek extra leuk maakte, waren wederom de ontmoetingen! In de haven kwamen we meerdere boten tegen die we reeds kenden via de appgroep van de vertrekkers van 2021. Zo ontmoetten we eindelijk in levenden lijve de crew van Senang, Tranquillity, Älskling 2 en Anna Sophia 2. We liepen een rondje stad bij zonsondergang en proefden de befaamde tapas op een van de terrassen van het uitgaanscentrum. 

Op de dag waarop we de haven binnenvoeren, werd er een pakket voor ons afgeleverd bij het havenkantoor door UPS. Een nieuwe lithiumaccu, aangezien 1 van de 3 recent gekochte accu’s niet naar behoren functioneerde. Perfecte service van Sailspecials! Pieter sluit de nieuwe accu aan en hij doet het meteen perfect! De oude wordt ingepakt in dezelfde doos en wordt een dag later door UPS weer opgehaald. Ongelooflijk hoe soepel dit is gegaan. Weer een zorg minder. We verhelpen meteen het probleem van de ankerlier en de zonnepanelen. Tja, zoals je ziet, er is altijd wel iets aan de hand aan boord, vervelen hoeven we ons nooit, we hebben eerder tijd te kort.

Aan de lokale gerechten

Nadat we de volgende dag boodschappen hebben gedaan, varen we weer uit: aan de overkant van de baai, nog geen 2 mijl van de marina vandaan, gaan we voor anker. Grappig om ons te realiseren met hoeveel gemak we dit nu doen, in tegenstelling tot vorige keer. Toen hebben we 4 dagen in een dure marina gelegen. We overwogen niet eens om voor anker te gaan, iets wat we nu veel makkelijker doen. Zo’n groepsapp helpt dan wel, we krijgen veel tips van onze voorgangers, de schepen die deze plek al gepasseerd zijn. De baai van Mera blijkt prachtig, we worden omringd door mooie witte zandstranden, die vol met badgasten zitten. Maar ’s avonds wordt het er rustig en heb je het strand voor je alleen. Hoewel we hier graag wat langer zouden willen blijven, is er morgen een redelijk weerwindow om zuidwestwaarts te gaan, de week erna lijkt er nauwelijks wind te zijn. Dus maken we de boot ‘s avonds al vaarklaar, na het bezoek van de crew van Barth, een jong stel French-Canadians die een biertje kwamen drinken.

Als we de volgende ochtend rond kwart voor acht anker op gaan, zien we dat er al meer leven is in de baai. Goed voorbeeld doet goed volgen 🙂 , en vlak na ons vertrek zien we dat er nog wel 8 andere schepen achter ons aankomen: iedereen maakt gebruik van dit weerwindow. Van deze armada, zijn er 6 met Nederlandse vlag!! Hoewel de beloofde wind helaas uitblijft…. Tweemaal proberen we een uurtje te zeilen, met 8 knopen werkelijke wind van achteren, maar door de hoge deining bij weinig wind, hebben we te weinig druk in de zeilen en geven we het uiteindelijk op. Later kregen we wel een foto van onze poging. We motoren uiteindelijk vrijwel het hele stuk. We zien het al enige tijd aankomen: in de verte hangt een steeds groter wordende wolk van mist. We varen deze wolk binnen en ons zicht vermindert tot nog geen 50 meter om ons heen. Een vreemde ervaring, met de zon die van boven nog lekker op ons staat te branden. Voor ons des te meer een reden om de eerstvolgende ria van Corme binnen te varen, terwijl we op de plotter zien dat de andere schepen, de meesten met AIS-signaal, een baai verderop kiezen. Zodra we de baai binnenvaren trekt de mist weg en zien we weer land. Corme blijkt een leuk plaatsje te zijn, waar we wat wandelen en een lokaal biertje drinken. De volgende ochtend roeien we met de bijboot naar de kant: we gaan onze tennisrackets eens uitproberen, tennis met shuttle, hartstikke leuk en een prima work-out! Een plons in het koude water ter afsluiting, een mooi begin van een nieuwe dag. Vandaag staan er wat klusjes en verbeterprojecten op de agenda. Later zijn er wat andere Nederlandse boten in de baai voor anker gegaan en ik ga ze op mijn supboard even gedag zeggen. ’s Avonds komt de crew van Barth gezellig bij ons barbecueën aan boord. Gelukkig is de serie The Serpent afgelopen, wat een vreselijk verhaal. Dankzij Pieter z’n creativiteit, kunnen we alsnog aanhaken bij de nieuwe serie Normal People, waar we al heel wat goeds over hebben gehoord. En zo eindigen we de dag net zo lekker als dat ie begon.

Vrijdag 27 augustus varen we weer verder. Mist en geen wind. Vreemd weer! Normaal gesproken verwacht je noordenwind in deze tijd van het jaar rond deze kustlijn, maar door een laag drukgebied voor de Portugese kust in combinatie met een noordelijkere positie van het Azorenhoog dan gebruikelijk, is er helemaal geen wind, en dat gaat waarschijnlijk nog wel een week zo blijven. We willen toch graag verder, ook omdat we eind september in de Algarve willen zijn ivm retourtje Nederland. Daarom kiezen we ervoor stukken te motoren. Leuk is het niet, je voortbewegen zonder zicht met herrie en stank van de motor. Wel zijn we heel blij met onze goed functionerende radar! De volgende ria is die van Camariñas. Als we aankomen, blijkt er in de baai nauwelijks mist te hangen en zien we meerdere Nederlandse schepen voor anker liggen. We horen al snel dat er ’s avonds een strand bbq wordt georganiseerd en of we ook willen komen. Tuurlijk, gezellig!

Ook voor de kleintjes leuk om een vuurtje te stoken

Uiteindelijk komen we samen op een strandje met nog 11 crews van andere schepen. 8 van de 12 hebben Nederlandse vlag! Heel leuk om nu ook de bemanning van Free Spirit, Make my Day, Kokomo en DanceMe te leren kennen. We hebben een hartstikke gezellige avond en in het donker zoeken we weer onze weg richting de schepen. De dag erna tintelen we nog helemaal na van deze leuke bijeenkomst. Zo anders dan 8 jaar geleden: toen kwamen we nauwelijks andere schepen tegen langs de Spaans-Portugese kust. De eerste strandparty was toen pas een feit op Lanzarote. Dankzij de groepsapp en veel meer gebruik van AIS, weten we nu veel beter waar andere schepen zich bevinden, hartstikke leuk! Want zoals we al eerder schreven: de ontmoetingen en het delen van dit mooie bestaan met elkaar, dat geeft er zoveel extra kleur aan. Over delen gesproken: inmiddels weten we dat Mieke, Pieters zus, ons komt bezoeken als we op de Canarische eilanden zijn. Misschien komen Sterre en/of Pim mee, onze nicht en neef. Hoe dan ook, we hebben nu al zin in die week samenzijn.

De volgende dag gaan we weer op pad; er wordt in de namiddag wat wind verwacht, en we willen graag Cabo Finisterre voorbij. Weer blijft de beloofde wind uit en we motoren langs de beruchte Costa del Morte op een spiegelglad zeetje. We varen vlak langs de rotsen waarop de befaamde vuurtoren van Finisterre staat. Deze vuurtoren staat op het meest westelijk gelegen stukje land van Europa. Finisterre betekent dan ook “het eind van de wereld”. Vroeger, in de tijd van de ontdekkingsreizen dacht met dat er verder naar het westen niets meer was. 

We gaan voor anker bij het stadje waar ’s avonds muziek wordt gemaakt en de terrassen overvol zitten. De volgende dag maken we een mooie wandeling naar de vuurtoren. We komen met een tas vol bramen weer terug en genieten van een lekker visplateau op een terrasje in de stad. We verkassen naar de ria de Sardiñeiro voor een rustig nachtje voor een prachtig groot strand, ideaal voor wat potjes tennis. Tijd om weer verder zuidwaarts te gaan. Gisteren hebben we een prachtige zeildag gehad, tegen de verwachting in. Deze keer was er helemaal geen wind voorspeld. Daarom was het des te leuker dat er toch een zeewindje bleek te ontstaan, uiteindelijk hebben we heel de tocht van zo’n 32 mijl kunnen zeilen, al was het met zo’n 3 knopen. Inmiddels zijn we aangekomen in ria de Arousa. We hebben gelezen en gehoord dat dit een prachtige baai met vele ankerplekken is. We hebben besloten komende week hier te blijven, dik te gaan genieten van de mooie plekken en ontmoetingen, onze kayaks op te blazen en op verkenning uit te gaan. En we varen pas weer zuidwaarts als de wind is teruggekomen!

.

Op dit moment liggen we voor anker op een idyllische plek. Tussen de rotsen bij een onbewoond klein eilandje. Witte strandjes, azuurblauw water, prachtig kayakken en heerlijk om te zijn. Naast ons ligt de Heron, het schip van weer een ander avontuurlijk Nederlands koppel wat we hebben leren kennen. Morgen waarschijnlijk weer een strandbarbecue: het leven voorbij het eind van de wereld bevalt ons heel erg goed!

.

.

Adieu la France, Hola España!

De nacht aan de ankerboei op het riviertje de Charente viel vies tegen. Afgaand tij, flinke stroming daardoor, en een harde wind op de kont die de boot over de ankerboei heen probeert te duwen. We zwaaien met boei en al van links naar rechts, erg onrustig. Later in de nacht, bij opkomend tij zijn wind en stroming gelijkgericht en keert de rust weer, waardoor we toch nog een paar uur kunnen slapen. ’ s Morgens vaart de havenmeester (tevens stuurman van het plaatselijke pontje) even langs om ons te wijzen waar we ons havengeld kunnen betalen. We peddelen met de bijboot naar de kant en na een mooie wandeling in de omgeving komen we met een zak vol zelfgeplukte bramen en mirabellen weer terug aan boord.

We varen een paar mijl verder de rivier op, naar het plaatsje Rochefort, waar ook een haventje is. De toegang naar dat haventje is alleen een half uur rond hoog water open, en alleen als dat hoog water tussen 06.00 en 21.00 valt. Dus meestal maar één keer per dag. We hadden het goed getimed en we konden meteen naar binnen. Dat beviel goed, geen last van de stroming en weinig last van de nog steeds stevige wind. Rochefort is een vestingstadje met een rijke maritieme militaire historie. Er is nog een touwslagerij en er worden oude schepen tentoongesteld. Vroeger was hier zelfs de opleiding voor scheepsartsen gevestigd. We liggen te midden van de historische gebouwen. Het stadje is opvallend ruim opgezet met brede straten, pleinen en parken. We hebben dit keer de musea gelaten voor wat ze zijn, maar vooral genoten van de rust die het stadje ons bood tijdens een paar onstuimige dagen. Ook gebruikten we deze tijd om een plan te maken voor de (weliswaar korte) oversteek van de golf van Biskaje. Gaan we nog verder zuid langs de Franse kust tot aan de grens? De tapas schijnen namelijk nergens zo lekker te zijn als in San Sebastián! Maar daarna wacht dan wel meer dan 250 mijl Spaanse noordkust, met mogelijk hinderlijke deining uit noord en/of west, die de voortgang kan bemoeilijken en een aantal havens onbereikbaar kan maken. Ikzelf (Pieter) zag daar nogal tegen op, bang om veel vertraging op te lopen. Monique ziet dat veel luchtiger, “dat komt allemaal vast goed”. Zelf zou ik bijvoorbeeld een paar dagen goed weer willen gebruiken om in 1 keer naar Gijón, te varen, dan heb je tweederde van die kust al maar gehad! We willen tenslotte voor eind september in zuid Portugal zijn, om een paar dagen op en neer te vliegen voor de promotie van Merel. Daar wil ik als trotse vader natuurlijk bij zijn. 

Rochefort bleek een prima plek om dit dilemma te bespreken en ook om eens even rustig terug te kijken naar de eerste 6 weken van onze reis. We zijn nog maar zo kort op pad, en we hebben al zoveel meegemaakt. We hebben ook nog weinig tijd gehad (of genomen) om alles wat er in de afgelopen maanden is gebeurd te laten bezinken. Voor mij zijn dat toch het stoppen met mijn werk, de drukke tijd met het klussen aan de boot en het werk in de vaccinatiestraat en ook is het afscheid nemen van familie en vrienden me dit keer zwaarder is gevallen dan bij de vorige reis. Ik merk dat ik af en toe niet echt op de genietstand sta, ondanks al het moois dat we meemaken. Het helpt om het daar samen in Rochefort rustig over te kunnen hebben.

We besluiten om vanaf de Charente eerst naar Île d’Oléron te varen en vanaf daar over te steken naar Santander, op ongeveer een derde van de Spaanse noordkust, een tocht van ongeveer 200 mijl. We kiezen niet voor een verder westelijk doel omdat er in dat deel van de Golf van Biskaje nauwelijks wind lijkt te staan en omdat we later graag langs de “Picos d’Europa”, een bergketen net achter de noordkust van Asturia, willen varen.

Vanuit Rochefort maken we nog een fietstocht van zo’n 50 km door de Charente, wat weer een flinke bramen-oogst oplevert. Op maandag 9 augustus is het zover. Er komt beter weer aan, de zuidwestenwind gaat plaats maken voor noordoostenwind en we gaan ’s morgens om 6 uur (want dan is het hoog water) door het sluisje, richting St Denis op de punt van Île d’Oléron. Een tochtje van een uur of 6, maar omdat we in St Denis ook pas bij hoog water naar binnen kunnen liggen we voor de haveningang een paar uur “bij”. Je hebt de zeilen dan zo staan dat je vrijwel stilligt in het water en alleen meedrijft met de stroming.

Het haventje is best vol, dus worden de boten maar tegen elkaar aan gestapeld. We laten de 4 buren (die tegen ons aan gelegd worden) weten dat we de volgende ochtend bij hoog water weer willen vertrekken, en dat ze dus geacht worden dan wakker te zijn om hun boot te verplaatsen. Niemand moppert, men is dat gewend. We genieten in de haven nog één keertje van Franse oesters op het terras.

Het wordt een rustige tocht van een kleine 2 dagen, grotendeels voor de wind met uitgeboomde genua. Monique ziet ’s nachts 8 vallende sterren van de Perseïden. Overdag zwemmen er ineens twee walvissen achter de boot die een keer of 4 boven water komen, en vlak voor binnenkomst worden we verwelkomd door een enorme groep blij rondspringende dolfijnen die een klein uur rond de boeg blijven meezwemmen. Rond 23 uur komen we aan en in het pikkedonker laten we het anker vallen onder het Magdalena schiereiland van Santander. Er liggen een paar bootjes voor anker, sommige zonder ankerlicht. Het ankeren in het donker is best lastig omdat je de afstanden zo slecht kunt inschatten. We drinken een glas op de goede aankomst, met op de achtergrond de geluiden van een life concert op de kant. We liggen er prima. Veel beter dan in de jachthaven, die een eind buiten de stad ligt.

De volgende ochtend nemen we een duik, we blazen de bijboot op en roeien naar het dichtbijgelegen strandje. We maken een lange wandeling langs de hoogtepunten van Santander, waaronder het zomerkasteel op Magdalena en het beroemde Playa Sardinero. De drukte op de stranden wordt nauwlettend in de gaten door gehouden en overal word je geattendeerd op de mondkapjesplicht. ’s Avonds krijgen we bezoek van Caroline en Johán van de Baby Blue. Zij lagen in de marina, maar zijn nu ook naar onze ankerplek gekomen.

De wind is dan wel gunstig, maar er blijft ook de komende dagen een nare swell (deining) staan uit het noordwesten. Daardoor zijn een aantal haventjes aan de noordkust slecht toegankelijk (de golven breken dan bij de ingang van de baai, waar het ondiep wordt) of gewoon oncomfortabel. We besluiten daarom de volgende dag en nacht maar weer een flinke ruk van 100 mijl te maken naar Avilés. De haven is veilig aan te lopen, maar de pilot belooft verder niet veel goeds: “considerable industrial and commercial port. A good place to leave a yacht, but a poor one to visit”. Maar wij hebben anders gehoord en we wagen het er op. 

Het zeilen is heerlijk. De boot loopt als een speer. Er staat een deining van meer dan 2 meter, maar die hindert niet bij het zeilen. De hoge golven lopen netjes onder de boot door. Het weer is verder matig. Af en toe wat drizzle en lage wolken waardoor het zicht op de Picos volledig ontnomen wordt. Dat is wel heel jammer. We gaan veel sneller dan verwacht, we hebben de hele tocht ook nog eens 1 knoop stroom mee, waardoor we al om 3 uur in de ochtend bij de aanloop zijn. De laatste paar mijl van de rivier zijn verbreed en uitgediept, met betonnen kades aan weerszijden, waarlangs zeeschepen worden afgemeerd. Zo is een grote commerciële haven ontstaan, maar in een opvallend mooie omgeving door de heuvels eromheen. Ook nu in de nacht worden sommige schepen geladen of gelost. Voordeel voor ons is dat er veel licht is als we de rivier opvaren, het lawaai is natuurlijk minder fijn. Maar aan het eind is er een kleine jachthaven, waar we heel makkelijk aan een steiger kunnen aanleggen. We zoeken snel onze kooi op en slapen tot half 12 die ochtend. 

Het kantoor van de havenmeester is gesloten. Per telefoon stuurt hij ons de codes voor het hek. Betalen kan mañana. Het plaatsje blijkt een parel. Alsof je in een openluchtmuseum loopt. Marmer geplaveide straten, allemaal oude gevels, veel hoogteverschillen, kleine parkjes, overal terrasjes, maar nooit overdreven toeristisch. We worden blij van het lopen door de straten. Bij de lunch en ’s avonds staan mensen voor de restaurants in de rij. Eten en drinken is erg goedkoop, dat geldt trouwens voor de hele Noord Spaanse kust. Een biertje voor €1.70 en dan krijg je er nog gratis een tapa bij!

Op de grens van de stad en de haven is een groot museum/theatercomplex gebouwd, ontworpen door de Braziliaanse architect Oscar Niemeyer. Centraal staan ronde vormen en gebogen lijnen. In de gebouwen zijn twee mooie exposities te zien. ’s Avonds wonen we er een gratis voorstelling van volksmuziek en dans uit verschillende Spaanse regio’s bij. Niet helemaal onze muziek, maar toch leuk om dit festival mee te maken. We blijven een extra dag in Aviles, ’s morgens klussen we aan de boot, ’s middags en ’s avonds dompelen we ons weer onder in muziek, straatleven, tapas en wijn.

Op maandag varen we weer verder naar het westen. Het blijft maar grijs, we verlangen naar de zon, al is de temperatuur van 20 graden prima. Er is nóg een verschil met varen in Frankrijk. In Bretagne en langs de Vendée-kust zie je altijd tientallen andere zeilers. Soms liggen er meer dan 100 boten op een ankerplaats. Frankrijk is een zeilerswalhalla, ieder stadje heeft een grote marina, overal zijn er (beroemde) zeilscholen. Winnende zeilers zijn nationale helden. In Spanje kom je soms op een dag maar 2 of 3 andere zeilboten tegen. Op een ankerplaats lig je hooguit met een paar boten. Er zijn hier en daar kleine haventjes, maar met vooral motorbootjes van sportvissers, weinig zeilboten. 

Ook nu moeten we mooie ankerplaatsjes laten liggen, vanwege de aanhouden swell uit het noordwesten. Na een dag zeilen komen we aan in de marina van Ribadeo, waar een ongeduldige havenmeester ons naar een uiterst oncomfortabele ligplaats dirigeert. Het havenkantoor gaat zo sluiten, en als we ons daar niet meteen melden hebben we geen sleutel van het hek. Okee, het is 9 uur ’s avonds, maar een beetje vriendelijker had ook gekund. De havenmeester spreekt, zoals de meeste Spanjaarden, geen woord Engels. Ook wat langzamer spreken blijkt teveel gevraagd.  Vlak na het binnenvaren valt ons oog op een prachtig Zweeds kontje met een Nederlandse vlag. Een Forgus 37, zoals de Déesse! Het is te laat om nog langs te gaan, maar de volgende ochtend kloppen we meteen aan. Charles en Ans zijn de trotse eigenaren. Ze ontdekten de boot een paar jaar geleden toen die in Zeeland op de kant stond te verkommeren. Pas een jaar later mochten ze haar kopen van de 85-jarige eigenaar die er maar moeilijk afstand van kon doen. Ze zijn (net als wij gedurende 15 jaar Déesse) helemaal verliefd op het schip. We waren meteen welkom voor een kop koffie en we raakten haast niet uitgepraat over hun en onze ervaringen. Wat een leuke ochtend, wat een leuke mensen. En wat een bijzonder toeval om ons oude zusterschip hier in Spanje te ontmoeten. Er zijn er maar ruim 40 van gebouwd en slechts 2 hebben de Nederlandse vlag.

Het plaatsje Ribadeo haalt het niet bij Avilés, maar ook hier is het eten zeer de moeite waard en doen we ons te goed aan pulpo, scheermesjes en calamares. We tillen onze vouwfietsen uit de garage (dat duurde op de Déesse een half uur, maar nu gaat dat in een paar minuten) en fietsen en wandelen een stuk langs de kust.

Vandaag (woensdag) hebben we een korte zeildag naar de eerste echte ria (oude riviermonding, de rivier is meestal verdwenen) in Galicië, noordwest Spanje. Ook nu is het een grijze dag, al lijkt verder op zee de zon te schijnen. We proberen voor het eerst onze sleepgenerator, een dynamo met een propeller er aan, die stroom opwekt door onze snelheid door het water. Dat is wel fijn, nu we het niet van de zonnepanelen moeten hebben. Het werkt uitstekend. Ook nu hebben we, zoals al langs de hele noordkust, bijna een knoop stroom mee. Doordat we een stuk de ria in kunnen varen, lukt het om een ankerplek te kiezen die zowel beschut is tegen de deining (noordwest) als tegen de golven (veroorzaakt door de noordoostenwind). Het is heerlijk om weer voor anker te liggen. Monique pompt meteen haar paddelboard op en SUP-t een rondje door de baai. De avond valt, we liggen in ons eentje. Zo meteen nog een filmpje in onze bios en dan lekker in ons (toch nog wat deinend) bed. En morgen wordt zelfs zon verwacht!

Ik ben zelf weer lekker in balans, alles heeft een plek gekregen en ik geniet met volle teugen.