Dushi Bonaire

We zijn op weg vanaf Samana in de Dominicaanse Republiek naar Puerto Rico. Voor de tweede keer steken we de Mona Passage over, maar nu in oostelijke richting, tegen de heersende oostenwinden en de westgaande stroming in. We hebben een gunstig weerwindow uitgekozen, waarin de wind vooral de noordoosthoek waait, en niet al te krachtig is. Uiteindelijk willen we naar Bonaire, zo’n 400 mijl pal naar het zuiden, maar daarvoor is Puerto Rico een betere uitgangspositie. Op die 400 mijl naar het zuiden staat namelijk meestal een straffe oostenwind én een stroming naar het westen, zodat je het risico loopt te veel naar het westen gezet te worden. Daarom dus eerst oost naar Puerto Rico, en misschien de komende week nog wel verder oost langs PR’s zuidkust voor een nog gunstiger startpunt.
De tocht verloopt vlekkeloos, de windrichting is nog iets mooier dan de verwachting, we kunnen alles zeilen en we hebben geen tegenstroom. De Marelief is een uurtje eerder vertrokken, we varen grotendeels samen op. Het is prachtig zeilen, ook ‘s nachts. Na 26 uur laten we ons anker vallen in Puerto Real, aan de westkust van Puerto Rico. We klaren vanaf de boot digitaal in, via de Amerikaanse CBP app (Customs and Border Patrol). Superhandig, je bent geen uren kwijt aan de wal.
Puerto Real is een prima beschutte baai, je rolt er niet en wat is het weer heerlijk om op eigen anker te liggen, niet gestapeld in een jachthaven, waar je continu je buren hoort en ziet. Jammer dat de bodem modderig is, het nodigt niet echt uit tot zwemmen.
We blijven er een week liggen. Doen kleine klusjes aan boord en beginnen alvast met schoonmaken en waxen van de romp. Soms eten we een hapje in het restaurantje van de marina, ‘s avonds is er regelmatig bridgeles met de Marelief. Inmiddels duurt het minder dan een maand voor we vanaf Curaçao naar huis vliegen. Daarvoor willen we nog wel een weekje op Bonaire doorbrengen, vooral om daar nog wat duiken te maken.
Bij de voorbereiding van de 3-daagse tocht naar Bonaire zien we dat de westgaande stroming minder sterk is dan gebruikelijk. We besluiten daarom om niet verder naar het oosten te varen, maar rechtstreeks vanaf Puerto Real naar Kralendijk te varen.
We vertrekken ‘s morgens om kwart voor zes, met de bedoeling om na 3 dagen en 2 nachten, laat in de middag nog bij daglicht aan te komen. Marelief blijft achter op Puerto Rico, zij gaan wel nog verder oostwaarts, mogelijk zien we ze later nog op Bonaire.

We hebben een fantastische tocht, halve wind zeilend, prachtige snelheden, geen hinderlijke dwars- of tegenstroom, alleen maar stroom mee.

Ondanks het vele sargassowier proberen we toch de hengel uit te laten. Binnen een minuut hebben we beet en halen we een mooie mahimahi binnen, goed voor een keer sashimi en nog twee avondmaaltijden. Het laatste uur, langs de westkust van Bonaire gaat de motor bij. Aangekomen op de ankerplek vergapen we ons aan de helderheid van het water. Bijna 10 meter diep, prachtig blauw en je ziet tot op de bodem. De tropische vissen zie je al vanaf de boot.
Ankeren is verboden op Bonaire, maar er liggen volop moorings, daaraan je kunt vastmaken. Het is er veel minder druk dan 10 jaar geleden, toen we er met de Déesse waren. Dat komt omdat het tarief voor de moorings meer dan 3 keer zo duur is geworden. Een politieke keuze waar heel veel discussie aan is voorafgegaan. Heel wat bedrijven die hun geld vooral aan bezoekende jachten verdienen zijn er de dupe van.
Binnen een halfuur na aankomst liggen we op onze buik in het water met onze snorkels op. Wat een feestje: we liggen met de mooring op een zandplateau, aflopend van 5 meter tot 10 meter diep. Verspreid zijn er stukjes koraal en er zijn grote aantallen tropische vissen. Ter hoogte van het achterschip daalt de bodem plots naar een meter of 30 diep, waardoor er een wand ontstaat die dicht begroeid is met allerlei soorten koraal. Het hele eiland is hiermee omringd en overal kan gedoken en gesnorkeld worden. Voor onze neus is een steiger, waar we kunnen aanleggen met de dinghy. En direct aan land is de boulevard, met natuurlijk veel restaurantjes, kleding- en souvenirwinkels. Doordat de wind van de landkant komt zijn er nauwelijks golven en liggen we heerlijk rustig. In vergelijking met 10 jaar geleden, toen we hier waren met de Déesse, is Kralendijk veel levendiger geworden, is er veel gebouwd en heeft het toerisme zich sterk ontwikkeld. Maar de sfeer is nog steeds erg vriendelijk en ongedwongen.

We kwamen eigenlijk om te duiken, maar de eerste dagen komen we er helemaal niet aan toe. We snorkelen meerdere keren per dag en bekwamen ons verder in het freediven, waardoor we zonder duikflessen ook al heel veel moois onder water kunnen zien. En het blijkt ook een prima plek om het wingfoilen weer op te pakken. Wel lastig door de vlagerige wind, maar het lukt ons steeds vaker om de plank uit het water te laten komen, zij het maar voor een paar seconden. Aan de kant is er nog steeds de vertrouwde “Karels Bar”, waar we natuurlijk weer bier met bitterballen bestellen en ons favoriet restaurant It Rains Fishes is er ook nog, we liggen er recht voor de deur.

Voor koningsdag waren we net twee dagen te laat, maar we maken wel “Dia de Rincon” op 30 april mee, ook een nationale feestdag. Het is een culturele happening in Rincon, het oudste dorp van het eiland. Er is busvervoer geregeld, we gaan er heen, samen met de bemanningen van de Walkabout en van de X to Go. De Walkabout kennen we nog van Sint Maarten eerder dit jaar, Koos en Wilma van de X zagen we in 2022 voor het laatst in Trinidad!
Dia de Rincon houdt het midden tussen een muziekfestival en een carnavalsoptocht, het parcours in de stad is omzoomd met barretjes en eetkraampjes. Enorme trucks met opleggers rijden met grote bands door de straten, de muziek schalt keihard uit vele vierkante meters aan geluidsboxen, die op stellages aan de voor-en achterkant van de combinaties zijn bevestigd. Achter iedere band lopen en dansen grote groepen inwoners, in identieke zeer kleurrijke kostuums. Met oordoppen is het net te doen, alleen die hadden we niet bij ons. Dan maar wat proppen papier in de oren, al blijft je borstkas bij iedere wagen weer trillen door de sterke bassen. Het parcours is een circuit en de wagens en gezelschappen komen een keer of 3 langs. Het is een hele belevenis, maar na een paar uur houden we het voor gezien en nemen we de bus weer terug.


De volgende dag wordt de parade nog een dunnetjes overgedaan in Kralendijk, dit keer hebben we de oordoppen wel in en kunnen we er iets meer van genieten.

Inmiddels is ook de Off Course in Kralendijk aangekomen en een paar dagen later ook de Marelief. In wisselende samenstellingen proeven we de geneugten van Bonaire, soms aan boord, soms in het dorp. Jasper, 7 jaar oud, haalt na 3 dagen zwemles zijn C-diploma. Het verbaast ons niet, het is zo’n waterrat, maar knap is het wel! We zijn er allemaal bij als hij afzwemt en zijn diploma uitgereikt krijgt.
Natuurlijk kwamen we (ook) voor het duiken. We deden dat 10 jaar geleden ook en er is op dat vlak eigenlijk niet veel veranderd. Je haalt bij een duikcentrum een knipkaart voor duikflessen, je haalt ‘s morgens 4 flessen op, doet er die dag 2 duiken mee (ieder 2 flessen) en de volgende dag ruil je ze om voor nieuwe. De vorige keer gingen we met een huurauto naar de duikspots. Dit keer gaan we met onze eigen boot naar de duiklocatie. Zo maken we 2 duiken bij het eilandje Klein Bonaire, 2 ten oosten van Kralendijk en 2 dicht bij onze ligplek.

Heerlijk, gewoon met z’n tweeën, dus zonder instructeur. Met de eigen boot naar de duikspot, vastmaken aan het boeitje dat er ligt (maximaal 1 boot per boei) en gewoon vanaf je eigen achterschip het water in. Afdalen langs het rif naar 20 meter diep, linksaf of rechtsaf het rif volgen, na 20 of 25 minuten ga je wat ondieper (tussen 15 en 10 meter) en ga je weer langs het rif terug tot je je boot weer boven je ziet. Verdwalen is onmogelijk. Het is overal prachtig en het zicht is buitengewoon goed, meer dan 25 meter. We hebben dit jaar nergens zo mooi gedoken.
We vinden het fantastisch op Bonaire en we stellen ons vertrek naar Curaçao, waar de boot op de kant zal gaan, steeds weer uit. Waarom zouden we niet zoveel mogelijk opruim- en schoonmaakklussen hier in het paradijs doen, in plaats van in de industriële havenomgeving op Curaçao? Dan kunnen we ook tussendoor nog wat snorkelen, foilen, freediven en het eiland bezoeken! Zo verkennen we een dag samen met Karin en Eric het Washington Slagbaai nationaal park, in een gehuurde 4-wheeldrive pick-up. Een imposant droog landschap, waarin we prachtige vogels zien, tropische zangvogels, roofvogels, groepen flamingo’s. Ruige kusten met bruisende “blowholes”. En lieflijke baaien met alweer prachtig snorkelwater.

Het plan was om een dag of 5 op Bonaire te blijven, het werden meer dan 2 weken. Wat een fantastische plek!
Met nog 6 dagen te gaan voor ons vliegtuig vertrekt werd het wel tijd om de laatste etappe van dit seizoen niet verder uit te stellen. In ruim 6 uur varen we de ruim 40 mijl naar Willemstad op Curaçao. Dit keer weer eens echt voor de wind, dat hebben we al een paar maanden niet meegemaakt. Met onze favoriete zeilvoering (3 zeilen) hebben we een heel comfortabele tocht. We roepen “Fort Nassau” op, zo heet de havendienst van Willemstad. De pontjesbrug draait vrijwel meteen voor ons en een half uur later maken we vast bij CMZ, de marina waar we nu nog 4 dagen hebben voordat de boot voor 6 maanden op de kant gaat. Nog even aanpoten dus: zeilen eraf en opbergen, alle vallen en schoten spoelen en opbergen, onderhoud van 2 motoren, watermaker servicen, boot van buiten en binnen zoutvrij en schoon, bijboot opbergen, alles stormvast zetten, ankerketting schoonmaken en controleren, enzovoort enzovoort.
Woensdagochtend vroeg gaat de boot uit het water en gaan wij direct door naar het vliegveld. We kijken uit naar het komend half jaar in Nederland, naar weerzien met familie en vrienden, en Monique gaat ook met veel plezier weer aan het werk. Het fotoboek van het afgelopen half jaar ligt al bij de drukker, zodat we de herinneringen aan deze mooie maanden levendig kunnen houden.

Op bezoek in de Dominicaanse Republiek

Vandaag blikken we terug op de afgelopen tijd; twee weken maar, 15 dagen om precies te zijn, dat we in de Dominicaanse Republiek te gast waren. Ongelooflijk soms wat je in een korte tijd kan meemaken. Waar moet ik nou beginnen? Hoe krijg ik deze intense belevenissen in woorden gevat, zodat de lezers van dit verhaal een goed beeld krijgen van dit kleurrijke, drukke, rommelige land, met z’n indrukwekkende natuur, de heftige regenval, de vriendelijke bevolking, het chaotische straatleven?

De DR vlag hijsen

Het begon met het oversteken van de beruchte Mona-passage. Dit ging prima, al was het wel even inslingeren geblazen toen we bij de noordwest punt van Puerto Rico het steven naar het westen richten en we de golven van de Atlantische Oceaan vol van opzij kregen. Het was even geleden dat we zulke oceaangolven hadden meegemaakt, wat dat betreft is de Caribische zee behoorlijk beschut. Maar de boot deed het prima, dus de crew kon snel ontspannen en we gingen vliegensvlug op ons doel af bij 18-21 knopen achterlijke wind. Rond 8 uur in de ochtend voeren we de luxe marina binnen, gelegen aan de zuidzijde van het schiereiland Samana. Dat was even geleden, een marina, in Trinidad voor het laatst, aan het begin van dit seizoen. Even de stootwillen weer opduikelen uit de diepte van de bakskist. We kregen een mooie box toegewezen vlak bij de hoofdingang van het hotel, waar de jachthaven een onderdeel van is. Alle officials hadden een klein kantoor in dit hotelcomplex, waardoor we heel makkelijk alle formaliteiten konden afhandelen.

Daarna konden we vrij rondlopen en in ons opnemen waar we terecht waren gekomen. Een prachtige locatie, met twee zwembaden, tropische tuinen, grasvelden, een sjiek hotel met fitness met airco waar we gebruik van konden maken. En het allerleukste van de marina was het weerzien met de crew van Marelief, Karin&Eric, waar we eerder fijne herinneringen mee hebben gemaakt, zowel op La Gomera als op Trinidad&Tobago. Zo fijn om na een hele tijd lieve medezeilers weer terug te zien, we pakten de draad meteen weer op terwijl we genoten van Erics kookkunsten. Heerlijk om ’s avonds laat onder de sterren te zwemmen in het frisse water van de infinitypool!

De dag erna komt Heron binnen die ook een goede overtocht had. We lopen via een klein paadje door tropische natuur naar het stadje Samana, waar we meteen een culturele impressie kregen van dit land. Overal brommertjes, mensen, verkeersdrukte. Toeterde auto’s, open trucjes, enorme vrachtwagens, die zich allemaal tegelijk door nauwe straten wringen, de grote gele schoolbussen niet te vergeten. Motorrijders met hesjes aan, bij wie je voor een dollar achterop springt om je ergens te laten afzetten, maar ook soort tuktukjes waar mensen in worden vervoerd. Fruitkarren op straat, mensen die vanuit manden spullen verkopen, overal kleine winkeltjes, de meesten met vergelijkbare waar. Een drukke kleurrijke markt, een overvol busstation, en overal getoeter, meestal om onduidelijke reden. Maar ondanks deze ogenschijnlijk armoedige chaos heerst er een vriendelijke sfeer waarin we ons prima veilig voelen. Leuk om ons steenkolen-Spaans meteen in praktijk te brengen, en men blijkt ons te verstaan! Dat inspireert om gewoon door te gaan met onze dagelijke Duolingo-training.

Met de tuktuk terug naar huis

Na een rustdagje aan boord waarin klussen worden geklaard (aardse dingen zoals de was doen en de boot eens schoonmaken) huren we een auto en gaan met z’n vijven op pad, Vincent is helaas ziek. We stoppen bij een uitzichtspunt, zien helaas geen walvissen. Samanabaai staat bekend om het walvis-spotten: de bultrugwalvissen komen hier naartoe om te paren. Van januari tot en met maart zijn ze makkelijk te spotten en worden er vele excursies aangeboden. Wij zijn wat aan de late kant, maar je weet maar nooit. Wel zien we een paar gave blowholes, marmermijnen, een indrukwekkende kustlijn vol palmen, gras, zilverzand tegen een azuurblauwe zee. We badderen tussen de locals in een riviertje dat uitmondt in zee en eten kip met rijst en bonen in een lokaal strandtentje.

Buitenlandse toeristen zien we eigenlijk nauwelijks. De Dominicaanse Republiek is een fantastische vakantiebestemming, de toeristenindustrie heeft hier de laatste 10 jaar een enorme vlucht gemaakt. Al die toeristen zitten echter in afgesloten all-inclusive-resorts die van alle gemakken zijn voorzien en allemaal langs de mooiste stranden zijn gelegen, dus die mensen zie je niet in het openbare leven op straat, behalve als ze een georganiseerde excursie doen. Het valt ons op dat iedereen even vriendelijk en behulpzaam is, niemand probeert geld aan ons te verdienen, mensen dringen zich niet aan ons op. De dag erna bezoeken we de El Limón watervallen, waar we komen via een wandeling van 40 minuten. Toeristen uit de resorts leggen deze tocht af op de ruggen van magere paarden, wij zijn blij dat we lopen. Extra lekker om in het frisse bassin onder aan de waterval te zwemmen. Dan bekijken we het stadje Las Terrenas even, bekend om de dans-scene voor wat betreft Bachata en Salsa, maar dat speelt zich in de avonduren af. Via een creatieve route komen we thuis, met zweet in de handen, want dit pad was duidelijk niet bedoeld voor onze auto, wat een spannende rit, oef!

Na vijf nachten verlaten we de marina om vier dagen door te brengen in het National Park Los Haitises, wat aan de overzijde van de grote baai ligt, zo’n 10 mijl varen. Hiervoor moeten we eerst een despacho aanvragen, wat ons door de man van de navy wordt verstrekt: het is in dit land niet de bedoeling dat je er op eigen houtje op uittrekt en her en der gaat ankeren, nee, de autoriteiten willen precies weten waar je verblijft. Overal moet je dus in- en uitklaren, en vertrekken naar een volgende plek zonder despacho kan dus niet. Nou is het geen probleem om zo’n verklaring te krijgen, maar je bent er wel een uur mee zoet, vooral omdat de official zijn taak serieus neemt, maar nooit heeft geleerd een beetje vlot te schrijven. Als we hem bezig zien, moeten we denken en Anne en Pim, twee van onze kleinkinderen, die heel geconcentreerd boven hun schrijfwerkje zitten, de tong tussen de tanden, de knokkeltjes wit van het nog te krampachtig vasthouden van de pen, om heel serieus de letters een voor een op papier te krijgen.

Dan varen we naar de overkant en komen aan in een totaal andere omgeving. Overal rotseilandjes waar de basis bijna van is weggespoeld, die als soort paddenstoelen in het water staan, tropisch begroeid, bewoond door talloze vogels. Het maakt een Aziatische indruk. Verder overal mangrove waar je heerlijk doorheen kan varen met de bijboot, kruip door-sluip door. Ook zijn er meerdere grotten om te exploreren, sommige vanaf land, andere vanaf water bereikbaar.

Er staan wel wat bordjes met informatie bij en er zijn eeuwenoude wandschilderingen te bezichtigen, maar niets is toeristisch uitgebuit. We komen al die dagen nauwelijks iemand tegen bij onze excursies terwijl we soms wel wat bootjes met toeristen langs ziet varen. Heel leuk om deze dagen zo puur in de natuur en zo ver weg van de bewoonde wereld samen door te brengen met Marelief, die naast ons voor anker ligt. Niet alleen gezellig, ook verrekte handig. Want zij zijn al wel de trotse bezitters van een starlink antenne, net als Heron en inmiddels steeds meer zeilers, waardoor wij aan boord ook “gewoon” internet kunnen ontvangen via hun schotel. Nou, we zijn om, hoor, volgend jaar hebben wij er ook eentje aan boord!

Naast onderlinge gezelligheid, blijken we nog iets met elkaar te delen, in elk geval drie van de vier: de behoefte om wat bridge-vaardiger te worden. Blijkt dat we een fantastische docent aan boord hebben in de persoon van mijn Pieter! Terwijl wij de een na de andere beginnersvraag stellen en beginnersfout maken, loodst Pieter ons door de beginselen van het spel heen zonder ook maar 1 teken van irritatie of ongeduld, zo knap! Dat zou ik hem niet kunnen nadoen, mijn heerlijk geduldige echtgenoot! Inmiddels hebben we een paar lessen gehad en begint er bij mij langzaam wat structuur in de chaos te ontstaan, als niet-kaartspeler. Gelukkig maar, want van de 10 bridgedrivers was ik inmiddels de laatste der Mohikanen die nog steeds niet kon meedoen.

Na vier dagen pure natuur varen we terug naar de marina voor een afscheidsavondje met Kim en Vincent van Heron, die zich klaarmaken om naar Miami te varen. We eten in een lokaal restaurantje en zoeken daarna de muziek op, laat dat maar aan Kim&Vin over. We zijn weer getuige van een paar mooie salsa en bachata performances en Vin geeft zelfs 1x toe als Kim hem uitnodigt bij een Merengue. Wat stralen zij toch als ze aan het dansen zijn! Het is zo leuk om te zien en te horen, deze blije muziek, dat we dit najaar in Den Haag samen een cursus gaan doen, dit willen we ook leren! De lokale rum smaakt hier prima bij, ik voel hem de dag erna nog lekker nagonzen in m’n hoofd…..

In vele landen waar we komen geldt dat als mensen wat zeggen en beloven, dat we op onze hoede zijn en eerst willen zien voordat we geloven. Wat een verrassing als blijkt dat de lokale canvas-specialist zich 100% aan de afspraken houdt. Hij kwam eigenlijk bij toeval op ons pad. We zagen op een vrijdagnamiddag dat hij bij de buurboot een hoes voor de dinghy kwam afleveren, met prachtig resultaat. We vragen hem hoelang zoiets duurt en hij zegt dat hij binnen een week kan leveren. We spreken af dat hij op maandagochtend om 9 uur komt inmeten, en hij is er dan ook. Op vrijdagmiddag zou het klaar zijn, en inderdaad, om 17 uur komt hij met zijn compagnon en een uur later zit er een superstrakke nieuwe hoes om onze bijboot, ideaal als bescherming tegen de felle zon en om beschadigingen van het hypalon te voorkomen. Ook heeft hij meteen een huikje voor de buitenboordmotor gemaakt. Kwaliteitswerk, in korte tijd voor een prima prijs, wat zijn we hier blij mee!

Meerdere zeilers om ons heen zijn al bezig met de tochtplanning in de richting van Puerto Rico. Meestal heerst er een straffe oostenwind in deze tijd van het jaar. Om terug te zeilen naar het oosten, moet er wel een goed moment komen, en die zijn schaars. Het maakt ons wat onrustig, want wij willen ook weer die kant op, om vandaar uit naar Bonaire en Curaçao te varen. Maar niet voordat we iets meer van dit enorme land hebben gezien. Daarom huren we voor 4 dagen een auto en gaan op pad. Eerst naar de hoofdstad Santo Domingo. We hebben een hotelletje gevonden midden in de oude binnenstad en vandaar uit gaan we op verkenning uit. We genieten van de sfeer van de stad, vol oude gebouwen en fraaie bouwstijlen. We bezoeken de oudste kathedraal van de nieuwe wereld, in opdracht van Columbus gebouwd. Prachtig!

We gaan naar het Larimar museum, waar alles wordt uitgelegd over de half-edelsteen Larimar, een licht blauw gesteente, soms met groene en rode pigmenten erin, wat nergens anders ter wereld wordt gedolven dan hier. Natuurlijk nemen we een klein aandenken ervan mee naar huis, zowel voor mij als voor onze kleindochters. Dan komen we toevallig terecht bij een openluchtoptreden van een bekende salsaband. Er zitten wel 800 mensen bijeen op een grasveld met plastic stoeltjes kriskras neergezet en een centrale dansvloer. De hele tijd wordt er gedanst, salsa, bachata, merengue. Paren zijn zichtbaar op elkaar ingespeeld, jong en oud door elkaar, opa’s dansen met kleindochters, vrouwen met vrouwen, iedereen heeft plezier. Wat een cadeau om hierin verzeild te geraken, deze dansen zitten in het DNA van de bevolking.

De dag erna rijden we naar de bergen, een enorm vruchtbaar gebied waar het duidelijk koeler is. Langs de weg worden er aardbeien verkocht die lokaal groeien, we nemen wat doosjes mee voor medezeilers. We overnachten op een plek via AirB&B geregeld, en hebben een eigen huisje met balkon.

’s Avonds begint het te regenen om niet meer op te houden, echte tropische dikke regen, oorverdovend op het zinken dak en op al het gebladerte om ons heen. Pas in de vroege ochtend stopt het met regenen, heerlijk dat we op tijd in ons knusse onderkomen zaten. We wandelen naar een waterval die goed gevuld is en vol geweld een val van 60 meter maakt, diepbruin van kleur. Ongelooflijk veel aarde wordt er weggespoeld door de natuur. Dan dalen we af naar de noordkust die bekend staat om zijn prachtige stranden met metershoge golven, dé plek om te kitesurfen. Onderweg naar het stadje Camarete begint het weer te hozen en niet zo’n beetje.

Als we aankomen bij ons hotelletje blijkt er de stroom te zijn uitgevallen door de regen en het duurt een paar uur voordat het weer gefixt is. We zitten in elk geval droog in een fraaie kamer met prima uitzicht en we besteden de tijd nuttig met prive-bridgeles. We eten in het hotel, het voedsel komt van het restaurantje van de buurman die goed kan koken, volgens de eigenaresse. We bestellen iets van zijn menukaart en een half uurtje later komt hij het brengen, heerlijk eten op prachtige borden, echt klasse. De volgende dag is het droog en lopen we voor het eerst naar buiten. Het tentje van de buurman blijkt een heel klein stalletje aan straat te zijn, waar je vers fruitsap kan kopen. Iets verder van de straat af heeft hij een vierpersoonstafeltje staan, keurig gedekt en daarachter zit een kleine keuken. Ongelooflijk dat hij hier dit feestmaal vandaan heeft getoverd. We vinden het zo leuk, dat we meteen bij hem blijven ontbijten.

Dan rijden we in drie uur terug naar de marina. Pieter heeft zich in deze dagen ontpopt tot een chauffeur die niet onderdoet voor de locals, qua rijgedrag. Inhalen over een dubbele doorgetrokken streep, geen probleem. Inhalen in een buitenbocht? Idem. Toeterend invoegen door gewoon een beetje door te duwen, zo doen ze dat hier. Kuilen zigzaggend vermijden, leuk toch? De rest zal ik maar niet verklappen. We hebben helaas wel een erg brakke auto gehuurd, met gebroken voorruit waardoor geen goed zicht, alle ruiten sterk geblindeerd, geen werkende achterlichten, geen ABS, een wel heel laag zittende bodemplaat waardoor die steeds de grond raakt, hoe langzaam we ook over de drempels op straat rijden. Geen profiel op de banden, handrem die niets meer doet, en dan hebben we het maar niet over de vreselijke vislucht die er in de auto hangt. We voelen ons eigenlijk niet veilig in deze bak en zijn blij als we ongedeerd weer thuis zijn. Waarschijnlijk rijdt 90% van de bevolking in auto’s in nog slechtere staat, maar zelf willen we dit liever niet nog een keer zo meemaken. Overigens is het wel een feestje om rond te rijden door dit land. We kijken onze ogen uit, zien de gekste dingen gebeuren om ons heen in het verkeer. Mensen vervoeren de raarste en grootste voorwerpen op brakke brommertjes; je moet niet raar opkijken als er op de vluchtstrook van de tolsnelweg tegemoetkomend verkeer langskomt. Op de vluchtstrook verkopen ze allerlei waren, voedsel, fruit, dus iedereen stopt overal, soms ook gewoon óp de rijstrook als het niet anders kan. Op een doorgaande weg zwaait iemand met een rode lap stof als teken dat we af moeten remmen, blijkt er om de bocht een kudde koeien aan te komen lopen. In steden rijden brommertjes kriskras tussen auto’s door, allemaal zonder helm, in alle richtingen tegelijk, voor ons een wonder dat het allemaal goed lijkt te gaan. Babies voorop tussen de knieën geklemd van een vader, soms worden we ingehaald door zo’n brommertje terwijl wijzelf 80 km/uur reden… Maar ondanks de chaos heerst er wel een prettige sfeer in het verkeer, zelfs het constante toeteren klinkt als een soort muziek. Verder is alles in vrolijke kleuren geverfd, ligt er overal afval op straat en zie je overal families bij elkaar genieten van gezelligheid, liggend tussen de ontelbare palmbomen die langs de kustlijn staan.

Dit land is zo groot, en natuurlijk hebben we er maar een klein stukje van gezien, maar de sfeer hebben we wel te pakken. Een positieve ervaring rijker, een herinnering die ons altijd bij zal blijven! Woensdagavond zijn we terug in de marina, met een auto vol boodschappen. Donderdag is er een prachtig window om te gaan. Deze kans pakken we, want wie weet hoe lang we hierna weer moeten wachten op een goede mogelijkheid. We gaan daarom wel wat sneller weg dan we aanvankelijk hadden gedacht, maar aan de andere kant: we voelen een beetje dat de terugreis al is begonnen. Ik ben alweer wat met m’n toekomstige werk bezig, ik kan weer binnen mijn eigen organisatie aan de slag., heel fijn. De vliegtickets zijn geboekt, de eerste sociale afspraken thuis worden alweer in de agenda gezet. Mentaal zijn we de knop al aan het omzetten. Daarom is het prima om dit hoofdstuk nu af te ronden en de laatste fase van deze heerlijke maanden tegemoet te gaan.

Terwijl we nog nagenietend van de ervaringen Samanabaai uitvaren, ziet Pieter ineens een grote zwarte rug bovenkomen om nog geen 100 meter van de boot, waarna er een grote whaletale ons uitzwaait!

4 weken Amerika

We klaren uit op Jost van Dyke, het meest noordelijke eiland van de Britse Maagdeneilanden, en zetten koers naar St John, het meest oostelijke eiland van de USVI’s, de Amerikaanse Maagdeneilanden. De afstand is kort, nog geen 8 zeemijl (ruim 14 kilometer). We hebben inmiddels een app (CBP, customs and border patrol) waarmee het mogelijk zou moeten zijn om digitaal in te klaren. Van tevoren hebben we alle gegevens van onze boot en paspoorten al in de app ingevoerd. Ik meld me aan via de app. “U bent nog te ver verwijderd van US-territory” krijg ik als reactie. Half uurtje wachten dan maar. Maar ondertussen wordt het internetcontact van onze telefoon steeds zwakker. Die werkt wel met de BVI telecom aanbieder, niet met de Amerikaanse. Dat hadden we opgelost, dachten we, door een Amerikaanse e-sim aan te schaffen, maar het activeren daarvan heeft toch meer voeten in aarde dan verwacht.

Na meerdere keren tevergeefs proberen op de CBP-app is het ineens toch een keer raak. “Your request will be handled by a CBP officer, please stand-by for an on-line interview”. Na een half uur tevergeefs wachten krijgen we de teleurstellende mededeling “access denied, please report to the nearest port of entry”. Dat is even schrikken. We hebben zoveel moeite (en geld) gestoken in het activeren van onze ESTA, zouden we nu toch niet welkom zijn met onze boot?
De “port of entry” is Cruz Bay, daar waren we kortgeleden (met de ferry) al voor het activeren van onze ESTA. Je kunt daar met je jacht niet ankeren. Dus ankeren we om de hoek, in Honeymoon Bay. Dat wil zeggen, je gaat aan een (betaalde) ankerboei, mooring. Op bijna heel het eiland St John is de kuststrook een natuurreservaat en is ankeren verboden, op veel plaatsen liggen moorings, waarvan je voor een heel redelijke prijs gebruik kunt maken. De Off Course, met Onno, Oda en Jasper, ligt er ook al. Het weerzien is hartelijk, al zijn wij in de stress omdat we onzeker zijn over de inklaring. We gaan meteen op pad met onze bijboot en staan al snel in het gebouw van CBP, waar we een week eerder ook waren. “Ah, are you the ones that were denied?” vraagt een goedgemutste beamte? Het blijkt dat ze wel geprobeerd hadden ons te bereiken voor een beeld-interview, maar dat het niet gelukt was. We moesten de hele aanmelding opnieuw doen op een computer en daarmee was het in orde. Met een zucht van verlichting konden we daarna in de plaatselijke bar aanschuiven bij Onno en Oda, we waren precies op tijd voor het happy hour, waar alleen de beroemde plaatselijke cocktail “painkiller” geschonken wordt. Het hielp enorm!

Oda en Onno hebben St John de afgelopen tijd al “gedaan”, zij varen vanaf nu westwaarts naar St Thomas, het volgende USVI eiland. Wij gaan langs de zuidkust van Sint John naar het oosten en ankeren (of eigenlijk “mooren”) een paar dagen bij Great&Little Lameshur Bay. We worden verwelkomd door de ranger van het National Park in zijn rubberbootje. Hij besteedt wel een kwartier aan het uitleggen van alle regels: onder water niets aanraken of meenemen, geen snelheden boven 5 knopen, niet foilen, geen licht onderwater etc etc. Hij vat het samen met de woorden: Everything that is fun, is not allowed!”
Het is er prachtig snorkelen en aan de wal zijn mooie wandelingen uitgezet.
In de baaien hebben we geen telefoonbereik en dus geen internet. Onhandig, omdat we bijvoorbeeld het weer in de gaten willen houden en onze online cursus Spaans willen bijhouden. Maar tijdens de wandelingen in de tropische heuvels pikken we af en toe een signaal op en kunnen we aan onze digitale behoeften voldoen. Na de wandelingen is het weer heerlijk zwemmen en snorkelen. We proberen ook kreeften te vangen. Ja hoor, dat mag wel! Maximaal 2 per persoon per dag.  We hebben wat youtube filmpjes bekeken en een soort strop aan een stok gefabriceerd, waar het mee zou moeten lukken. Kreeften spotten is de eerste opgave. En dat lukt. De eerste is een heeeele grote. We durven gewoon niet. Een kleinere is ons te vlug af.

We varen langzaam naar het volgende eiland, St Thomas. Dat is duidelijk toeristischer, er zijn ook veel charterboten, gehuurde boten, bijna allemaal catamarans, bijna allemaal Amerikanen. In een baai ligt zelfs een pizzaboot, waar we een overheerlijke versgebakken pizza afhalen, die we drijvend in onze dinghy, vastgeknoopt aan een boeitje, opeten. Blikje bier in de hand. Ja, ons leven voelt lang niet altijd als vakantie, maar nu even wel.
We sluiten weer aan bij de Off Course, die houden vaak het ritme aan van andere boten met kinderen. We delen sundowners op het strand en eten een paar keer samen. Een dag bieden wij aan om op Jasper te passen, zodat zij de handen vrij hebben voor administratieve verplichtingen. Het is een feestje om Jasper een dag bij ons te hebben, Monique struint urenlang met hem het strand af voor hun gemeenschappelijke passie: schelpen. En ook bij snorkelen staat Jasper zijn mannetje.
We zien Max poleposition pakken in Jeddah en de volgende dag de race ook winnen. Niet spannend, wel leuk.
Er meren hier dagelijks meerdere cruiseschepen aan. Niet dat er heel veel te zien is, maar het is een belastingvrij shopping-paradijs voor de Amerikanen. Ook het grootste cruiseschip ter wereld, Icon of the Seas, pas onlangs in de vaart genomen, zien we achterwaarts door een smalle geul vlak langs onze ankerplek binnenvaren. Ongelofelijk.

Het grootste cruiseschip ter wereld, meer dan 10.000 opvarenden, in januari 2024 in de vaart genomen.

Op donderdag 14 april varen we in 4 uur naar Culebra, een van de Spaanse Maagdeneilanden. Die zijn onderdeel van Puerto Rico en net als Puerto Rico sinds 1917 deel van het Gemenebest van de Verenigde Staten. Maar niet met álle lusten en lasten. De Puertorricanen (ja, dubbel r) hebben eigen wetgeving, ze hebben wel een US paspoort en mogen overal in de US wonen en werken, maar ze zijn niet vertegenwoordigd in de senaat, betalen geen federale belasting en mogen niet meedoen aan de presidentsverkiezingen. Tegen de zin van de eilanders hebben de Amerikanen tot 1975 een deel van Culebra als oefenterrein gebruikt voor bombardementen en werd het andere eiland, Vieques, voor een groot deel opgeofferd voor legerbases. Je snapt het, de emoties t.o.v. het grote moederland zijn ambivalent.
We vallen meteen voor de Spaanse Virgins en later voor het hoofdeiland Puerto Rico. Wat een ontspannen sfeer, aardige mensen, prachtige natuur en, niet te vergeten, wat een rust. Nauwelijks cruisers, geen chartercatamarans.

Op Culebra ontmoeten we de Heron weer, met Vincent, Kimberly en hun hond Harley. Klopt, in een vorig leven waren ze motorgekken. Tegenwoordig zijn ze automonteur, kapster, dansleraren en yachtmakelaars. Live-aboards, nu -zoals heremietkreeften-, zelf op zoek naar een wat ruimere schelp om in te wonen en te varen.
We bezoeken het strand van de bombardementen, twee kleurig beschilderde tanks staan er nog als stille getuigen. We verkennen het eiland, snorkelen aan de randen en maken een voorstelling mee van de regionale steelband muziekschool.
We vinden het leuk om een tijdje met de Heron op te trekken en we volgen hun tempo richting Puerto Rico en de Dominicaanse Republiek. Ons bezoek aan het eiland Vieques blijft daarom beperkt tot één baai, maar wel een hele bijzondere. Mosquito Bay is beroemd vanwege de bioluminescentie.

Via een smalle doorgang kom je in een soort binnenmeer, wat bevolkt wordt door dinoflagellaten, een soort plankton, die licht geven als ze in beweging worden gebracht. Om het goed te zien mag er geen maan zijn. Het is wassende maan, dat betekent dat de maan om een uur of 3 in de nacht ondergaat en het daarna pikkedonker zal zijn. Door de deining is de ankerplaats voor de ingang erg oncomfortabel, maar dat hebben we ervoor over. We proberen een paar uur te dommelen en om 03.00 uur gaan we op pad met onze kayak. Met een buitenboordmotortje mag je er niet in. Het is magisch. Iedere peddelbeweging veroorzaakt een wolk van licht, en als we onze aarzeling overwinnen en gaan zwemmen weten we niet wat we zien. We lijken alletwee lichtgevende engelen.
Een paar uur later zijn we op weg naar Salinas op Puerto Rico, een tocht van 50 mijl, dus we komen laat in de middag aan. Het is een langgerekte baai, omsloten door mangrove eilanden, uitstekend beschut. Kim en Vin kennen hier een medecruiser, een Puertorricaan, die ze op Curaçao hebben ontmoet. Ze moesten zeker langskomen als ze ooit op PR zouden komen. Ronnie, 77 jaar, gepensioneerd bouwondernemer, ligt met zijn catamaran aan een privésteiger, aan een privé-stukje land, met nog een paar boten van zijn broers. Ooit kocht zijn vader dit stukje vader dit stukje land voor $400; een bod van een miljoen USD, door de naastgelegen jachthaven, hebben ze al een tijd geleden vanzelfsprekend naast zich neergelegd. Ronnie is trots op zijn land en op zijn stad (Ponce) en hij ziet het als zijn missie om de cruisers, die hij allemaal als zijn amigo’s ziet, daarmee kennis te laten maken. Hij bruist van de energie, vertelt de ene anekdote na de andere. Zijn gastvrijheid kent geen grenzen. We mogen zijn steigers gebruiken voor de dinghy’s, zoet water tanken, zijn auto gebruiken. Hij neemt ons een dag mee naar Ponce; hij moet er toch zijn voor 2 vergaderingen van Museo Castillo Cerrallés, waarvan hij in de “board” zit, samen met andere hotemetoten van de stad. Wij gebruiken zijn auto om in Ponce rond te kijken.

De dag erna neemt hij ons mee naar Hacienda Buena Vista, een oude koffieplantage, waar via kleinschalige rondleidingen een inkijk wordt gegeven in de historie van de plantages in Puerto Rico en van het leven van de welgestelde families enerzijds en de slaven anderzijds. We merken dat het voor Ronnie een heel belangrijke plek is. Daarna rijden we nog naar het eerdergenoemde Castillo Cerrallés, de pontificale woning van de Cerrallés familie, de stichters van het gerenommeerde DonQ rum-merk. Het ligt prachtig boven de stad. Ronnie heeft het pand, dat in vervalling dreigde te raken, met een groep vrienden van de ondergang gered en met steun van de gemeente omgevormd tot museum. Eerst mocht het niet het predicaat “kasteel” voeren, het had namelijk geen brug. Dat loste Ronnie op door er een mooie brug aan te bouwen.
We krijgen er een rondleiding. De hele inrichting is nog origineel. En natuurlijk is er aan het eind een glaasje rum.
We hebben nog nooit iemand met zoveel energie en met zo’n groot hart als hij meegemaakt. Maar hij is wel een symbool van de gastvrijheid van Puerto Rico. Na een week voer Ronnie met zijn catamaran weg naar St Thomas (USVI’s) voor een zeilwedstrijd. Hierdoor werd het voor ons wat makkelijker om Salinas achter ons te laten.

1 dag gaan we er nog op uit met z’n vieren om iets van het binnenland te zien. Ronnie leent ons zonder problemen zijn auto uit. We rijden de imposante bergen in, waar we meteen door tropisch regenwoud worden omgeven. We maken een wandeling naar een uitzichtpunt bij een diepe kloof, we rijden een scenic route door uitbundig groen regenwoud, we zien een bekende waterval. Dan begint het onnoemlijk hard te regenen wat een dik uur duurt, de ruitenwissers houden het nauwelijks bij en we zijn een beetje bezorgd op de bochtige weg met de banden zonder profiel. Gelukkig rijdt Kim, dus we zijn in goede handen. Wat een land!

Ook huren we een dag een auto, om met z’n tweetjes de hoofdstad te bezoeken, San Juan. Van meerdere bevriende zeilers hadden we daar goede verhalen over gehoord, dat wilden we met eigen ogen bekijken. En inderdaad, een juweel van een stad, met een oude stadskern, ommuurd door verdedigingswerken. We zijn onder de indruk van de glanzend blauwe cobblestone-roads, de kleurijke graffiti en de imposante begraafplaats. Er zijn talloze snuisterij-winkeltjes, ateliers, mooie restaurants. We bezoeken de arme wijk La Perla die bekend is geworden doordat alle huizen een vrolijke kleur hebben gekregen. Vele muren zijn kunstzinnig beschilderd. We slenteren rond, rijden nog een stukje om wat bijzondere plekken te zien die in de Lonely planet mooi beschreven staan en eindigen de dag in een zeer lokaal straatkroegje waar we voor 3 dollar twee glazen bier krijgen en waar uit de boxen salsamuziek schalt. Al is een dag te kort, we hebben een goede indruk gekregen.

De Dominicaanse Republiek lonkt, en we zeilen op ons gemak in enkele dagetappes naar het westen. Het zijn steeds mooie ankerplekken, beschut door riffen met mangrove begroeiing. Heerlijk om er met de kayak langs of doorheen te peddelen. Deze weken zijn gekleurd door de vele etentjes en strandparty’s samen met Heron, we genieten van de gezelligheid onderling en zijn nog steeds niet uitgepraat of uitgelachen. Onze laatste stop is in Puerto Real, een kleine vissersplaats in het zuidwesten. We blijven er 2 nachten en eten en dansen met de Heron in een kleine pub op de kant. Morgenochtend staat de 150 mijl lange reis naar Samana in de Dominicaanse Republiek op het programma. Een tocht van meer dan 24 uur, waarbij we de beruchte Mona passage oversteken. Daar hopen we in een volgend blog meer over te vertellen.

12 jaar getrouwd op de BVI’s

Hèhè, het voelde als een opluchting om weg te varen van St Maarten, richting een nieuwe bestemming. We hadden intensieve weken achter de rug in Nederland en daarna een boel pech achter elkaar na terugkomst in het Caribisch gebied. We zijn toe aan een nieuw hoofdstuk van onze reis, nieuwe ervaringen en eigenlijk gewoon ook aan een beetje bijkomen. De Britse Maagdeneilanden, ofwel de British Virgin Islands, the BVI’s, lijkt zich hier prima voor te lenen. We lazen ooit: “Als Walt Disney een zeilparadijs zou bedenken, zou het eruit zien als de BVI’s. Overal eilanden, overal ankerplekjes, korte afstanden, blauw water, prachtig snorkelen, mooie natuur.” Dat klinkt goed!! Wel oppassen voor de ontelbare charterboten, vooral catamarans. Het is een populair gebied om naar toe te vliegen met vrienden of familie met een grote zak geld om hier rond te varen voor een dikke week. We zijn benieuwd.

De tocht erheen was in elk geval al heerlijk; achterlijk windje van zo’n 14 knopen, onze favoriete zeil-setup, een nachtje doorvaren onder prachtige sterrenhemel, tja, dan zijn we allebei gewoon helemaal in ons element.

We komen op dinsdag 20 februari aan bij Virgin Gorda en klaren in bij de hoofdstad, Spanish Town. Dan zoeken we een mooi ankerplekje op en gaan per dinghy naar The Bath, een begrip hier; een enorm indrukwekkend gebied met de mooiste rotsformaties, megagrote ronde keien, die kriskras verspreid door het landschap liggen en soms hoog op elkaar gestapeld, waardoor je je afvraagt wat hier zich ooit geologisch gezien heeft afgespeeld. Echt heel bijzonder, vooral het stuk waarbij je tussen de rotsblokken klautert, alsof je door tunnels kruipt. Bij terugkomst op de boot zien we dat dezelfde Duitse monohull naast ons geankerd ligt als vanochtend, op de inklaarplek. Latina, mooie naam.

De volgende ochtend zeilen we in alle rust met zo’n 3-4 knopen naar de volgende ankerplek. Er staat weinig wind en het valt ons op dat we ongeveer de enigen zijn die zich onder zeil verplaatsen, de meeste catamarans om ons heen zetten de motoren open en racen er vandoor. We vragen ons af of de zeilen in zo’n charterweek überhaupt gebruikt worden. De zeilen die we op zien staan zijn zo slecht getrimd, dat je meteen weet hoe weinig zeilervaring er aan boord is. 

We hebben een plekje op het oog, beschut achter een eiland en vlak achter het rif: we verwachten een paar dagen pittige wind en dit lijkt ons het beste plekje van de hele omgeving. Tot onze verbazing ligt er helemaal niemand. Een half uurtje later komt ook Latina bij ons liggen, echte zeilers dus, mensen die ook naar het weer kijken, dat hebben we meteen door. Alle charterboten gaan gewoon naar de klaarliggende mooringvelden, waar je twee soorten boeien hebt; de oranje die je voor 55 USD per nacht online kunt boeken, en de witte ballen waarvoor geldt “wie het eerst komt, die het eerst maalt”, daar betaal je 40 USD voor en dit geld wordt in de namiddag opgehaald. Maar je kunt dus ook zelf ankeren. We liggen op een prachtplek en genieten van de rust en van het snorkelen. Wel even heel intimiderend als een barracuda van zeker een meter vlakbij ons zwemt en ons almaar blijft achtervolgen op 2 meter afstand; snel het water uit, wat een griezel van dichtbij met z’n bek vol scherpe tanden. Onze Duitse buurman van Latina komt zich even voorstellen en we nodigen ze beiden uit voor een borrel aan boord die avond. Heidi en Dirk zijn leuk, we hebben een goede klik en dus een heel gezellige avond. Twee dagen liggen we hier en doen wat klussen aan boord. De lieren worden alle zes door mij geserviced, waar ik een tijdje zoet mee ben, en wat hard nodig was….de laatste keer was bijna 2 jaar geleden. Een lekkende naad van de buiskap hebben we helemaal schoongemaakt en opnieuw gekit, weer zo’n klus waar we zomaar drie uur mee bezig zijn met z’n tweetjes, maar wat een tevreden gevoel oplevert. Als de wind is afgenomen verkassen we naar het eiland tegenover, waar we een mooi uitzicht hebben over een zout binnenwater, van waaruit we met onze heerlijke nieuwe stoere dinghy naar het rif stuiteren om te snorkelen, waar we stukjes kayaken, tennissen op het strand en waar we genieten van Happy-hour op Saba Rock, ook alweer zo’n fenomeen, een sjiek restaurant op een mini-eiland, waar iedereen naartoe trekt. Hartstikke leuke sfeer!!

De avond erna verleggen we de boot naar om de hoek, naast de Latina, en hebben weer een fijne avond met onze nieuwe vrienden, waarbij we heel wat aflachen, Dirk is grappig! Wat zijn de contacten tijdens zo’n reis toch belangrijk. Soms is het heerlijk om alleen maar samen te zijn met niemand om je heen, en soms is de gezelligheid met andere zielsverwanten heel heilzaam.

Vijf dagen zijn we in deze heerlijk sound geweest, op verschillende plekjes. We hebben het fijn gehad, zijn echt een beetje bijgekomen, uitgerust en hebben zin om verder te gaan. We gaan ankerop en varen plat voor het lapje naar Salt island, tien mijl verderop terwijl we onderweg water maken, heerlijk dat de watermaker het weer zo goed doet. We stoppen er, wandelen even naar het zoute meer en gaan vlot verder. Om de hoek ligt het wrak van Rhone, een vrachtschip en tevens een duikattractie. Terwijl ik met de Mahi mahi ronddobber, snorkelt Pieter erheen. Daarna door naar Pieters island, waar we voor anker gaan in een prachtige baai waar maar 1 ander schip ligt, het blijft ons verbazen. We snorkelen op een prachtige plek, met eindelijk wat levend koraal en veel vis en mijn dag kan niet meer kapot als ik een hele bijzondere schelp voor m’n verzameling vind.

We horen van onze vrienden van de Offcourse, die al in de United Stated Virgin Islands, the USVI’s zijn aangekomen, dat ze bevriend zijn met de buurboot in onze baai. De volgende ochtend regent het pijpenstelen tot 10 uur, heel knus, dat constante geroffel op de boot. Ideaal weer om eens wat muffins te bakken. Als het weer droog is, sup ik naar de buren met een zakje muffins, we worden meteen voor de koffie uitgenodigd. Colette en Miles komen met hun dochter vanuit Nieuw Zeeland, hartstikke leuke mensen weer, we hopen ze gauw nog eens te ontmoeten. 

Die middag varen we een klein stukje verderop naar Kelly’s Cove waar we 1 van de 5 betaalde moorings oppikken, wat echt de moeite waard is. We liggen op een prachtplek, in een soort kom omringd door rotsen, zonder deining. Heel mooi om te suppen en ’s avonds te genieten op het voordek van de afnemende maan bij een krekelconcert. 

De dag erna op snorkelexpeditie. Eerst met de dinghy naar TreasurePoint, waar we met zaklamp in de hand de grotten al zwemmend verkennen. Daarna door naar Indian Rocks, ruim een mijl over ruig open water, maar de moeite waard: we snorkelen rond de rotsen met steile wanden vol levend koraal en talloze vissen. Heel stoer van Pieter dat hij door een onderwatertunnel durft te zwemmen.

Tevreden drogen we op van dit avontuur en gaan op pad naar het hoofdeiland Tortola, en dan naar de plek met de bijzondere naam Sopers Hole. We kunnen er niet ankeren en nemen dus een mooring, maar liggen dan ook op een mooi plekkie in dit gebied. Felgekleurde huizen op de kant en blijkbaar een boel leuke plekjes om wat te eten en drinken, lezen we in de pilot. Er stopt een dinghy bij de boot, met daarin Folkert, een Fries, die hier woont en zeilles geeft. Hij vertelt dat er op woensdagavond met radiobestuurbare boten een wedstijdje wordt gehouden en dat het gezellig pizza eten in bij the Admiralities Club. Wij erheen. Pieter staat gebiologeerd te kijken naar het wedstijdzeilen met mini-lasers, en dan krijgt hij zo’n afstandbediening in z’n handen gedrukt met een paar regels uitleg. Hij rommelt er even mee en dan wordt er al afgeteld naar de start. Pieter speert ervandoor met zn boot nr 59, hij rondt de boei en komt als winnaar over de finishlijn! Hij glimt van trots, mijn held. Nog nooit gedaan en meteen onder de knie 🙂

Hierna smaken de biertjes en pizza’s nog beter en hebben we een leuk gesprek met een jong Brits koppel dat hier woont en werkt om het Engelse klimaat te ontvluchten.

Donderdag op pad om een belangrijke hobbel te nemen. We hebben een paar dagen geleden een ESTA aangevraagd en deze moeten we activeren, voordat we de boot mogen meenemen naar Amerikaans grondgebied.

Dit kunnen we doen door met de ferry naar de USVI’s te gaan, ons daar formeel in te klaren en een stempel in onze paspoort te krijgen. Pieter heeft online tickets geregeld, wat niet zonder slag of stoot ging. Maar uiteindelijk is het gelukt en om 8 uur staan we al klaar bij de ferry’s. Alles gaat soepel, bij elk loket moet weer wat betaald worden, maar dan vertrekken we. In een kwartiertje zijn we in Cruz Bay, de hoofdstad van het Amerikaanse St. Johns. Daar moet iedereen van boord, paspoorten worden gecontroleerd, persoonsfoto gemaakt, vingerafdrukken worden genomen. Maar dan gebeurt het, de felbegeerde stempel wordt gezet en daarmee hebben we een geldig toeristenvisum voor 90 dagen, waarmee we, als het goed is, ook welkom zijn in Puerto Rico. Daar is het ons allemaal om te doen. Het kost wat, maar hopelijk hebben we dan ook wat, we gaan het beleven! Drie uur na vertrek zijn we weer terug aan boord. We kunnen hier mooi nog een wasje doen, boodschappen halen bij een prima supermarkt en gaan nog even naar livemuziek luisteren aan de kant, onder het genot van een hapje, terwijl het buiten weer regent. Deze dagen trekt er een front over met veel wind en regen maar daarna wordt er weer stralend weer verwacht.

Pieter schreef al dat we Murphy op St. Maarten hebben achtergelaten, maar dat betekent niet dat we gevrijwaard zijn van pech, integendeel. Hoe heerlijk we het ook hebben op de BVI’s, we hebben wel weer een portie tegenslag, deels eigen schuld! We varen met de nieuwe dinghy achter ons aan slepend. We lazen dat we in zo’n geval een langere lijn moeten beleggen en we vinden hier een perfecte lijn voor. Maar waar we niet echt aan dachten bij de eerste ankermanoeuvre was dat dit geen drijvende lijn is en een stuk langer dan we gewend waren, met als gevolg dat de lijn in de schroef verstrikt raakt bij het achteruitslaan en KLOINK…de motor er abrupt mee stopt. Gelukkig zijn de motorsteunen door de klap niet gebroken of ontzet! ’s Avonds zitten we binnen tv te kijken, ineens bam, elektra schakelt volledig uit, de accu’s op standby, wij en de boot in het duister gehuld. Dat is ons nog nooit overkomen. Pieter houdt via een app altijd de accu’s in de gaten. We hadden inderdaad geen zonnige dag en best wat elektra gebruikt, maar ze leken nog voldoende gevuld. Op basis van deze app-gegevens bepalen we of we elektrisch kunnen koken (meestal), of op gas (soms). 1 van de accu’s communiceert niet zo lekker via bluetooth, dat probleem was al langer bekend, maar blijkbaar geven ze soms ook een hoger laadniveau aan dan overeenkomt met de werkelijkheid! Dat betekende dus een uurtje de motor laten draaien op de ankerplek, de tweede keer dat we dit moeten doen in ons zeilende bestaan. En dan het volgende: we liggen in Sopers Hole aan een mooring terwijl het een onrustige nacht is met harde vlagen wind waardoor de boot soms onrustig beweegt. Ik weet nog dat ik een vreemd hard geluid hoorde waardoor ik wakker schrok, maar ging ervan uit dat het de peddels waren op dek, maar die had ik wel vastgebonden, dus draaide ik me om. ’s Ochtends zitten we te ontbijten in de kuip, zie ik ineens een elektradraadje omlaag bungelen vanaf de bimini. Ik kijk omhoog; Pieter!! Er is een zonnepaneel weggewaaid!! Jeetje mina, er liggen twee flexibele zonnepanelen op de bimini, ze zitten vast met twee strips klittenband over de hele lengte. Is er toch een volledig afgerukt door een windvlaag, nog nooit meegemaakt. Tja, en waar is ie nu? Zinkt zo’n ding meteen, is ie misschien tientallen meters door de lucht gevlogen voordat hij ging zwemmen? Heeft de uitgaande stroom hem meegesleept richting zee? Waar we liggen is het ruim 10 meter diep. We zien er wat tegenop, maar uiteindelijk helpt Pieter me in het duikharnasje van ons nood-duiksetje en daar ga ik. Na vier meter zakken zie ik de bodem al wat vaag, en na 20 seconden zie ik ons paneel heel rustig op me liggen wachten, pal onder de boot. Dat was dan weer een meevaller, en hij blijkt nog te werken ook, oef.

De wind is nog niet uitgeraasd maar we willen verder. Deze plek kennen we inmiddels en het is een bijzondere dag. Het is namelijk 2 maart, onze trouwdag en daar willen we iets feestelijks mee doen. We besluiten te vertrekken en zeilen bij ruim 20 knopen wind hoog aan de wind de 5 mijl naar de beoogde ankerplek bij het eiland Jost van Dyke. Daar trakteren we ons weer op een mooring, wel zo relaxed met deze wind en de riffen in de buurt. We kijken eerst de eerste wedstrijd van Max van dit seizoen, Pieter heeft weer weten te regelen dat we op de ipad kunnen kijken, altijd leuk, al is het een saaie wedstrijd door de overmacht van onze held.

Daarna op pad, we lopen naar the bubbly pool, een plek waar bij hoog water de golven met geweld tussen de rotsen door naar binnen komen en er een soort schuimend bubbelbad ontstaat. Prachtig om te zien en heel leuk om in te zitten. We genieten een tijdje van deze plek. Op de terugweg kopen we iets moois bij een lokale kunstenaar en spreken met het restaurantje op de kant af dat we die avond kreeft komen eten. Ze hebben er nog een paar liggen, die zijn voor ons! We hebben een heerlijk diner op een romantische plek met iets te veel wind, maar dat deert ons niet. We kijken met plezier terug op de voorgaande jaren, zijn blij met elkaar en met onze beslissingen in het leven en realiseren ons maar al te goed hoe fijn we het hebben. Hier willen we nog wel een tijdje samen mee doorgaan.

Murphy aan boord

Sinds 8 februari zijn we weer aan boord. Laat in de avond landden we op Sint Maarten, waar Ton ons met zijn dinghy ophaalde van het vliegveld, in de stromende regen. We zijn nog vol van het overlijden van Mariette, van de dierbare week die we met broer, zussen en partners doorbrachten in Mariettes appartement om van alles te regelen en het afscheid voor te bereiden. Samen met heel veel familieleden, vrienden en bekenden hebben we dat op een warme en troostende manier kunnen doen. 
En nog geen drie dagen later zitten we dus weer aan boord. Aan de ene kant heel gek, maar ook mijn broer en zussen hadden nu vooral behoefte zich weer even thuis terug te trekken en voor ons is thuis dus op de Mahi mahi. Opruimen bij Mariette komt later wel.

Ton brengt ons naar de airport in de zon, op terugweg dikke regen.

De boordkoelkast was door Ton al aangezet en onze buren Kim en Vincent van de Heron hadden voor vers eten en drinken gezorgd, we hoefden er daardoor niet meteen de volgende dag op uit. Als we ‘s morgens wakker worden zien we een oude bekende naast ons liggen, de Greyhound van de Duitsers Dietmar en Maria, we spraken elkaar voor het laatst op Martinique. Zij introduceren ons weer bij Peter en Ingrid van de Ocean Deva, die vanuit Curaçao aangekomen zijn in “Tons dorp”. Een in Frankrijk levende Brit en een in Portugal levende Nederlandse, die elkaar én de charme van een zeilend bestaan op wat latere leeftijd hebben leren kennen. Op beide boten worden we voor een etentje uitgenodigd en brengen we een boeiende avond door. En zondagmiddag strijkt heel Tons dorp neer op Simpson bay beach. Ieder gaat er met zijn dinghy naar toe, neemt drankjes voor zichzelf en 1 gerechtje voor 20 personen mee. Ton zorgt voor een megakoelbox met ijs om de drankjes koel te houden. We ontmoeten er Belgische, Oostenrijkse, Amerikaanse, Nederlandse en Britse zeilers en hebben zo een heel gezellige middag en avond. 

We hebben het druk met klusjes. We hadden een nieuw reddingsvlot besteld, het oude kon niet meer herkeurd worden. Voor vertrek naar Nederland hadden we de watermaker weggebracht voor onderhoud en het verhelpen van storend geluid. Het voordeel van Sint Maarten is, dat er op watersportgebied heel veel gespecialiseerde bedrijven zijn. Inmiddels hebben ze zich vooral toegelegd op de superjachten, die liggen hier met vele tientallen, maar ook de cruisers worden niet vergeten. Aan het eind van de week hebben we een nieuw reddingsvlot en een gerepareerde watermaker aan boord. Het is een flinke aanslag op de boordkas. 

Monique en Marie van de Greyhound

Ondanks de gezelligheid en de voordelen van alle faciliteiten voor cruisers willen we graag verder. We zijn het liggen op het viezige binnenwater zat, de afstanden zijn groot, het is er te druk, en qua natuur heeft Sint Maarten weinig te bieden.
Het ziet er naar uit dat we toch een tweede kans krijgen om Saba aan te doen en dan van daar verder te varen naar de BVI’s. Er komt rustig weer aan zonder te veel deining, waardoor het mogelijk lijkt om bij Saba te ankeren. Peter en Ingrid besluiten ook naar Saba te gaan, maar dan met het vliegtuig en een paar nachtjes hotel. We maken de boot vaarklaar, want die hadden we vier weken geleden deels uitgekleed. Ik duik even onder de boot om de “gever” van het log, de snelheidsmeter, schoon te maken. Het is een klein schoepenwieltje, dat bij lang stilliggen vaak vast gaat zitten door dat er kleine garnaaltjes in komen. Ik schrik als ik het onderwaterschip zie en voel. Een halve centimeter dikke laag van messcherpe aangroei, iets wat we nooit eerder op onze romp hebben gehad. En nog een onaangename verrassing: de schroef is niet meer zichtbaar, er heeft zich een hele kluit van planten om gevormd, die ook vol zit met kleine beestjes. Hier valt niet mee te varen. Als eerste probeer ik de schroef vrij te maken, wat gedeeltelijk lukt. Ik snij me op allerlei plaatsen aan de messcherpe kokkeltjes en schelpjes op de romp. De plantaardige (of is het dierlijke?) rommel die ik van de schroef en romp lossteek blijkt ook nog eens sterk irriterend op mijn huid. Wat een ellende!
De volgende ochtend moeten we om 8.30 de brug halen om vanuit de lagune weer naar open water te gaan. We besluiten om de romp verder buitengaats schoon te maken. We kunnen dan ook met de dinghy nog wat boodschappen aan de Franse kant doen, wijn en kaas onder andere. De dinghy leggen we dus even nog niet op dek.
Iets te laat vertrekken we vanaf de ankerplaats. De motor klinkt wat raar, we wijten dat aan de gedeeltelijk vrijgemaakte schroef, die daardoor mogelijk niet in balans is. We moeten langs wat ondieptes, en sinds de orkaan Irma zijn die niet door boeien gemarkeerd. We volgen daarom nauwkeurig de track (ons “spoor”) van de heenweg, toen kwamen er we veilig langs. Toch lopen we vast. Shit, de brug draait over een kwartier. Achteruitslaan helpt niet. We komen schever te liggen, de wind drukt ons verder op de ondiepte. Ik spring in de bijboot en maak vast aan de boeg. Achteruitvarend probeer ik de boeg naar dieper water te trekken terwijl Monique vooruit gas geeft. Het werkt, we komen los. We zijn nog op tijd bij de brug en gaan als laatste van een rijtje boten naar buiten. Als we net door de brug zijn horen we een hoge piep, alarm! Door het felle zonlicht zien we eerst niet welk waarschuwingslampje er brandt. Het blijkt het temperatuuralarm van de motor. We zetten meteen de motor uit. Hoe kan dat nou? Zou de koelwatertoevoer dichtzitten door de modder bij het vastlopen? Maar eerst moet de boot naar een veilige plek. Ik spring weer in de bijboot en sleep de Mahi mahi naar de dichtstbijzijnde vrije ankerboei. Poeh, dat was schrikken, gelukkig liggen we nu veilig. We gaan meteen op onderzoek uit. Er blijkt totaal geen koelwater uit de uitlaat te komen. De oorzaak: de toevoerkraan staat dicht! Ongeloof, ik weet toch zeker dat ik die bij vertrek naar Nederland juist open heb laten staan, voor het geval dat Ton de boot in onze afwezigheid zou moeten verplaatsen? Eigenlijk gaat die kraan nooit dicht, behalve als ik aan het koelwatersysteem werk. Pas later dringt het tot me door. Een paar dagen eerder het ik de koelwaterslangen opgemeten. Daarvoor moest ik een slangenklem losdraaien en toen heb ik ……de kraan dichtgezet en dus niet meer open. En de gebruikelijke standaard check, na het starten van de motor even kijken of er koelwater uit de uitlaat komt, die is er vanochtend bij ingeschoten. Zelfs het ongewone motorgeluid heeft me niet getriggerd. 
De impeller (rubberenschoepenrad van de zoutwaterpomp) heeft dit niet overleefd. Nadat ik die vervangen heb werkt de motor gelukkig weer prima. Vervolgens willen we het water in om de aangroei op de romp aan te pakken. Maar het zicht is heel slecht. Er heeft een flinke deining gestaan, die het zand op de bodem heeft opgewoeld. We varen daarom verder naar buiten en gebruiken daar ons eigen anker. Hier is het zicht redelijk en we krabben in een uur een deel van de aangroei er af. De klus is lang niet klaar, maar we willen Saba nog met daglicht bereiken, dus we zetten er een punt achter. We hijsen de bijboot op dek en zetten koers naar Saba. We zullen het zonder de kaas en wijn moeten doen, voor boodschappen hebben we geen tijd meer. Poeh zeg, wat een spanning in die eerste uren van de dag!
De tocht naar Saba verloopt ongecompliceerd, het duurt maar een uur of vijf, maar we komen er helemaal van bij. We praten over Mariette, ook over de dood van Ruud, Moniques vader en over de zorgen om haar favoriete oom Harry die vanwege een snel progressieve dementie naar het verpleegtehuis moest. Terwijl ik in Nederland met mijn broer en zussen bezig was met het voorbereiden van het afscheid van Mariette, probeerde Monique in Harry’s huis nog wat grip op dierbare zaken van hem te krijgen. Nu, op het water, met zijn tweeën, laten we gebeurtenissen van de afgelopen weken door ons hoofd gaan. En natuurlijk hebben we het over de onaangename aanwezigheid van Murphy deze ochtend. Eind van de middag leggen we vast aan een van de ankerboeien aan de westkant van Saba, precies waar we ruim 4 weken geleden ook lagen. De omstandigheden zijn prima, we rollen weinig. We slapen die nacht uitstekend. 

De ankerboeien liggen er om te voorkomen dat de cruisers het koraal kapot trekken met hun ankers. Er lagen er ooit 11, we tellen er nu 7. In de loop van de volgende ochtend zijn ze allemaal bezet. Het water is kraakhelder, je kijkt tot op de bodem, terwijl het 15 meter diep is. Onze gerepareerde watermaker maakt overuren. Met de dinghy varen we de 2 mijl naar de haven aan de zuidkant van het eiland in een minuut of 10. Wat een fijn ding toch, die bijboot. Gekregen als afscheidscadeau van het ziekenhuis, heel stevig maar toch opvouwbaar en daardoor klein aan dek, snel dankzij de 10 pk buitenboordmotor. Als de Mahi mahi ons huis is, is de dinghy onze auto, in een wereld zonder OV. Onmisbaar dus. In Fort Bay leggen we hem vast aan het dinghydock, bij het kantoor waarin naast de havenautoriteit ook immigration en customs gehuisvest zijn. Die hebben op Saba onder cruisers geen beste naam, maar wij klagen niet; we worden snel en allervriendelijkst ontvangen. Nog even een stop bij de havenautoriteit voor de cruising permit en daarna naar het kantoor van het marinepark, waar we ook een fee mogen betalen voor het in stand houden van de natuur onder water. Dat doen we met plezier.
Nu alle formaliteiten achter de rug zijn willen we graag een wandeling maken. De bekendste is die naar de top van de Mount Scenery, de oude vulkaan. Het vertrekpunt van de wandeling is in Windwardside, een van de 4 dorpen op Saba. Het duurt een tijdje voor we in een taxi naar Windwardside kunnen stappen. Er ligt een klein cruisescheepje voor de kust voor anker, slechts 90 gasten, maar alle taxi’s van het eiland zijn nu wel bezet. Uiteindelijk mogen we mee met 2 Canadezen die met de taxi een rondtrip over het eiland gaan maken. Tijdens het korte stukje raken ze niet uitgepraat hoe luxe het op het cruiseschip is, “beyond first class!”
Windwardsite is een gezellig kneuterig dorp. Zoals op vrijwel het hele eiland zijn de huizen wit met rode daken en de kozijnen in een niet zo mooie kleur groen. Vanuit het dorp beginnen we aan de wandeling richting de top van Mount Scenery. Je stapt meteen het regenwoud in. Anderhalf uur volgen we het steile pad, met daarin meer dan 1000 treden, tot we de top bereiken, 886 meter hoog, waarmee dit het hoogste punt is van het Koninkrijk der Nederlanden. We zitten inmiddels in de wolken, maar soms is er plots een gat en heb je een prachtig uitzicht op de lage delen van het eiland inclusief het vliegveldje, wat bekend staat om zijn kortste landingsbaan voor commercieel luchtvaartverkeer.

We lopen via een mooie andere wandelroute naar beneden en komen uit bij een ander dorp, The Bottom, het administratieve centrum van het eiland. Vandaar liften we terug naar Fort Bay, waar we de dinghy weer nemen naar de Mahi mahi. Inmiddels hebben we contact gehad met Ingrid en Peter, ze zijn inmiddels ook op Saba en Peter is van plan de volgende dag te gaan duiken. Dat staat ook op ons verlanglijstje. Saba moet een van de mooiste plekken in de Carieb zijn om te duiken. We melden ons aan bij de duikschool en de volgende ochtend staan we om half negen geheel opgetuigd klaar om mee te gaan voor twee duiken. De dinghy ligt net als gisteren aan het dock in Fort Bay. 

Bij de duikschool is alles tiptop in orde. De organisatie klopt, de boot is uitstekend, de materialen zijn van goede kwaliteit. Ik wilde graag grote vissen zien en mooie koralen, vooral zachte. Ik ben deels aan mijn trekken gekomen. We zagen twee soorten haaien, (reefsharks en nurse sharks), sommige behoorlijk groot en groepen grote tarpons. Ook een heel grote schildpad en een enorme murene. Maar van het landschap had ik meer verwacht, er waren weinig mooie soft corals. Misschien hebben we wat dat betreft net pech gehad, er zijn heel veel duiksites op Saba. Of is het nog het gevolg van orkaan Irma? En over pech gesproken, Murphy was blijkbaar nog niet met ons klaar. Toen we bij de bijboot terugkwamen viel meteen op dat een van de luchtkamers (drijvers) ingevallen was. Een lek! Wat kon er gebeurd zijn? We zagen in ieder geval geen duidelijke schade. Langzaam en voorzichtig varend bereikten we de Mahimahi weer. Er bleek nergens een gat te zitten, maar er lekte duidelijk lucht bij een van de naden. Goede raad was nu duur. Een lekkende naad kun je zelf niet goed repareren. En de faciliteiten op de volgende bestemming (BVI’s) zijn zeer beperkt. Eigenlijk zit er niets anders op dan teruggaan naar St Maarten. Dat is een flinke tegenvaller, we waren juist zo blij dat we daar weg waren. De volgende ochtend proberen we zoveel mogelijk informatie te verzamelen. Onze dinghy blijkt nog onder garantie, maar het bedrijf lijkt Corona niet te hebben overleefd, we kunnen ze niet bereiken. Het materiaal van onze dinghy (pvc) is volgens de deskundigen die we raadplegen niet geschikt voor de omstandigheden in de carieb. “Als een naad loslaat dan volgen er meer, dit is het begin van veel ellende”. Wij willen daar nog niet aan. We zijn toch al eens met een pvc-dinghy zonder problemen de wereld rond geweest? Ondertussen graven we maar een van onze “toys” op, die ook als noodvervoermiddel kan dienen: de opblaasbare kayak. Maar na een uurtje blijkt ook hiervan een van de drijvers lek, grrrrrr. Enigszins moedeloos besluiten we diezelfde vrijdagmiddag naar Sint Maarten te varen. We moeten wel eerst nog uitklaren op Saba en zonder dinghy kunnen we onder de huidige omstandigheden (flinke wind en golven) niet bij het havenkantoor komen. Gelukkig krijgen we toestemming om met de Mahi mahi aan de commerciële kade af te meren. 
We leggen intussen telefonisch contact met een dinghyplakker op Sint Maarten, die we toch willen vragen het probleem op te lossen, hopelijk morgen, op zaterdag. Het is weer een heerlijke zeiltocht, wat de gemoederen gelukkig tot bedaren brengt. Aangekomen op Sint Maarten besluiten we om nu niet de lagoon op te gaan, maar buiten, aan de Nederlandse kant, te ankeren. In tegenstelling tot op de lagoon kunnen we hier lekker zwemmen, al rolt het wel duidelijk meer.
Zonder bruikbare dinghy (het lekken lijkt verder toegenomen en ook tussen de kamers lijkt het te lekken) en met een slappe kayak zijn we wel onthand. Gelukkig staat hier weinig wind zodat we het aandurven om met de kayak te gaan inklaren. De pomp gaat voor de zekerheid mee. We varen zelfs even door naar de chandleries op de kant, alvast toch maar even kijken wat er te koop is aan dinghy’s, mocht het repareren niet lukken. Bij een ervan staan ze buiten op een rij tegen een muur omhoog opgesteld. Van klein naar groot. Eentje ontbreekt er, natuurlijk net het formaat dat wij nodig zouden hebben. Het andere bedrijf blijkt dicht op zaterdag. De dinghyfluisteraar blijkt toch niet te kunnen op zaterdag. Maandag misschien.
De zondag besteden we aan het repareren van de kayak en een poging tot provisorisch repareren van de dinghy. Dat lijkt alletwee aardig te lukken. We blazen de dinghy en kayak half op. We genieten van het zwemmen in de baai en Monique leeft zich uit op het poetsen van RVS. Langzaam begint tot ons door te dringen dat we misschien afscheid moeten nemen van onze dinghy waar we zo verknocht aan zijn. Zoveel goede eigenschappen, maar toch niet goed geschikt voor ons vaargebied, ondanks z’n mooie zelfgemaakt beschermhoesje, tegen UV-straling en direkt zonlicht. 

Maandagochtend, vanochtend, vroeg uit de veren, de kamers van de dinghy zijn niet verder leeggelopen! We hebben om 8 uur de afspraak bij de dinghydokter. We blazen de kamers nu wat steviger op en gaan op pad, scheuren er mee door de baai, varen rustig onder de brug door, scheuren over de lagoon, naar de haven waar we hebben afgesproken. Ach, wat voelt onze dinghy toch lekker. Papi, zo heet hij, komt een kwartier te laat, maar daar kijk je in de Carieb niet van op. Hij heeft het snel gezien. “Meer doen dan wat jullie gedaan hebben gaat niet” zegt hij, “die centjes kun je beter in je zak houden. Het is een mooie boot, maar van het verkeerde materiaal”. We weten het nu zeker, er moet een andere dinghy komen. En dan gaat het snel. Ik had natuurlijk al een overzicht gemaakt van de verschillende leveranciers, merken, typen, maten en alle eigenschappen. Voor ons is gewicht een belangrijk punt, liefst zo licht mogelijk. En dan liever iets groter dan de huidige, maar ook weer niet te groot. Onze ideale boot bestaat inderdaad, maar is er pas weer in december. Maar we kunnen de knoop toch snel doorhakken, het wordt een mooie lichtgewicht, ietsje groter dan we van plan waren. Hij moet nog opgehaald worden uit de opslag, over een uur of twee ligt ie klaar.
Intussen varen we langs Kim, onze vriendin op de Heron, een paar weken was ze onze buurvrouw op de lagoon. Ze is kapster, salsalerares, en ontpopt zich nu als jachtmakelaar. Maar ze is er ook voor een knuffel als je die nodig hebt. Even overwegen we nog onze oude boot voor de handel aan haar te doneren, maar op weg naar haar voelen we de druk in de kamers alweer minder worden, dat gaan we haar niet aandoen.
We klaren uit bij customs en immigration en varen terug naar de bootverkoper. Onze nieuwe aanwinst ligt te glimmen in de zon. Papi is blij met onze afdanker en we varen natuurlijk alsnog even langs de supermarkt voor wijn en kaas, een geluk bij veel ongeluk.
En dan varen we met de nieuwe dinghy naar de Mahi mahi. Hij voelt geweldig! We hijsen hem aan dek. Nee, niet opvouwbaar, maar eigenlijk is er ook gewoon genoeg ruimte. En nog voor het donker is halen we het anker op, varen we weg, de nacht in, richting de BVI’s. Ook nu voelt het zeilen weer heerlijk, we zijn alle twee in ons element. De Mahi mahi ook, met een glimmende dinghy op het voordek. Murphy hebben we in Sint Maarten achtergelaten.


Op weg naar St Maarten

Maandag 8 januari doen we een eilandtoer over Montserrat samen met gids Cecil. Hij brengt ons helemaal tot aan de rand van de Exclusion Zone, het gebied waar niemand meer mag komen, ongeveer eenderde deel van het eiland. We zien van dichtbij het verlaten gebied met daarin de karkassen van de huizen van de oude hoofdstad Plymouth, alles bedekt met een flinke laag as. Indrukwekkend om te zien en heftig om te bedenken wat er zich hier heeft afgespeeld, wat nog levendiger voor te stellen is na het zien van een documentairefilm in het observatiecentrum. Meteen na de drie uur durende excursie varen we weg, zodat er nog voor het donker zullen aankomen bij het volgende eiland, Nevis. Er is harde wind op komst en we willen dan weg zijn van deze rollerige en onbeschutte ankerplek. Dag Montserrat, een bijzondere plek om aan te doen!

We hebben een heerlijke zeiltocht naar Nevis, hijsen een nieuw landvlaggetje en pakken rond 17 uur een boei op. Nog even een rondje zwemmen met snorkel op om te checken of de mooring van goede kwaliteit is. We zien daarbij dat er onder onze boot een octopus woont, hij heeft zijn holletje gemaakt in een lege lambi-schelp die hij heeft “gecamoufleerd” met schelpen en daardoor voor ons herkenbaar is. Sinds we de film “My Octopus Teacher” hebben gezien (aanrader!) hebben we een zwak voor deze dieren en we checken meerdere keren per dag zijn aanwezigheid.

We blijven 4 dagen op het fijne eiland Nevis en hebben het er goed. Het blijkt dat we er veilig kunnen fietsen en we vinden een supergoede bakkerij waar we vaste klant worden. We rijden een dag naar de Botanische tuinen, waar er de enige gasten zijn en genieten van de prachtige tropische begroeiing.

Een andere dag fietsen we het hele eiland rond, zo’n 30 kilometer met iets voorbij de helft een prachtige lunchplek, Rock Hill, waar we een tijdje genieten van de rust in tropische omgeving.

Op de weg terug stoppen we bij de natuurlijke heet-water baden, waar we zo rood als een kreeft uitkomen. We weten een afslagtijd te reserveren bij de plaatselijke golfbaan en slaan om 7.10 uur af. Het is voor ons véruit het duurste rondje golf ooit, dus we proberen er dubbel van te genieten wat zonder problemen lukt. We spelen met z’n tweeën, geen druk van achteren. Een stralende dag, alles prachtig verzorgd en in bloei, zelden op zo’n fleurige baan gespeeld. Geweldige kwaliteit van fairways en greens en dat in tropische omstandigheden, complimenten voor de greenkeepers!! En nog nooit eerder dat ik heb gegolfd met apen om me heen, zowel op de baan als in de bomen, en hele kuddes geiten die soms overstaken, supergrappig. En dat alles met uitzicht op onze eigen mast, dat hebben we nog niet vaak zo meegemaakt, een golfbaan zo vlak bij de plek waar we voor anker lagen.

Nevis is een heel comfortabel eiland waar alles goed georganiseerd is en netjes geregeld. Wat ons tegenstaat is het enorme verschil tussen rijk en arm, sjiek en shabby. Als we voor een kop koffie 9 USD moeten betalen, hebben we zin om weer verder te gaan. We varen naar het vlakbij gelegen St.Kitts, waar we voor anker gaan in een hele rustige baai waar het mooi snorkelen zou zijn, volgens onze reisgids. Nou, dat was een understatement: we liggen uren in het water en zwemmen door de mooiste onderwaterlandschappen vol gekleurde vissen en andere rifdieren. Dik genieten!!

Zaterdag 13 januari halen we bij het eerste daglicht het anker op. We hebben een lange dagtocht voor de boeg naar Saba, een Nederlandse gemeente. Hier stoppen stond al wat langer op ons wensenlijstje. Dat is alleen niet zo eenvoudig. Saba is niet veel meer dan een hele grote ronde rots die uit zee oprijst met nauwelijks beschutting voor zeilboten. Is het niet de wind die erom heen krult die zorgt voor oncomfortabele nachtrust, dan is het wel de deining uit het noorden die vanaf de andere kant komt en de boot alle kanten op smijt. De omstandigheden bepalen dus of je erheen kunt.

Wij wagen de sprong, omdat het niet heel hard waait, ongeveer zo’n 18 knopen uit redelijk gunstige richting en de swell is niet hoog en komt uit het oosten, dus dat moet te doen zijn. Na een prima zeiltocht komen we rond half drie in de middag aan. De boot gaat flink te keer aan de inklaar-mooring, het is een hele toer om de bijboot te lanceren en de motor erop te zetten. We treffen niemand aan bij de kantoren en ook de telefoonnummers die op de gesloten deuren vermeld staan worden niet beantwoord. Dan komen we morgen wel terug, maar nu al leuk om voet aan wal te hebben gezet op Saba. We informeren nog wel even bij de lokale duikschool, want we lezen overal dat het duiken hier echt geweldig mooi moet zijn. We varen twee mijl verderop waar we een mooring oppikken, vlak onder de steile rotswand van het eiland. Daar is het water behoorlijk rustig en we hebben een prima nacht; gelukkig, want het kan hier aardig spoken qua deining met vreselijk rollen als gevolg. De volgende dag vlak voordat we naar de kant willen gaan ziet Pieter in het Franse weerbericht ineens iets wat we nog niet eerder zagen: er komt hoge deining uit het noorden aan!! Jeetje, dan moet je hier echt niet wezen!! We weten het eigenlijk meteen, wegwezen! Binnen een uur zijn we op pad, helaas maar waar, op weg naar St. Maarten. Misschien krijgen we nog wel een herkansing voor Saba nadat we terug zijn uit Nederland, wie weet…..

Op dat moment is het 14 januari. Het plan was om op 22 januari terug naar Nederland te vliegen, om onze familieleden even te zien en om weer eens een keertje lekker te gaan skiën. Dit alles was al voor ons vertrek naar Trinidad geregeld en de auto staat in de garage in Tilburg al klaar voor dit avontuur, met winterbanden er al op en met achterin alle wintersportspullen. Donderdag 8 februari zouden we terugkeren op onze boot op St. Maarten. Nu ons Saba-plan niet doorgaat, zijn we wat eerder op St. Maarten dan gedacht. We hebben onderweg al contact met Ton, de beheerder van een aantal mooringen bij wie we een plekje hebben gereserveerd. We zijn gelukkig ook wat eerder al welkom en diezelfde avond knopen we vast in “Tons dorp”, zoals de plek met circa 10 boten op de grote binnen-lagoon van St. Maarten wordt genoemd. We worden hartelijk onthaald door Ton zelf die ons even tegemoet kwam varen om ons door de ondiepe stukken heen te loodsen. Vervolgens blijken we naast de Heron te liggen, wat leuk!!! Kim en Vincent kennen we nog vanuit ons vertrekjaar, we ontmoetten elkaar in de Spaanse Ria’s en we hebben mooie herinneringen aan gezellig strandfeestjes met hen. Er volgt een fijn weerzien met een bbq bij ons aan boord. Ook nodigen we onze oude vriend Gaby uit, met wie we lang geleden inmiddels, in 2013, tegelijk vertrokken vanuit Nederland, die uiteindelijk na wat omzwervingen in St. Maarten is neergestreken en inmiddels de manager is van een gerenomeerde chandlery. Sweet memories worden opgehaald bij een gezellig etentje. De volgende avond worden we uitgenodigd voor een borrel bij een andere buurboot wat uitloopt op een gezellige avond en daarna volgt een avondje salsa-les onder leiding van Kim&Vin, waarbij Pieter onverwacht talent blijkt te hebben!!! Wat een gezelligheid hier op St. Maarten, wat een sociale boel. Dat hadden we gemist in afgelopen anderhalve maand, dus we genieten er enorm van om hierin terecht te zijn gekomen, heerlijk!

We hadden snel na aankomst op St. Maarten al besloten wat eerder naar huis terug te vliegen en de vlucht was inmiddels al vervroegd naar 19 januari. Mariëtte, Pieters lieve oude moeder, had steeds meer zorg nodig en wij wilden daar ook graag een steentje aan bijdragen, vandaar.

Wat was dat een goede beslissing! Zaterdag 20 januari kwamen we bij haar aan en zijn 6 dagen bij haar geweest. Zes dierbare dagen waarin we haar per dag verder achteruit zagen gaan. Wat was het fijn voor haar te koken, samen een borrel te drinken, elke dag lekker rustig te kunnen ontbijten. Pieter had veel dierbare momenten met haar, zo intiem om haar dagelijks op bed te leggen en lekker in te stoppen, goedenacht te wensen. Ze was zo moe, ze had steeds minder puf en eigenlijk wilde ze al een tijdje niet meer verder. Het kaarsje was echt bijna opgebrand, en toch hield ze haar interesse in ons allen, klaagde nooit, was meer dan dankbaar voor alle hulp en ze genoot zichtbaar van onze aanwezigheid.

Toen gingen we skiën, ze wenste ons nog een hele fijne reis, “neem het er maar lekker van”, zei ze op vrijdagochtend vroeg, toen we vertrokken en haar een laatste kus gaven. De dagen erna is ze heel hard achteruit gehold. Op maandagochtend, na twee fijne dagen skiën, hadden we nog even echt contact via beeldbellen en we realiseerden ons, dat het haar laatste momenten op aarde waren. We zijn meteen vertrokken, op weg naar huis. In de middag werden we gebeld dat ze was overleden, in het bijzijn van drie van haar kinderen, wij kwamen een paar uur later thuis. Sindsdien zijn we in een hele warme en hechte familiesfeer afscheid van haar aan het nemen, door alles te regelen en mooie herinneringen op te halen. Dinsdag 6 februari wordt onze dierbare Mariëtte begraven op een leeftijd van 93 jaar. We gaan een hele fijne (schoon)moeder missen, een krachtige vrouw, een oermoeder, een lief mens om nooit meer te vergeten.

Onverwacht bezoek op Martinique

Na een paar fijne dagen bij Mayreau varen we aan de wind naar het kleurrijke Bequia, waar we de kerstdagen door willen brengen. Als we de dag na aankomst naar de weersverwachting kijken, zien we dat er een flinke periode aankomt met nauwelijks tot geen wind en wat er waait komt uit het noorden, waar we naartoe willen. We kijken elkaar aan en de beslissing is al genomen: we vertrekken vandaag nog naar Martinique!

De gedachte om niet alleen kerst maar ook Oud&Nieuw hier te vieren spreekt ons niet aan: ineens lonken de culinaire verleidingen van het Franse Martinique. We gaan naar de kant voor wat specifieke lokale boodschappen, we vinden een brace voor Pieters knie en we klaren meteen uit. We lunchen nog even in ons favoriete tentje en om 15 uur varen we Admiralities Bay uit, om langs St. Vincent en St. Lucia te varen in de nacht zodat we op zaterdagochtend 23 december ons anker laten vallen in de megagrote baai bij St. Anne, Martinique. We gaan meteen op jacht naar lekkernijen en kopen een verse baguette, Franse kaasjes, wat kerstspecialiteiten en natuurlijk flessen bubbels en we bestellen een tarte au citron au meringue, onze guilty pleasure, die we zondag op kunnen halen. De supergoede bakkerij in St. Anne is echt álle dagen van het jaar open, grandioos.

Uiteindelijk liggen we tot 2 januari op dezelfde plek. We zijn zo blij dat we besloten om versneld naar dit eiland te varen, want het blijkt inderdaad 10 dagen nauwelijks te waaien, heel bijzonder overigens, in deze tijd van het jaar. Normaal gesproken staat er een stevige 20-25 knopen oostenwind, maar eigenlijk is het heel de tijd sinds we weer varen al rustig weer; het zal wel het effect zijn van El Niño. Ook wel even lekker, weinig wind, want de boot ligt rustig, ik kan wat yoga op het voordek doen zonder om te vallen, ik sup dagelijks naar het strand, wat zonder windgolfjes heel relaxed is, lekker met een muziekje in m’n oren. Pieter z’n knieklachten verbeteren haast per dag. Eerst ging zwemmen steeds beter. Toen bleek dat fietsen hartstikke goed ging, waardoor we 3 keer in de vroege ochtend mooie tochten maakten. Wandelen op het strand ging weer steeds vlotter, de brace kon af. Dat geeft ons het vertrouwen dat het weer goed gaat komen, gelukkig!

We ontmoeten wel wat mensen, maar de kerstdagen brengen we met z’n tweetjes door en proberen we een feestelijk tintje te geven met lichtjes en lekker eten. Oud en Nieuw zijn we ook samen, we vierden het op Nederlandse tijd, omdat het ons echt niet meer lukt tot 0 uur op te blijven. Overdag zijn we even bezig met het knutselen van wensbootjes. Uiteindelijk hebben we die op 3 januari pas te water gelaten in een bijna windstille nacht en ze heel lang nagekeken, in gedachten bij al die mensen die we voor komend jaar wat extra liefde en geluk toewensen.

Toevallig kwam ik er door een kerstgroet achter dat mijn Duitse jeugdvrienden Jutta en Wilfried op 1 januari op Martinique aan zouden komen, hoe leuk om even op ze te wachten en ze een dagje mee aan boord te nemen! Als gezin leerden we ze kennen toen we naar Mauer verhuisden in 1981, omdat mijn vader in Heidelberg ging werken in een dwarslaesiekliniek. Zij waren toen nog een jong stel, wij een gezin met vier jonge kinderen. Het klikte erg goed en we hebben veel met elkaar opgetrokken in die tijd, maar ook daarna, we zijn elkaar nooit helemaal uit het oog verloren. We hebben op 3 januari met ze afgesproken, waardoor we wisten dat we tot die tijd lekker op 1 plek zouden blijven. Soms heerlijk om te weten dat je ergens wat langer blijft, dan komen we weer aan andere dingen toe. Zo haal ik meerdere keren de naaimachine tevoorschijn om lekker te knutselen. De hoes van de bijboot krijgt een refit, ik naai eindelijk twee huiken voor de luiken, om de zon buiten te houden. Ik maak weer een hele rits vlaggetjes klaar, voor alle bestemmingen die we dit jaar aan gaan doen die nieuw voor ons zijn. We hebben namelijk ook tijd gehad om een goed plan te maken voor de komende tijd. Wat heel behulpzaam hierbij was, was een gezellig telefoongesprek met de crew van Senang, die vorig jaar de bestemmingen bezocht die wij op ons verlanglijstje hadden staan. Hun enthousiaste verhalen maakten ons snel duidelijk dat we voor heel wat eilanden echt de tijd moeten uittrekken, dus dat het plan wat we globaal in ons hoofd hadden niet zo realistisch was. Veel te veel bestemmingen in te weinig tijd. Dus nu hebben we ons plan verdeeld over twee seizoenen. Dit seizoen varen we naar St. Maarten, via Montserrat en hopelijk Saba en St. Eustatius. Daarna naar de Britse Maagdeneilanden, dan naar de Dominicaanse Republiek, om de boot voor het orkaanseizoen op Curaçao of in Colombia op de kant te zetten. En dan volgend seizoen naar Jamaica, Kaaiman-eilanden en Cuba, dan door naar Belize en Guatemala. Voelt goed, om nu duidelijkheid te hebben. We moeten dus aan de slag met onze Spaanse taalvaardigheid, zeker omdat we ook een tijd in Colombia over land willen reizen, wel zo fijn als we ons een beetje in het Spaans kunnen redden.

Op 2 januari varen we naar Grande Anse d’Arlets, waar we de ochtend erna Jutta en Wilfried van het strand oppikken. Al is het vier jaar geleden dat we elkaar voor het laatst zagen, het weerzien is weer even hartelijk. Na een beetje te zijn bijgepraat, gaan we leuke dingen doen. Eerst per dinghy naar een mooie snorkelplek. Wilfried geniet volop en we vinden het heel leuk dat Jutta (geen echte waterrat, zoals ze zelf zegt) het snorkelen toch leuk vindt met ons fullface masker en drijfnoedel. We zien schildpadden, een grote rog, lionfish, en verder een prachtig onderwaterlandschap vol koraal en talloze vissoorten. Daarna gaan we een eindje varen, richting Diamond Rock. En zowaar, we krijgen bezoek van een groep grote dolfijnen, die een tijd rond de boot spelen, echt een kadootje, zeker voor ons bezoek. ’s Avonds een gezellige barbecue aan boord terwijl we veel herinneringen ophalen uit onze tijd in Mauer. Fijn om zoveel lieve woorden over mijn vader te horen, die ze natuurlijk goed hebben gekend. Zó de moeite waard om op hun komst te hebben gewacht, we kijken terug op een dierbare dag!

De volgende ochtend varen we om 7 uur de baai uit om in een mooie dagtocht Dominica te bereiken. Daar pikken we een mooring op van Markus die ons uitgelaten komt vertellen net weer vader te zijn geworden van een mooie dochter. Leuk om op sommige plekken de locals een beetje te kennen. Jammer dat we geen tijd voor Dominica hebben deze keer, dit eiland heeft mijn hart wel een beetje gestolen.

Wel gaan we nog even langs de (vis)markt en langs de bakker, een uitje van een uur waarin we zoveel aardige mensen ontmoeten, ik blijf dit bijzonder vinden. Begin van de middag varen we door, we kunnen lekker zeilen op een rustige zee. We besluiten in de donker te ankeren langs de kust van Guadeloupe, zodat we van 21 tot 5 uur kunnen slapen, en dan varen we door naar Montserrat, wat we vlak langs de westkust voorbij varen met goed licht van achteren: indrukwekkend wat we zien!! Montserrat heeft een nog actieve vulkaan Souffrière, goed te zien aan de rookpluimen die uit de krater opstijgen. In 1995 is meer dan de helft van het eiland verwoest bij een uitbarsting, waarbij vrijwel de gehele hoofdstad is weggevaagd. Sindsdien in dit een verboden gebied, waar niemand meer komt, omdat nieuwe uitbarstingen kunnen plaatsvinden. Plymouth, de hoofdstad, of dat wat er dan nog van over is, is een spookstad geworden en dat konden we vanaf het water goed zien. We konden voor 18 uur nog inklaren en vierden de aankomst op een nieuwe bestemming met een goede rumpunch bij een restaurantje vanwaar we genieten van een prachtige sunset met onze boot op de voorgrond.

Vandaag maakten we een flinke wandeling, wat gelukkig weer goed lijkt te gaan met Pieters knie. En morgen volgt nog een eilandtour met gids Cecil. Daarna varen we meteen door naar St Kitts and Nevis voordat de harde wind weer gaat oppikken.

Twee weken Frigate Island

Tijdens de tocht van Trinidad naar Union merkten we dat het pomphuis van het toilet weer lekte. Weer, want eind vorig seizoen was dat ook het geval. De pomp, handbediend, zit vast aan het toilet, en dient ervoor om de pot leeg te pompen en te spoelen, via een twee-standenschakelaar. Het is een vernuftig systeem, met kleppen, slangen, veren en rubberballen en pakkingen, die alle vloeistofstromen in goede banen moeten leiden en lekkages moeten voorkomen. Ongeveer een keer per jaar staat het pomphuis wel op onze klustafel, wordt volledig gedemonteerd om te reinigen, smeren en controleren. Ook eind vorig seizoen, toen er steeds een plasje slecht ruikend water op de badkamervloer stond nam ik hem onder handen. Alle pakkingen gecontroleerd en stevig genoeg aangedraaid, het leek dat het lek boven water was, maar dat bleek niet het geval. De lekkage werd duidelijk ook steeds erger, zonder dat we konden zien waar het precies vandaan kwam. Maar onderzoek is moeilijk op een schommelende en steigerende boot. Eenmaal aangekomen op Union werd het tijd voor een grondige inspectie. En wat bleek, er zaten barsten in het kunststof pomphuis zelf! Daar is maar één oplossing voor: vervangen. Een search op internet leerde dat in de hele Carieb er maar 2 eilanden zijn waar ze dit pomphuis op voorraad hebben, Carriacou en Grenada. En laten we die twee eilanden nou net voorbij gevaren zijn! Helaas geen mogelijkheden op de plaatsen waar we nog gaan komen. Dus besluiten we om het inklaren op Union uit te stellen en maken we nog dezelfde middag rechtsomkeer en varen we in zuidelijke richting naar Carriacou, waar we in de schemer aankomen. De volgende ochtend staan we rond openingstijd bij de watersportwinkel en na even zoeken wordt het enige voorradige pomphuis gelukkig gevonden.

Korte tijd later zijn we alweer op weg naar Union Island, waar we in de loop van de middag voor een tweede keer aankomen. Ja, in dit leven is het doen van een boodschapje soms een hele onderneming. Eigenlijk hadden we op Carriacou ook moeten inklaren en uitklaren (douane en paspoorten), maar dat had ons een extra dag gekost; dan maar even illegaal aan land voor een gerichte boodschap. We kochten er alleen het pomphuis, een kunststofgietstuk, dus de volgende dag gaat voor een groot deel op aan het overzetten van alle andere onderdelen van de pomp. Nu werkt het weer als een zonnetje. Toch wel fijn, een werkend toilet aan boord. OK, hangend aan de zwemtrap lukt na enige oefening ook, maar op een wat vollere ankerplaats is dat toch ongemakkelijk.
Na de rituele inklaarprocedures bij immigration en customs in Clifton verkassen we de boot naar de ankerplek bij Frigate Island. Ooit waren hier plannen voor een grote jachthaven; het kleine Frigate eiland werd door een dam met Union verbonden. Er was corruptie en het was eigenlijk ook beschermd natuurgebied. Het plan is stilgelegd, maar nu is er een bijzondere baai ontstaan, door de dam beschermd tegen de golven, maar waar de wind vrij spel heeft. Geweldig voor allerlei watersporten zoals kitesurfen en wingfoilen. Twee plaatselijke kitescholen geven daar hun lessen. Maar het is ook een gewilde ligplaats voor zeilboten zoals wij, waarvan de crew deze sporten graag wil beoefenen. Om de natuur te beschermen (tegen het ankeren) liggen er meerboeien, ideaal.

Vorig jaar zetten we hier onze eerste schreden op het pad van kitesurfen. Heftige sport hoor, gaaf om te doen, maar nadat ik door een val enkele ribben brak hadden we vorig jaar al besloten om het softere wingfoilen te gaan proberen. We hebben inmiddels een eigen set (opblaasbare plank met foil en zeil) en ons plan was om eens ruim de tijd te nemen om les te krijgen en ook zelf te oefenen, maar ook om ons zelf de tijd te gunnen om bij te komen van de drukke tijd we achter ons hadden.
Heerlijk om geen haast te hebben. Te zwemmen, te snorkelen. Het hoofdstadje (Ashton) is op dinghy (bijboot) afstand. Op zaterdag horen we prachtige zang vanuit een van de vele kerkjes komen (als je denkt dat er in Nederland veel christelijke gezindten zijn moet je eens in de Carieb kijken). We sneaken naar binnen, maar blijven niet onopgemerkt. We worden hartelijk welkom geheten en onze nationaliteit wordt gevraagd. We blijven een tijdje voor de zang, maar als de voorganger op dreef raakt in zijn preek, sluipen we toch weg om gehoorschade te voorkomen. In Ashton zelf zijn een paar kleine winkeltjes waar ze van alles verkopen, ook wat groente. En als ze een verkoopster geen bananenchips blijkt te hebben gilt ze over de heuvels naar een vriendin 150 meter hogerop, en kunnen we daar terecht. Maar voor een ruimere keuze en voor fruit moet je naar Clifton, waar we ook inklaarden. Heen doen we lopend, terug met volle tassen nemen we een “maxitaxi”, rondrijdende kleine busjes waar heel veel klanten in blijken te passen. Dagelijks komen ook bootjes bij je langs om vis, kreeft of bananenbrood aan te bieden.


Het leven is hier heerlijk, vooral ook omdat de boot zo rustig ligt, dicht achter de dam die Frigate met het hoofdeiland verbindt.
We beginnen met onze lessen, 3 uur op een ochtend en dan steeds 2 of 3 dagen zonder les, om met ons eigen materiaal te oefenen. We gaan met sprongen vooruit, leren het board goed te hanteren en kunnen steeds langer blijven staan. En ja, vallen doe je ook heel veel, maar in water van 31 graden is dat gewoon lekker. Alleen het foilen, waarbij de plank uit het water moet komen en dan op de draagvleugel boven het water zweeft lukt steeds maar een paar seconden. OK, het zou net nog iets harder moeten waaien, dan gaat dat gemakkelijker. De lerares pakt nog wat grotere wings (vleugelzeilen), maar die zijn dan weer lastiger te hanteren. We hebben veel lol in het samen oefenen op de lesvrije dagen. De een op het board, de ander blijft met de bijboot in de buurt en neemt de foiler op sleeptouw als we wat te ver downwind komen. En zo wisselen we elkaar af, soms oefenen we wel 3 keer op een dag. Het is fysiek inspannend, we slapen dan ook als rozen, 9 uur per nacht. We wandelen over het eiland en gaan 2 keer heerlijk uit lunchen, een keer aan de oostkust op het strand en een keer in Clifton.
Bij het begin van de laatste les maak ik helaas toch een ongelukkige val. Nee, het ging helemaal niet hard en wat er precies gebeurde weet ik niet, maar tijdens mijn val voelde ik een heftige pijn in mijn linker knie. Einde wingfoilen voorlopig voor mij en een domper voor ons alle twee. Ernstig letsel lijkt er niet te zijn, de knie is stabiel, maar het zal toch even duren voor ik weer alles kan. Tja, moet ik dan toch accepteren dat ook deze sport te veel is voor dit oude lijf? De beoefenaren zeggen dat deze sport weinig blessuregevoelig is en dat dit gewoon domme pech is. Ik hoop er dus over een tijdje weer op te staan.


Op een middag komen 2 Nederlanders in een dinghy langszij. “We zitten in onze laatste week, we hebben teveel drank over, willen jullie ons met dat probleem helpen?” Verrassend, we hadden geen Nederlandse vlag gezien. Ze blijken op een Franse huurboot te zitten. Een jong koppel uit Den Haag notabene, ze genieten van een sabbatical van 6 maanden, waarvan 2 maanden met een zeilboot in de Carieb. In twee gezellige avonden, waarin we op meerdere vlakken zielsverwanten blijken te zijn, helpen we ze van hun probleem af. Daarbij eten we heerlijke sashimi van een groot stuk tonijn dat we in Clifton op de kop tikten. We bezoeken hun huurboot, slechts vier jaar oud, maar volledig afgeleefd. Bladderend houtfineer, kapotte scharnieren en sluitingen. Om van de grotere technische problemen maar te zwijgen. Van de 8 weken lagen ze er twee in havens voor noodzakelijke reparaties. En daar betalen ze dan een vermogen per dag voor! Wat prijzen wij ons dan rijk met ons prachtig, goed onderhouden schip, wat voor minimale kosten in de Carieb verblijft.

De passaatwind waait de laatste dagen wat minder. Dat is voor foilen niet optimaal en het is nu ook minder leuk als er maar een van ons kan oefenen. We besluiten daarom wat andere mooie plekken in de omgeving aan te doen.
We varen in 2 uur naar de Tobago Cays, het reservaat voor zeeschildpadden en roggen en we snorkelen er weer heerlijk. Maar het water is onrustig en de volgende dag varen we naar ons favorietje strand van dit deel van de Carieb, Saline bay op Mayreau. Ook maar een kort stukje varen. Wandelen op het strand doet Monique nu noodgedwongen in haar eentje, maar we kunnen wel samen snorkelen. Ook net weer, hier gewoon langs de rotsen, waar we maar 30 meter vandaan liggen. Een sprookjeswereld onder water. En nu komen er weer heerlijke geuren uit de keuken, alweer een mooie lunch in de maak. OK, fijn dat ik een toilet kan repareren, maar een vrouw die koken als hobby heeft is echt een feest aan boord.

Hierbij onze digitale kerstwens voor iedereen!

December 2023: Weer in Caribische sferen

Na een paar hectische laatste weken in Nederland, was het dan zover: op dinsdagochtend 28 november werden we door Pieters zus Brigitte afgezet bij Schiphol, wat een lieve service! Gelukkig hadden we alleen handbagage bij ons deze keer, ieder met 1 tas in de hand en 1 tasje op de rug door de security; heel anders dan vorig jaar, toen we uiteindelijk met 7 tassen op Trinidad aankwamen. De vlucht verliep zonder problemen en na landing waren we redelijk snel door de immigratie-controle heen. Oei, dan nog even die hobbel van customs…. Een beetje met knikkende knieën het vinkje gezet bij “No food to declare” en we lopen door naar de vriendelijke dame die een kort praatje met ons maakte en vervolgens gebaarde dat we door mochten lopen. Oef, daar krijgen we allebei toch klamme handjes van, en nu genieten we des te meer van o.a. de verse Hollandse kaas, de noten, muesli en zilvervliesrijst, allemaal producten die hier of niet te krijgen zijn of peperduur 🙂

De chauffeur van onze werf kwam al snel voorrijden (ook al zo’n supernette service!) en we waren nog net voor sluitingstijd bij de plaatselijke supermarkt om twee tassen vol boodschappen mee naar de boot te nemen. ’s Avonds half negen lokale tijd waren we weer aan boord, home again!

We rekken de avond nog tot tien uur en slapen vervolgens tot zeven uur in de ochtend, hopla, meteen in het ritme. Tjonge, wat is het heet hier!!! Daar moeten we wel weer aan wennen, het zweet gutst langs je lijf, zelfs als je voorzichtig niets doet. We kunnen nog een paar dingen checken aan het onderwaterschip en rond 13 uur staat gepland dat we het water in gaan. Maar goed ook dat we die uurtjes nog hebben, want 1 probleem aan de schroef blijkt nog niet te zijn opgelost. Ruim 6 maanden geleden hadden we een plaatselijk bedrijf de opdracht gegeven iets te fixen, er ontbrak namelijk 1 van de 3 schokdempertjes van onze klapschroef. “No problem, dat zullen we bestellen”. Iemand anders tipte ons al eerder dat deze man wel achter de broek moest worden gezeten, dus Pieter had een maand geleden al eens navraag gedaan. Toen bleek het onderdeel net te zijn geleverd maar helaas de verkeerde maat. Ze zouden het opnieuw gaan bestellen, ze hadden de juiste maat in Denemarken gevonden. Pieter had er al geen goed gevoel over, had daarom voor de zekerheid zelf in NL zo’n blokje besteld. Bleek het er inderdaad dus niet in te zitten die ochtend, en nog maar een paar uur voor de te waterlating. Pieter naar het kantoortje toe: ja, het blokje was besteld, zou vandaag via DHL worden geleverd, “no worries”. Ongelooflijk, toch?? Hoe groot was onze verbazing toen we om 11 uur een busje van DHL het terrein op zagen rijden en vervolgens onze man aan kwam lopen met het benodigde onderdeel….. een uurtje later zat de klapschroef er weer op met meteen maar alle drie de blokjes vervangen. Hoezo last minute….

Daar hangt ie dan, ons schip in de banden en bijna gaat er weer zout water langs de kiel stromen. Altijd even spannend, zal de motor zo meteen starten? Kan ik het nog, de boot op het stromende water de box uit manoeuvreren en de havenbox weer invaren? Zorgen om niets, alles liep gesmeerd en om half drie liggen we bij Crews Inn Marina in het zwembad. Heel gezellig dat Niek en Mar van de Tak Terhinggha er nog zijn, we trakteren ze graag op een gezellig etentje aan de wal die avond en vieren samen onze aankomst met een lekker koud biertje.

Dag erna de zeilen erop gezet en alle lijnen weer ingeschoren. We zwaaien Mar en Niek uit die naar Grenada vertrekken. Zelf checken wij vrijdagmiddag uit, nadat we nog een paar dingen hebben geregeld en met plaatselijk busje de laatste inkopen hebben gehaald. Nog even een tankstop voor wat benzine voor de buitenboordmotor en off we go! Heel relaxed op alleen een fokje varen we naar Scotland Bay, een uurtje zeilen, om daar ons anker te laten vallen. Er liggen nog drie andere schepen en er bivakkeert een groep Trini’s op het strand in een soort kampement, die er duidelijk de nacht gaan doorbrengen. Het zal er primitief zijn aan de rand van het oerwoud onder een zeiltje wat tussen wat bomen gespannen is en waar een kampvuurtje bij brandt, maar in elk geval zijn de boxen meegekomen, zoals bij elk Trinidees feestje, en de muziek schalt over het water. De nacht valt, we dansen op het voordek onder de sterren en zijn zo gelukkig dat we weer hier zijn, samen op onze boot die we in perfecte staat aantroffen, in dit heerlijke gebied met z’n warme temperatuur en met de vrijheid aan onze voeten. We slapen als rozen.

De volgende ochtend lichten we om 9 uur het anker en varen weg, op naar het noorden met Union Island als doel. We hebben een prima eerste tocht, die 22 uur duurt en hebben allebei geen enkele last van zeeziekte. We genieten van het zeilen, het buiten zijn, de schittering op het water. Ik staar naar het kunst-aasje wat af en toe uit het water opspringt, helaas zonder er een vis mee te lokken. We verbazen ons dat we helemaal geen sargasso-wier zien! We varen dus meteen een nacht door, en het lijkt alsof we niet zijn weggeweest. We pikken de inmiddels diep ingesleten routine zonder hapering weer op, samen zeilen zit zo diep in ons systeem verankerd, heerlijk. We verdelen de wachten weer en genieten ieder afzonderlijk van een adembenemende sterrenhemel, zittend in korte broek en t-shirtje in de kuip. Wat is het leven toch mooi!

Een bezoekje aan de prehistorie

Vol goede moed beginnen we aan onze “end-of-season” taken. De boot wordt ruim zoet afgespoeld, alle lijnen (landvasten, vallen, schoten, bedieningslijnen), worden uitgeschoren, gespoeld, gedroogd en opgeborgen. De zeilen worden afgespoeld en in de zeilzakken gedaan en krijgen een plekje onderdeks. De hele boot wordt nagelopen, zelfs tot hoog in de mast. Alle systemen krijgen aandacht en sommige, zoals de dieselmotor, de buitenboordmotor en de watermaker, krijgen de jaarlijkse onderhoudsbeurt. Alle kastjes en laatjes worden leeggehaald, uitgezocht en weer ingepakt. En dat allemaal bij temperaturen van dik boven de dertig graden. Dat betekent dat we ons meerdere malen per dag ter afkoeling in het zwembad laten zakken; de temperatuur daarvan is weliswaar met 30 graden ook aan de hoge kant, maar toch verfrist het. We beginnen er de dag mee, om 6.30 bij het eerste licht, en we zwemmen ook voor sluitingstijd, dat is om 21.00, het is dan al uren donker. En we proberen een ruime siësta in te lassen, hoewel we het vertroetelen van de boot zo leuk vinden, dat dat er soms bij inschiet. Er is ook andere afleiding. Niek en Mar liggen met hun Tak Terhinggha al in de marina en enkele dagen later komt ook de Shambala binnen. We brengen meerdere genoeglijke avonden bij elkaar door.
De situatie met Ruud is stabiel, dus het ziet er naar uit dat we niet vroegtijdig terug hoeven te vliegen. Daarom kunnen we rustig verder met onze klussen, en is er gelukkig ook tijd om ons geplande bezoek aan het nesten van de leatherback turtles door te laten gaan. Na 5 dagen klussen halen we een huurauto op en rijden we naar het oosten van Trinidad. In het plaatsje Matura hebben we een lodge geboekt, met maar drie kamers. Het ligt midden in de natuur en we worden zeer hartelijk ontvangen door de bewoners, Neville en Nella. ‘s Avonds koken ze voor ons een heerlijke lokale maaltijd. Het heet The Leatherback Lodge, en dat is natuurlijk niet zomaar.

Vlakbij is een strand waar de leatherback schildpadden ieder jaar van april tot augustus ‘s nachts aan land komen om hun nesten te maken en eieren te leggen. We hadden al eerder contact gelegd met de plaatselijke natuurbescherming en onder hun leiding kun je dat schouwspel meemaken, streng gereguleerd. We worden verwacht om 20.00, het is dan al pikdonker en de maan is nog niet op. We moeten wachten tot de patrouillerende natuurbeschermers schildpadden het strand op hebben zien komen. Pas anderhalf uur later is dat het geval. Gewapend met een rode hoofdlamp gaan we onder begeleiding van een gids het strand op. De rode lichten deren de schildpadden niet. Als ze wit licht zien is het risico groot dat ze rechtsomkeer maken om pas de volgende nacht een nieuwe poging wagen. Het is een indrukwekkend gezicht. Je kijkt recht in de prehistorie; deze dieren bestonden al in de tijd van de dinosauriërs, en zijn sindsdien niets veranderd. Wat zijn ze imposant, het zijn de grootste schildpadden ter wereld, meer dan 2 meter lang, 500 tot 800 kilo zwaar. We maken het hele proces van één schildpad mee. Hoe ze zich ingraaft in het zand, vervolgens met de achterpoten een gat graaft als een omgekeerde trechter, een meter diep. Als ze dan de eieren gaat leggen raakt ze in een trance, waarbij niets haar meer kan storen. De rode lampen worden gewisseld voor witte, flits is geen bezwaar, je mag haar aanraken, het leerachtige schild voelen (het is de enige zeeschildpad zonder hard schild). Ze legt zo’n honderd eieren, formaat biljartbal. Na het leggen, de koplampen gaan weer op rood, neemt ze uitgebreid de tijd om het nest af te dekken, aan te stampen en het nest te camoufleren. Ruim twee uur nadat ze uit het water kwam strompelt ze uitgeput weer richting zee.

Al die tijd vertelt de gids als een lopende encyclopedie allerlei wetenswaardigheden over deze bijzondere dieren, wat ze eten (dagelijks tweemaal hun gewicht aan kwallen), waar ze heen gaan als ze niet nesten (Canada), hoe snel en hoe diep ze zwemmen, welke vijanden ze hebben, enzovoorts enzovoorts. Maar wat blijft hangen is de magische gebeurtenis van dat enorme oerdier, dat onder een opkomende maan een nest bouwt en in trance honderd eieren legt. Per seizoen doet ze dat 10 keer. 6 tot 8 weken later zullen de eieren uitkomen. De nakomelingen maken weinig kans. Gemiddeld overleeft er één op de 1000.
Pas na middernacht komen we weer aan bij de lodge. Een paar uur later worden we alweer gewekt door het gekrijs van honderden papagaaien. We maken een lange wandeling langs een rivier en zwemmen in de Mermaid pools. Een stukje paradijs.


Maar dan is het weer uit met de pret, we moeten de huurauto weer inleveren, doen nog een paar boodschappen en nemen een minibusje terug naar de marina. We pakken de klussen weer op en twee dagen later varen we naar Peake’s jachtwerf, waar de boot voor 6 maanden op de kant gaat. We kennen het bedrijf van vorig jaar en we voelen ons er helemaal thuis. We hebben nog een paar dagen voor wat klussen op de wal: er zijn reparaties nodig aan de verf, net boven de waterlijn, de boegschroef en ankerlier moeten onder handen worden genomen, het dek moet in de anti-alg, de opbouw moet worden gepoetst, en de roestvlekken die toch overal op het roestvrijstaal zitten moeten worden aangepakt. Hier op de kant is het nog een paar graden warmer dan in de marina, bijna 40 graden. En nu is er helaas geen zwembad. En toch genieten we van ons verblijft, de Mahi mahi spint onder onze handen en langzaamaan strepen we alles op ons lijstje weg. Morgen de laatste dag, woensdagochtend begint onze terugreis, die een kleine 24 uur zal duren. De Mahi mahi ligt er goed bij en over een half jaar zullen we blij zijn hem weer terug te zien. Maar nu verlangen we naar ons Nederlandse thuis, naar onze dierbaren en in het bijzonder naar Ruud, wiens opleving, zo hoorden we net, nu toch wel over lijkt.

Even wat feiten op een rijtje:

  • Aantal dagen aan boord: 201 
  • Aantal landen bezocht: 8
  • Aantal eilanden: 16
  • Aantal nachten op zee: 1
  • Aantal nachten in een marina: 21
  • Aantal nachten aan een mooring: 43
  • Aantal nachten voor anker: 127
  • Aantal nachten op de kant: 8
  • Hoeveel zeemijlen: 1200 nM
  • Aantal motoruren: 72
  • Aantal vissen gevangen: 2
  • Reparaties: startaccu vervangen
  • Reparaties door yachtservice komend seizoen: vervangen shaftbearing, reparaties coppercoat en schilderen onderste blauwe band.