Langzaam noordwaarts

Is het echt alweer twee en halve week geleden dat Pieter het vorige verhaal schreef? De tijd is voorbij gevlogen. Betekent vooral dat we het naar onze zin hebben gehad.

Op het moment dat ik dit zit te typen, liggen we voor anker bij het eiland Carriacou. We zien de golven kapot breken op het rif. Links en rechts van ons turquoise gekleurd water, met ertussen in een diep donkerblauwe strook, daar waar het diep is. Eilandjes om ons heen, klassiek beeld van witte strandjes met palmbomen, verder verlaten. Af en toe een schildpad naast de boot die nieuwsgierig z’n koppie naar ons wendt en vervolgens weer naar de diepte duikt. Zonnetje erbij, een enkel wolkje aan de lucht. En wijzelf? Nog aan het opdrogen van een rondje snorkelen met de schildpadden in de baai. Kortom: soort van paradijs!

Met weemoed denken we terug aan die heerlijke tijd op Tobago. Wat hadden we een mooie dag, samen met Karin en Erik, toen we met een huurauto het eiland rondreden, met als hoogtepunt het bezoek aan het hummingbird-paradijs; een plek waar honderden kleine kolibries in verschillende soorten op af kwamen, gelokt met suikerwater, aangeboden via nepbloemetjes. Ze zijn zo vlug als water en het bleek nog een hele kunst om er mooie foto’s van te maken. 

We hadden in het dorpje Speyside een aardige duikinstructeur ontmoet, Spencer, geboren en getogen op Tobago. We zijn met hem een dagje gaan duiken bij Little Tobago en Goat-island: twee prachtige duiken, waarbij we naast talloze dieren het grootste hersenkoraal ter wereld hebben gezien. Het koraal zag er gezond uit, kleurrijk en vol leven; een veel mooiere ervaring dan bij de eerste duiken. Hier komen we in de toekomst graag nog een keer terug in een beter duikseizoen.

Het is nog volop regenseizoen, iets waar we van tevoren helemaal niet goed over hadden nagedacht. Blijkbaar wordt pas vanaf december de drogere tijd aangekondigd. Dat betekent dus regelmatig een dikke tropische bui, maar ook vaak gestage regen uit een grijs wolkendek. Het teakdek heeft het er maar moeilijk mee, al die vochtigheid: de schimmelplekken worden weer zichtbaar. Wijzelf vinden het ook niet altijd een feest. Tuurlijk, soms voelt het lekker knus met de regen die op het dak tikt terwijl ik binnen een cake bak of een naaiklusje verricht. Maar soms worden we ook gek van het gevoel opgesloten te zitten in de warme vochtige buitentent en willen we de verkoelende wind voelen. Maar de luiken zitten potdicht en de atmosfeer binnen is klam en broeierig. Laat de drogere tijd maar snel komen. Tussen de buien door doen we leuke dingen. We wandelen heel wat af, of spelen tennis op het strandje van Pirates Bay. We kijken samen met andere crews naar het voetbal en zijn vaak eind van de middag in ons stamcafé te vinden voor een ijskoud biertje. We huren nog een dag een auto waarmee we heel het eiland rondrijden en de indrukwekkende Argyll watervallen mee bezoeken. Pas op de laatste dag ontdekken we de prachtige bibliotheek van het dorp, waar de airco aanstaat, prima stoelen en tafels staan en waar het fijn vertoeven is: die plek had ik graag eerder ontdekt, even weg van de schommelende boot naar een rustige plek met goede wifi. Volgende keer!

Op 1 van de regenachtige dagen denken we na over ons plan voor komende tijd. Eigenlijk willen we graag voordat de drukte van de ARC begint (een grote rally van boten die ongeveer tegelijk de Atlantische oceaan oversteekt en die begin december aan gaat komen) van de Tobago Cays genieten, dus besluiten we weer op pad te gaan. Iets anders waar we onze gedachten over laten gaan, is de plek waar we komend orkaanseizoen met de boot gaan liggen. Misschien toch maar niet naar Curaçao, zoals we eerst van plan waren, maar mogelijk toch weer terug naar Trinidad, waar we zo tevreden over waren. Als we dat zouden doen, dan kunnen we in april nog terugkomen naar lovely Tobago, niet alleen om te duiken, maar ook om de imposante leatherback schildpadden het strand op te zien kruipen om hun eieren te leggen. Hmmmm, iets om serieus over na te denken…

Op donderdag in alle vroegte zijn Marelief en Offspring vertrokken, de twee boten waar we het zo gezellig mee hebben gehad. We komen de regenachtige dag door, met een beetje een ontheemd gevoel. We klaren zelf ook uit, een heel gedoe in Charlotteville, vooral omdat de immigration-officer speciaal voor ons vanuit de hoofdstad Scarborough anderhalf uur moet rijden over een vreselijke bochtige en heuvelachtige weg, en dat alleen maar om een stempel in onze paspoorten te zetten. Lastig om je daar niet bezwaard bij te voelen.

Vrijdag varen we om 3 uur ‘s nachts op de motor weg van dit heerlijke eiland. Na twee uur kan de motor uit en we leggen de tocht naar Granada, Prickly Bay, zeilend af. Om 17 uur liggen we voor anker en het aankomstbiertje valt samen met de sunset, perfect getimed.

En dan begint er een nieuw hoofdstuk. Kleurrijk Grenada, waar we het vorig jaar al zo goed hadden. Gaat dat nu weer lukken, nu we niet omringd zijn door zoveel leuke boten als toen? Het blijkt geen enkel probleem te zijn! We hebben twee belangrijke redenen om hierheen te komen. De eerste is de aanschaf van een nieuwe buitenboordmotor. Die hebben we een half jaar geleden al besteld en kunnen we nu ophalen in de winkel.

De tweede reden is dat we hier onze oude buitenboordmotor makkelijk hopen te verkopen. En dat lukt meteen! Op Grenada is het dagelijkse marifoon-radionetje om half acht in de ochtend, te volgen vanuit de meeste baaien. Daarop melden alle nieuwkomers zich en je kunt horen wat er allemaal te doen is op het eiland. Ook kun je melden als je iets in de verkoop hebt. Pieter meldt zich meteen de eerste ochtend even en noemt de verkoop van ons motortje. Meteen na het netje meldt de Uruguayaan Gustavo zich, hij vindt het een prima deal. Als we twee dagen later naar Woburn Bay varen, waar hij ook ligt, vindt de overdracht plaats die uitmondt in een heel gezellige borrel bij ons aan boord waarbij er veel wordt gelachen bij het uitwisselen van zeilervaringen. We leren de Amerikaanse boot VIS kennen waarop twee leuke Nederlanders wonen, Joren en Simone. Ook gaan we langs bij Shady Lady uit Scheveningen, waar David en Chrissi ons meteen aan boord vragen voor een sundowner; zij reizen al 28 jaar de wereld over, wat een lieve mensen!

We kijken voetbal in verschillende barretjes, waar we steeds weer andere mensen ontmoeten. Sport verbroedert! Wel even spannend om NL-VS te kijken in the Brewery, tussen de vele Amerikanen die hier soort van permanent op hun catamarans wonen. Maar het ging goed, ondanks onze magistrale overwinning, we kregen zelfs oprechte felicitaties! We doen mee met de Hash, het wekelijkse wandelfestijn, steeds op een andere plek op dit prachtige eiland. We zwemmen, snorkelen en SUP-pen. We maken een wandeling naar Hog-island. We gaan naar een steelband luisteren. We brengen de was weg; laten gasfles en duikfles vullen; tanken benzine voor ons nieuwe buitenboord motortje. We kopen bij verschillende lokale tentjes langs de weg onze fruit en groenten. Ontbijt bestaat uit muesli, zelfgemaakte yoghurt en daarbovenop in wisselende combinaties verse ananas, papaya, banaan, passievrucht, mango, verse kokos, carambola. Vriend Thomas zou zeggen: poor sailors 🙂

Als uitsmijter besluiten we op zondag naar een concert te gaan: Christmas Carols bij Candlelights. Hier in de Carieb is alles sinds begin november al in kerstsfeer. Overal zijn kerstliedjes te horen en zijn kerstbomen en andere versiering opgetuigd. Dit kerstfestival op 4 december is dus heel gewoon.

En het blijkt een enorm succes te zijn. Bij Quarantine Point komen meer dan 2000 mensen bijeen op een groot grasveld, de meesten in het wit gekleed, in het kader van White Christmas, een leuke draai die ze aan dit begrip geven bij dertig graden. Er is van alles te eten en drinken, er is een enorm lichtspektakel. Voor jong en oud is er vertier maar het belangrijkste is de grote show op een podium waar meer dan 20 artiesten optreden, allemaal lokale grootheden, die in witte (glitter)kostuums het een na het andere kerst-rocknummer ten gehore brengen, onder begeleiding van een vette band en achtergrondkoortje. Daarna een groots vuurwerk boven op de heuvel. Tevreden fietsen we naar onze bijboot terug, blij dit lokale feest te hebben meegemaakt. Na zoveel nieuwe leuke ervaringen op Grenada, vinden we het tijd om verder te gaan, vooral door het weer ingegeven. Maandag 5 december zeilen we naar Carriacou, waar we heel de dag mee bezig zijn, zo’n 40 zeemijl noordelijker. We kunnen ruim tweederde van de reis zeilen, wat een meevaller is gezien de zwakke wind. Leuk om ons anker weer in Tyrrel bay te laten vallen, vlak bij het mangrovegebied. We liggen er prima beschut en slapen als rozen, weer 9 uur aan een stuk; thuis halen we met moeite de zeven uur nachtrust, aan boord zonder wekker halen we met gemak de negen uur. Is het het buitenleven wat zo vermoeid maakt? Of plegen we thuis structureel roofbouw op onszelf door slaap onvoldoende prioriteit te geven? Hmmm, ik vrees het laatste. Wat helpt is dat hier geen verslavende talkshows op TV zijn, waar we naar blijven kijken. Vaak gaat rond negen uur-half tien ons figuurlijk lichtje al uit, en staan we ’s ochtends met het eerste daglicht rond 6 uur alweer op, prima ritme.

Inmiddels liggen we weer op een andere plek, dat paradijselijk plekje waar ik aan het begin al over schreef. De nacht is net gevallen, we genoten zojuist van een prachtige sunset op deze bijzondere plek. De bijna volle maan verlicht de baai, waar we met zo’n 8 schepen in totaal liggen. Voor dit deel van de Carieb is dat betrekkelijk rustig. Dat was namelijk best even wennen, na relaxed Tobago waar we steeds vrijwel alleen in de baaien lagen, met maximaal 2 of 3 andere boten. Bij aankomst van Grenada moesten we even slikken, toen we al die volle baaien zagen gevuld met talloze rompen en masten. Ongelooflijk, dat verschil, terwijl het maar 1 lange dagtocht van elkaar verwijderd is. Heerlijk te weten dat dat soort rustige pareltjes nog bestaan, maar de drukke gezelligheid waar we ons vanaf nu weer in hebben gestort, heeft ook veel voordelen: we gaan er het beste uithalen!

Weer terug in Trinidad

Die eerste rumpunch smaakte weer heerlijk!

Hoera, we zijn weer terug aan boord van onze Mahi mahi na 6 maanden in Nederland te zijn geweest. Op 22 april 2022 lieten we de boot achter, op de kant bij Peake Yachtservice. We hadden op het laatst besloten er een tent overheen te laten bouwen, om de boot te beschermen tegen weer en wind. Lincoln, een medewerker van de werf, zou elke twee weken even aan boord komen om een oogje in het zeil te houden: Geen ongedierte? Doet de luchtontvochtiger het nog goed? Blijven de accu’s mooi op spanning? Al met al vonden we het best spannend om onze boot, ons heerlijke drijvende huis waarmee we alweer zoveel avonturen hebben beleefd, voor 6 maanden achter te laten in een warm en vochtig land zonder af en toe even langs te kunnen gaan. Maar Lincoln liet ons regelmatig weten dat alles nog prima was en dat er geen reden tot zorg was. Gelukkig werd Trinidad in het afgelopen hurrican-season niet getroffen door heftige tropische stormen of erger. Wel was het blijkbaar een seizoen met ongekend veel en heftige regenbuien, de ene na de andere Atlantische depressie trok over de eilanden heen. Heel fijn dat we gekozen hadden voor die tent; het teak zou al dat water naast de felle zonneschijn bij hoge temperaturen niet heel fijn hebben gevonden. Nu lag het dek er prachtig bij en we troffen de boot aan in perfecte staat. Geen ongedierte, geen schimmel, het rook er zelfs fris binnen.

We hadden een prima reis terug naar Trinidad met de blauwe vogel op vrijdag 28 oktober, met een tussenstop op Barbados. Al onze bagagetassen kwamen tegelijk met ons aan en de shuttle van Peake stond al netjes klaar om ons naar de werf te brengen, met tussenstop bij de supermarkt en customs. Het laddertje opgeklommen en we voelden ons meteen weer thuis aan boord!

Heel gezellig om in de dagen erna weer bij te praten met de crews van Marelief, Offspring, Puff en X-to-go die ook op de werf liggen. Tassen uitgepakt en alles weer een plek gegeven. Maandag ging de boot weer te water en voeren we terug naar Crews-inn Marina waar we een prima plek kregen en meteen konden genieten van het zwembad, het prima restaurantje op de kant en zelfs van de gym met airco! Inmiddels zitten de zeilen er weer op, de lijnen zijn weer ingeschoren en de boot is vaarklaar. Nu nog even Pieters verjaardag vieren en een weekend op stap met onze Trini-vrienden die ons hun mooie eiland willen gaan laten zien, en daarna gaan we weer op pad, richting het blauwe water van Tobago. Laat de avonturen maar weer beginnen!

Laatste etappe van deze reis: Trinidad

Toch een beetje spannend, de tocht van zuidelijk Grenada naar Trinidad. Ineens moeten we nadenken over iets als piraterij. We naderen namelijk Venezolaans vaargebied en daar is het niet veilig. Op noonsite wordt in 2021 nog gerept over overvallen. Hmmm, we krijgen er een naar gevoel van. De website van de kustwacht van Trinidad is er duidelijk over: probeer je oversteek vooral in nachtelijke uren te plannen en houd je boordlichten en AIS gewoon aan. Dien voor vertrek je vaarplan in, zodat ze ons kunnen monitoren. Hun ontvanger is zo sterk, dan je ze op het hele traject kan oproepen. Verder: blijf 15 mijl oostelijk van een bepaald Venezolaans boorplatvorm, ofwel, vaar met een behoorlijke omweg naar je doel. Maar geen probleem, alles om ellende te vermijden. In de middag varen we weg uit Grenada, eerst een uur lang vissermannend tegen wind en stroom in, daarna hoog aan de wind zeilend om na een paar uren, inmiddels al donker, meer zuid af te buigen en een ontspannen koers te gaan varen.

We zijn gelukkig niet de enigen op zee. We zien die nacht heel wat vrachtschepen en tankers aan de horizon, worden zelfs een keer opgeroepen door een tanker. Eind van de nacht nog een paar fikse buien maar geen piraat gezien. Bij dageraad varen we al langs de kust van Trinidad en om 11 uur zijn we op de plek van bestemming. Dankzij de goede hulp van Peake Yachtservice, is het papierwerk grotendeels klaar en zijn we nog voor vieren ingeklaard. We kunnen meteen de Crews Inn Marina binnenvaren waar we twee weken een plekje hebben gereserveerd. Het is hier een stuk warmer en vochtiger dan op Grenada, het zweet loopt langs onze rug. Wat een verwennerij is het dan, dat er een zwembad is waar we drie keer per dag inspringen. We beginnen meteen aan de grote schoonmaak: alles wordt zoet afgespoeld, de lijnen worden gewassen en uitgeschoren, de zeilen eraf gehaald. Het dek wordt in de boracol gezet ter bescherming van het teak. De romp krijgt een wasbeurt en het polyester wordt in de wax gezet. We halen elke bakskist helemaal leeg en alles wat erin zit wordt gespoeld; paddleboards, kayaks, peddels, stootwillen. Alles wordt droog en ontzilt opgeborgen om zo min mogelijk vocht aan te trekken in die 6 maanden dat de boot op de kant staat in een vochtig land, met als doel schimmel zo veel mogelijk te voorkomen. Binnen wordt elk kastje schoongemaakt. Wat we voorlopig niet meer nodig hebben, gaat in de tas voor naar huis. Heerlijk om zo grondig schoonschip te maken en eens flink te ontspullen.

Een gezellige onderbreking van al dat werk als Joshua twee nachtjes komt logeren. Ook gaan we regelmatig iets eten of drinken in de restaurantjes van de haven, even weg van de boot. Wat we echt te gek vonden, was dat een Trinideese familie die we in het zwembad leerden kennen, ons meevroeg voor een dagje uit. Samen met hun dochter van 13 in de auto, sightseeing door de hoofdstad Port of Spain, daarna door het regenwoud naar een prachtig strand aan de noordkust, Maracas Beach, waar we voor het eerst van ons leven een broodje haai aten. En lekker!! Dan nog naar een bijzondere hangbrug en ’s avonds laat weer terug naar de haven. Ontzettend gezellig gehad en veel wetenswaardigheden gehoord over land en cultuur, echt een cadeau, deze ontmoeting!

19 april gaan we de kant op, onder professionele leiding van het team van Peake Yachtservice. We krijgen een fijne plek op de kant en hebben nog een paar dagen de tijd om de laatste klusjes te klaren maar ook om nog even gewoon te zijn en te genieten van de vrijheid van dit bestaan. 

Wat een mazzel dat KLM sinds dit jaar weer direct van Trinidad op Schiphol vliegt. Na 9 uurtjes vliegen landen we op 23 april weer in Nederland. Helaas geen bagage wegens staking, die moet nog nakomen. Nu een kleine week de tijd om onze familieleden weer te zien en spreken en dan kunnen we ons huis weer in. Snel settelen want 2 mei begint de werkweek weer! Back to normal, maar wel met een rugzak aan ervaringen en herinneringen rijker!

Even op een rijtje:

  • 10 maanden op reis geweest van 26 juni 2021 tot 23 april 2022
  • 6200 zeemijlen afgelegd
  • 166 motoruren
  • 8 landen aangedaan, 18 eilanden bezocht.
  • 0 x de motor hoeven draaien voor energie
  • Veel meer dan gedacht elektrisch kunnen koken
  • Nauwelijks gas verbruikt, precies 1 gasfles van 5 liter verbruikt.
  • 36 nachten op zee, 163 nachten in een marina, 99 nachten voor anker.
  • 14 vissen gevangen
  • 8 duiken gemaakt
  • Reparaties: alleen voor buitenboordmotor hulp nodig gehad. Nieuw grootzeil laten komen, nieuwe accu en 2 nieuwe flexibele zonnepanelen laten toesturen, alles onder garantie.
  • Gasten aan boord: Harry&Roos, Clémence, Mieke, Pim, Ferdy&Nastya, Joshua. Verder heel veel etentjes met andere crews in restaurant Mahi mahi. 
  • Genoten: enorm!

Zaterdag 23 april zijn we veilig geland op Schiphol. Fijn om daarna de tijd te hebben om bij familieleden langs te gaan. Leuk om iedereen weer te zien en mee te maken, de verhalen te horen en knuffels uit te wisselen. Helaas nog geen kadootjes, want door de staking van het grondpersoneel van KLM, precies op de dag waarop wij landden, hebben we nog steeds onze drie bagagetassen niet terug. Inmiddels zijn we ook alweer in eigen huis, vannacht voor het eerst weer in ons eigen bed geslapen. Nog even inruimen en settelen en dan is de cirkel rond: maandag ga ik weer aan het werk en Pieter gaat verder met het genieten van z’n pensioen :). We hebben zin in het komend half jaar: 6 maanden in Nederland, in de zomertijd, zónder boot, dus een heel andere tijdsbesteding. We hebben al zoveel plannen, dat we ons afvragen of het allemaal wel gaat lukken in dit seizoen voor we weer vertrekken, eind oktober. Maar hoe dan ook, we gaan ervan genieten!

Sweet memories; Grenada 2022!

16 maart varen we vanaf Ronde Island naar Grenada, lekker downwind zeilen met zonnetje erbij. Grenada is zo mooi om langs te varen; prachtige groene hoge bergen, witte stranden en kleurrijke dorpjes. We maken een lunchstop in Halifaxbay, waar het ons te veel rolt om te blijven, dus varen we door naar Molière point, wat bekend staat om z’n onderwatermuseum. Op de bodem van de beschutte baai staan standbeelden, op dieptes variërend tussen 5 en 15 meter. Het is duidelijk een toeristische attractie, gezien alle bootjes die er liggen vol snorkelaars en duikers. In de namiddag gaan wij er ook een kijkje nemen met eigen dinghy, snorkel en flippers. Helaas is het water wat troebel, maar we kunnen de beelden best zien, leuk om het freediven weer een beetje te oefenen.

De volgende ochtend worden we rond 7 uur gewekt door een man in een bootje, die 50 EC mooringgeld vraagt, dat is z’n 18 euro. Hij ziet er niet officieel uit, heeft geen bedrijfskleding aan, zijn dinghy is een als velen, dus ik twijfel of ik hem wel moet betalen. Ik krijg z’n baas aan de telefoon die me geruststelt: hij komt zo vroeg, omdat veel zeilers anders hun biezen al hebben gepakt voordat er betaald is. Vooruit dan maar…. We gaan iets verderop voor anker in Grand Mal, een grote open baai, maar we liggen er prima beschut en we zijn het enige jacht. We hebben het er zo naar onze zin, dat we er 5 nachten blijven liggen. Het is een prima uitvalsbasis om per minibusje naar de grote stad St. George te gaan, om een mooie wandeling te maken en om gezelligheid aan de kant te vinden. Het valt ons op hoe aardig alle mensen hier zijn. De mensen maken een ontspannen indruk, zijn hulpvaardig, maken graag een praatje. Op vrijdagavond wordt er een party georganiseerd bij Point 57, een mooie bar aan het water. We gaan erheen, drinken 2 heerlijke rumpunches, eten een hapje mee en gaan dan terug naar de boot, want de muziek is er zo hard dat het oncomfortabel is, maar aan boord nog prima te horen, zodat we staan te dansen op de voorpunt!

Het leven is hier goed! We zwemmen meerdere keren per dag, eten lekker aan boord, kijken Formule 1, waar we nog altijd enorm van genieten. En we genieten ook gewoon even van het samenzijn met z’n tweeën, na alle sociale gezelligheid van Tyrrelbay. 

Op maandag 21 maart varen we door naar Prickly Bay, wat aan de zuidzijde van het eiland ligt. Het is er enorm vol met boten. In vergelijking met 8 jaar geleden zijn er heel veel moorings bijgekomen, waar je per nacht dus voor moet betalen. De mensen die op eigen anker willen liggen, vinden altijd wel een plek aan de buitenzijde van het veld. Leuk om True North, Offspring en Ruffian of Amble te zien liggen, allemaal Surinamegangers. We vinden de swell die de baai inkomt echter iets te hevig en wijken daarom toch uit naar True Blue bay, net om de hoek, waar we goede verhalen over hadden gehoord van onze Duitse vrienden van Antari. We vinden er een heerlijke ankerplek, naast een groot motorjacht en 1 ander zeilschip. Het is een prachtige baai, met uitzicht over de mooi onderhouden gebouwen van de US University of Grenada. Vlakbij onze boot spatten de binnenkomende golven uiteen op de rotsen, wat telkens weer een mooi schouwspel geeft en ondertussen liggen wij heerlijk rustig te deinen. 

De volgende ochtend drinken we nog een koffietje met de crew van Offspring, fijn hen weer even te spreken. Daarna rijden we met onze fietsjes wat rond, op jacht naar lekkernijen en een lokale indruk. Omdat we mooi vlees weten te vinden, nodigen we True North uit op de bbq. Ze besluiten niet per dinghy te komen, maar met hun boot in onze baai te komen liggen. In de namiddag zie ik ineens een tweemaster aan de horizon verschijnen: zou dat de Shambala al zijn? Ja inderdaad, wat leuk!!!! Onze vrienden van de Shambala komen naast ons liggen, terwijl ze de nacht ervoor pas aan zijn gekomen van hun Atlantische oversteek, we hadden ze niet zo snel verwacht: we eten die avond dus samen bij ons aan boord met drie crews, gezellig! ’s Avonds nog even luisteren naar het optreden van een steelband in het nabijgelegen resort, maar dat had niet de swung die we ervan hadden verwacht.

De dag erna blazen we de kayak op, peddelen de grote baai rond. We snorkelen bij het rif, waar het onderwaterleven onverwacht mooi blijkt te zijn. ’s Avonds met Shambala op ontdekking uit, richting universiteit vinden we allemaal leuke eetgelegenheden.

Op donderdag komt Tranquillity aanvaren, rechtstreeks uit Suriname en zij laten ook hun anker vallen in True Blue bay. Maxim voegt zich er ook bij, een catamaran, en waar True Blue bay een paar dagen geleden nog zo rustig was, nu is het ineens een Nederlandse enclave geworden met 5 zeilschepen. Wij zijn met z’n tweetjes en alle andere boten hebben 1 dochter aan boord. Voor alle meisjes ook heel fijn om ineens veel speelkameraadjes te hebben. Die avond dus meteen een strandfeestje georganiseerd, een groot succes!! Wat een gezelligheid weer. 

Vrijdag maken we met de duikschool die ook in deze baai gevestigd is twee mooie duiken; het rif ziet er goed uit, enorm veel vissen en zeer kleurrijk onderwaterleven. En zaterdag gaan we ons onderdompelen in een typisch Grenada-evenement: de Hash! Elke zaterdag wordt er ergens op het eiland een parcours uitgezet, 1 voor wandelaars en 1 voor renners. Om 16 uur vertrek je en anderhalf tot 2 uur later ben je weer terug, en dan is er bier, muziek en een hapje te eten. We gaan er met alle vijf de crews naartoe, Shademan regelt het vervoer. Met z’n 14-en in een busje rijden we in bijna 2 uur naar de wandellokatie. Na een best pittige hike, worden we ingewijd met een klassieke bierdouche. Leuk om de sfeer mee te maken, het is een evenement van lokale mensen en cruisers samen, jong en oud doet mee.

Hè hè, na al deze gezelligheid even zondagse rust aan boord van Mahi mahi, om ’s middags op kleine Sophie te gaan passen, zodat haar ouders ook eens een avondje hun handen vrij hebben en lekker samen uit eten kunnen. We realiseren ons hierdoor weer eens extra hoeveel vrijheid we zelf hebben, dat we altijd kunnen gaan en staan waar we willen. Echt bewondering voor de cruisers die samen met kleine kinderen op pad zijn, zeker als de leerplicht ook nog eens om de hoek komt kijken en er dagelijks les moet worden gegeven.

Maandag gaan we naar Prickly bay, vandaar uit kunnen we gemakkelijk naar wat winkeltjes lopen voor wat inkopen, zoals een paar mooie flessen wijn en goed vlees en kaas bij een Franse Boucher, die z’n waar uit La France importeert. Het kost wat, maar dan heb je ook wat, zoals mooie stukken vacuüm verpakte Charolais!

We voelen ons in dit land hartstikke veilig, maar er is een groot gevaar, wat regelmatig op de loer ligt: de bekende rumpunch! Ieder café en restaurant heeft z’n eigen recept en de hoeveelheid rum varieert enorm. Die avond gingen we aan het eind van de middag nog even een drankje doen bij One Live, een leuk tentje aan het water waar veel cruisers komen. Natuurlijk is er happy hour, ofwel, 2 rumpunches voor de prijs van 1. Zo! Deze is sterk, zeggen we nog, maar ook lekker zoet en ijskoud dankzij de vele tinkelende ijsblokjes in het glas. Tja, en dan gaat zo’n glaasje vanzelf leeg via zo’n schattig rietje en bestel je vlak voor het eind van happy hour natuurlijk nog eens twee……. En terwijl de laatste bestelling nog wordt gemaakt, begint ineens de steiger te dansen. Hee, de wereld draait zelfs, wat grappig….. en dan komt dat tweede glas nog voor je neus. Okee, hoe we thuis zijn gekomen, ik weet t niet meer precies, maar om half 8 lagen we gevloerd in ons bedje, weer en echte Grenada-ervaring rijker, pfffffff.

Dinsdag op naar Woburnbay, weer iets meer naar het oosten. In deze baai liggen onze vrienden van de Antari alweer een week of 6 wortel te schieten. Zo superleuk om elkaar weer te zien; we vertrokken op tweede kerstdag tegelijkertijd uit Mindelo en nu zijn we weer bij elkaar. Katharina had speciaal voor ons een fles bubbels koud gezet (waarom associëren mensen ons toch zo vaak met bubbels??? Echt geen idee….) en we hebben weer een heerlijke avond en genoeg om over bij te praten. 

Woensdagochtend staat Cutty ons om 8.30 uur op te wachten met zijn nette bus. Met alle 5 de Nederlandse crews, dus 10 volwassenen en 4 kindertjes, gaan we op eilandtour. Het wordt een geweldig mooie dag en we boffen met deze supergids, die ons de geheimen van Spice Island Grenada laat zien. We rijden spectaculair mooie en steile wegen door regenwoud. We stoppen talloze keren, omdat hij ons de kaneelboom, nootmuscaatboom en cacaoboom wil laten zien, proeven en beleven. Hij plukt nog veel meer bladeren en wij mogen raden wat we ruiken, welke specerijen het zijn. We wandelen bij een kratermeer, zien apen, maken een stop bij een rum destilleerderij, waar de machinerie voor het pletten van het suikerriet wordt aangedreven door een groot waterrad. We zien de stroperige melasse naar de kookketels gaan. Het destilleer-proces kunnen we niet zien, maar deze fabriek in de open lucht, zo geïntegreerd in de natuur is een parel voor het oog.

Later maken we een stop bij een chocolade-estate, waar de cacaobonen worden gefermenteerd, gedroogd op verschillende bedden en verwerkt worden tot de bekende Grenada-chocolade. Leuk om een aantal tabletten mee naar huis te nemen voor het thuisfront. De lunchstop is een leuk tentje, idyllisch gelegen aan de Atlantische oceaan. En de laatste stop is vlakbij een waterval met grote zwempoel erbij. Als we er aan komen lopen, zien we nog 4 mensen in de poel: heeeee, maar dat zijn de crews van Eva en Heron!!! Kim en Vincent, hooooiiiiiii!!! We maken een groepsfoto van deze 7 Nederlandse crews samen. We maken nog een klim naar een waterval hogerop waar je heerlijk onder kan douchen en roetsen daarna op onze billen de onderste poel in. Lekker verfrissend.

Cutty brengt ons eind van de dag weer veilig thuis en we sluiten de dag met z’n allen af bij een cruiserscafé, waarbij die verraderlijke rumpunch weer rijkelijk vloeit. Deze keer haken we net op tijd af en hebben nog een fijn stukje avond aan boord, terugkijkend op een mooie dag: wat is Grenada toch een fantastisch eiland!

Hierna volgt nog een kleine week vol gezelligheid. Yoga on the beach met Kim en Maaike, Antari aan boord voor een lekkere bbq, avondje op Liz van de Tranquillity passen, zodat haar lieve ouders voor het eerst in een jaar lekker samen uit eten konden.

Zondag rijden we lekker met z’n tweetjes in een prima huurauto het eiland rond. We zwemmen in de poel van de Concorde watervallen, waar we de enigen zijn, op een paar vriendelijke plaatselijke verkopers na, die we allemaal blij maken door bij elk van hen een kleine souvenir te kopen: er zijn nauwelijks toeristen en ze bedanken ons een voor een voor de “business” van die dag. Ons hart breekt een beetje, wat hebben sommigen mensen toch weinig. En wat knap dat ze dan toch zo vriendelijk en behulpzaam zijn. 

In landen waar je links moet rijden, ben ik altijd de chauffeur, omdat Pieter dan aan m’n goede kant zit, gehoortechnisch gezien. In Suriname had ik al 7 weken lekker rondgereden, maar vandaag kon ik mijn skills verder bijslijpen. Nooit eerder reed ik op zulke steile wegen, met diepe afgronden en greppels ernaast, op smalle slingerende wegen door oerwoud met tegenliggers op de meest smalle stukken van de weg; ik heb regelmatig mijn klamme handen even moeten afvegen, maar ik genoot ervan. We kozen bewust die routes die aangeschreven stonden als de mooiste maar ook moeilijkste van het eiland. Maar goed dat de bezorgde autoverhuurder dit niet heeft geweten; hij vond het maar niets dat ik de bestuurder bleek te zijn. Hij vroeg nog even aan Pieter of hij niet beter kon rijden. Ben je gek, zegt mijn lief, zij heeft veel meer ervaring met links rijden 🙂

Gelukkig konden we de auto zonder schrammetje weer inleveren na twee dagen. De laatste dag konden we mooi wat dingen regelen, samen met de crew van Shambala achterin. Antigeen testje voor toegang tot Trinidad, uitklaren, de laatste boodschappen. Maandagavond 4 april is onze laatste avond hier, we hebben besloten dinsdag 5 april te gaan vertrekken naar Trinidad. Die avond komt Shambala gezellig bij ons eten en onverwacht schuift ook de crew van Tranquillity aan: samen kijken we terug op twee feestweken in Grenada, waarin we met z’n allen veel hebben gezien en ondernomen. We worden enorm bedankt voor alle initiatieven die we hebben genomen, want, zoals Maaike zei, we hebben nu zoveel van het eiland gezien, wat ons normaal gesproken niet goed lukt met die kleine erbij. Zo samen twee weken optrekken met een aantal bekende boten is echt hartstikke leuk en geeft nog meer kleur aan dit al zo mooie leven. Met heel veel sweet memories gaan we zo ankerop, op weg naar Trinidad, ons eindstation van deze etappe.

Op naar blauw water

We zijn klaar om te gaan, te vertrekken uit Suriname. We zijn al uitgeklaard, hebben de negatieve uitslag van de antigeentest van vandaag op zak (een voorwaarde om elders aan te mogen komen) en de boodschappen zijn gedaan. Zo meteen nog een gezellig afscheidsetentje met onze vrienden van de DanceMe en morgen als het tij bijna gaat keren en het water naar zee gaat stromen, dan varen we hier weg, weg bij Marina Waterland, waar we het heel fijn hebben gehad, maar waar het nu helemaal vol ligt met schepen, waardoor we steeds meer toe zijn aan rust en lekker vrij weer voor anker te liggen, bij voorkeur op azuurblauw water. Want die bruine Surinamerivier, die zijn we na 7 weken ook wel zat! We kijken ernaar uit om over een dag of vijf lekker te gaan snorkelen in helder water! 

We kijken met ongelooflijk veel plezier terug op de afgelopen tijd, Suriname en z’n bevolking hebben een diepe indruk op ons gemaakt.  Wat hebben we hier veel ondernomen, wat hebben we veel gezien en geleerd, wat hebben we veel praatjes gemaakt met verschillende mensen waardoor de bevolking met z’n verhalen echt tot leven is gekomen. Een enorm groot voordeel is toch, dat we hier in onze eigen moedertaal terecht kunnen, vrijwel iedereen in dit land spreekt Nederlands! 

We hebben uiteindelijk 8 keer een rondje gegolfd en vrijwel dagelijks gezwommen in de rivier. We hebben 11 keer niet thuis geslapen aan boord, omdat we in de jungle zaten of verbleven op plantages. We hebben genoten van een mooie stadswandeling met gids, waardoor we de kans hadden de synagoge van binnen te bezichtigen. De grote houten kathedraal is echt een bezienswaardigheid. We hebben vele markten bezocht en daarbij veel hapjes geproefd uit verschillende keukens. We hebben meerdere plantages bezocht, zoals Peperpot, Frederiksdorp, Mariënberg. Verblijf op Peperpot vonden we het allerfijnst, mede dankzij hun heerlijk bibliotheek vol boeken over Suriname en gerelateerde onderwerpen. Het net geopende verhalenmuseum van Fredriksdorp was een feestje. Voor liefhebbers, zie www.geheugenvancommewijne.sr. De vlindertuin in Lelydorp was ook het bezoeken waard; nooit gedacht dat het exporteren van vlinderpoppen over heel de wereld een serieuze business was. Nou, hier weten ze hoe dat moet en wat er allemaal bij komt kijken. 

Met alle crews van de haven zijn we een keer uitgegaan in Paramaribo om te luisteren naar livemuziek bij café De Dijck. Natuurlijk was er ook onderling veel aanloop, meerdere keren samen gegeten met andere zeilers, heel wat borreltjes gedronken. Leuk om de mensen van Offspring en Windbreker te leren kennen, we genieten ervan als er meteen die fijne klik is. 

Toen we aankwamen in Suriname, was het prachtig weer; de zon scheen uitbundig, ohhh, wat was het warm aan boord. Maar de laatste weken overheerst de regen en dan ontstaat er zo’n vochtig klimaat, waar we ons niet echt lekker meer bij voelen. De ontvochtiger draait overuren als we op pad zijn, en tussen de buien door proberen we zoveel mogelijk te luchten als we aan boord zijn.  

Iets anders wat we minder leuk vinden in dit land, is het ambtelijk apparaat. Tjonge jonge, die hele exercitie rond de rijtoestemmingsverklaring, we zouden er bijna een boek over kunnen schrijven. Waar we bij ons even de ANWB inlopen en een kwartiertje later een internationaal rijbewijs op zak hebben, duurt zoiets hier meer dan een maand, vijf keer een bezoek aan het politiebureau, heel lang wachten in allerlei rijen en dan ook nog eens de confrontatie met onaardige, commanderende medewerkers die het woord service niet in hun woordenboek hebben staan. Waar bij ons in Nederland iedereen binnen een organisatie zijn best wil doen voor een klant, zeker als er iets niet goed is gegaan, iedereen de bereidwillendheid heeft om te helpen en om een probleem op te willen lossen, is die attitude hier soms ver te zoeken. Kom je bij de vreemdelingendienst, omdat je een stempel in je paspoort nodig hebt omdat je hier al een maand bent en je verblijf wilt verlengen, en als je dan eindelijk het juiste armetierige loketje hebt gevonden, zit daar een onvriendelijk dame onderuitgezakt op een stoel achter een met plastic dichtgeplakt raam wegens Covid met onderaan een kier van nog geen 10 cm. Daardoorheen roep je wat je nodig hebt. Paspoorten graag, is het antwoord. De eerste die Pieter erdoorheen schuift, glijdt netjes naar voren in haar richting. De tweede kiept net over de rand naar beneden en blijft daar staan. Dan zegt ze: als je die daar neer legt, dan kan ik er niet bij…… pffffffff, denken wij dan, steek je arm dan uit! Gelukkig is het merendeel van de bevolking vriendelijk en vrolijk en hebben we gelukkig niet al teveel te maken gehad met de bureaucratie van dit land. Maar het is wel 1 van de dingen, waardoor we tegen elkaar zeggen: we zijn er wel klaar voor om weer verder te gaan. Onze volgende stop wordt waarschijnlijk Carriacou, het eiland wat boven Grenada ligt, waar we mooie herinneringen aan hebben van de vorige reis. Als we daar over een kleine week zijn, ingeklaard hebben en de eerste snorkelsessies achter de rug hebben, dan gaan we op zoek naar een duikschool: samen met een instructeur die vaardigheid weer eens oppoetsen, om daarna lekker te gaan genieten van het onderwaterleven. Blue waters, here we come! 

Ondergedompeld

Vandaag gaan we op pad voor onze tocht naar Knini-paati, een klein resort in de jungle aan de Boven-Surinamerivier. Dat is het gedeelte van de rivier, bovenstrooms van het kunstmatige Brokopondo stuwmeer. Dat meer ontstond in 1964, toen de Afobakadam voltooid werd.
Ons avontuur begon met een valse start. Wim (zie de vorige blog) zou met ons meegaan en hij stond al om half negen op de steiger, terwijl we hem pas een uur later verwachtten. Maar dát was niet het probleem, we konden de autosleutel niet vinden! Dus in plaats van rustig koffiedrinken aan boord met Wim, zochten we in alle kastjes, onder alle klepjes, achter alle kussens, we keerden we zelfs de afvalbak om. Tevergeefs. Uiteindelijk blijkt ie toch in Moniques broek van de avond daarvoor te zitten, ondanks dat ze daar al eerder had gevoeld en hem niet had aangetroffen. Dus vertrekken we toch wat gehaast, vol twijfel of we alle benodigdheden wel bij ons hebben. 
We rijden 2 uur zuidwaarts, min of meer parallel aan de Surinamerivier. Langs Paranam, een groot industrieel complex wat in de eerste helft van de vorige eeuw ontstond voor de bauxietwinning en aluminiumproductie. Bauxietwinning is al een aantal jaren niet meer rendabel en een deel van de fabrieken wordt nog wel “slapend” gehouden. Blijkbaar zijn daar heel wat mensen voor nodig, getuige het aantal geparkeerde auto’s.
Wim laat ons stoppen bij een cafetaria langs de weg bij Paranam. De serveerster herkent “meneer Wim” onmiddellijk, en we slaan wat “bakabana’s” (gebakken bananen) in, om later onderweg op te eten. We rijden richting het Brokopondomeer, wat qua oppervlakte even groot is als de provincie Utrecht. We stoppen bij het plaatsje Bronsweg, aan de voet van de Bronsberg, en eten onze bakabana’s. In deze regio zijn veel goudzoekers actief, zowel legaal als illegaal. De impact op het milieu is helaas groot. Onderweg komen ons regelmatig vrachtwagens met enorme opleggers tegemoet, met daarop meestal 2 enorme boomstammen. Volgens Wim wordt het oerwoud leeggeroofd, voor een groot deel legaal, via concessies aan “de Chinezen”. Suriname zelf lijkt weinig van de opbrengsten te profiteren.
Na een tocht van ruim 2 uur komen we aan bij het plaatsje Atjoni, gelegen aan de Boven-Suriname rivier, dus stroomopwaarts (en ten zuiden) van het grote stuwmeer.
Verder naar het zuiden zijn er geen wegen meer. Atjoni is de hub, een soort busstation, waar al het vervoer over water naar het zuiden begint en eindigt. Langs de rivier liggen meerdere dorpen, bevolkt door Marrons, dat zijn de afstammelingen van slaven die in de 19e eeuw van de plantages zijn gevlucht. Zij leven in het oerwoud, ook langs deze rivier. Andere dorpen zijn later ontstaan, toen een aantal dorpen geëvacueerd moest worden door het ontstaan van het Brokopondo-stuwmeer. Die dorpen zijn te herkennen aan het voorvoegsel “Nieuw-“ voor hun naam.

Het vervoermiddel op de rivier is de korjaal, niet alleen hier, maar ook in andere delen van Suriname. De bodem moet sterk zijn, want de rivier is vaak ondiep, er moeten stroomversnellingen worden gepasseerd en dan raakt de bodem vaak de rotsen. Die bodem is uit één stuk, een uitgeholde boomstam, aan de zijkanten verlengd door planken. Er zijn ongeveer 10 zitjes achter elkaar, waar steeds 2 personen op kunnen zitten. Schoolkinderen gaan iedere dag vanuit de verschillende dorpen naar de scholen in Atjoni en weer terug. Al het andere personenvervoer en ook het vrachtvervoer gaat per korjaal. En is de last te zwaar, bvb een tractor of graafmachine? Leg 2 korjalen naast elkaar, een paar planken overdwars en de tractor rijdt er zo op! Zeer indrukwekkend.
Als we arriveren liggen er zeker 20 korjalen te wachten. Sommige worden gevuld door schoolkinderen in uniform. Iedere korjaal heeft in principe een bemanning van 2 personen. De “bootman” is stuurman, hij zit achterin en bedient de 15-80pk buitenboordmotor. Vaak is hij de eigenaar van boot en motor. Voorop zit zijn hulp, die met een peddel helpt om scherpe bochten te kunnen ronden.
Wij worden opgepikt door een boot van ons resort en we ontmoeten Claidell, onze Marron-gids voor de komende dagen, en Toni en Cock, een Nederlands echtpaar dat al jaren op Knini-paati komt. 
De tocht op de rivier is prachtig. Op de oevers alleen maar oerwoud en af een toe een dorpje waar we de vrouwen de was zien doen in de rivier en waar kinderen spelen of vissen. We hebben al te horen gekregen dat de Marrons niet gefotografeerd willen worden, dus daar houden we rekening mee.
Na een uur bereiken we ons resort, dat ligt op een klein eiland in de rivier. Het is in de afgelopen jaren opgebouwd door Nelson, de eigenaar, met veel hulp van Toni, die in Nederland aannemer is geweest. Er zijn een tiental cabins, houten huisjes voor 2-4 personen, en een aantal overdekte, maar verder open gezamenlijke ruimtes om te verblijven en te eten. Cock is kunstenares en heeft de gebouwen en cabins voorzien van prachtige beeldjes van vogels. Samen met Wim zijn we de enige gasten. We worden vertroeteld met lekker eten. We poedelen wat in de rivier en de naast het resort gelegen “sula”, wat stroomversnelling betekent. Claidell maakt een junglewandeling met ons, waarbij we uitleg krijgen over planten en dieren. We zien vogelspinnen en eerder op de rivier liet hij ons ook al een enorme anaconda op de kant zien. Hij toont ons de werking van de “telefoonboom”, een levende tamtam, en leert ons verschillende geluiden herkennen, zoals de roep van de “bospolitie”, een vogel die zijn soortgenoten waarschuwt voor naderende mensen.

De volgende dag maken we een tocht per korjaal langs enkele Marrondorpen. We kunnen de dorpen vanwege covid niet bezoeken, maar Claidell vertelt in de korjaal uitgebreid over de leefwijze van de Marrons, hun zelfredzaamheid door de jacht en door het verbouwen van groenten op de “kostgrondjes”, over de rol van de oom (broer van moeder) bij de vorming van de jongemannen. De plaats van de moeder in de samenleving is heel belangrijk, van haar weet men in ieder geval zeker dat ze familie is van haar kind. Polygamie komt onder de (traditionele) Marrons nog veel voor. Als je het je kunt veroorloven tenminste, want de huisvesting, uitzet en (kostbare) ceremonie die je een volgende vrouw moet bieden mag niet onderdoen voor de eerste verbintenis.
Er is ook een teleurstelling. We hadden erop gerekend dat we onze derde nacht in een junglekamp zouden doorbrengen. Enkelen uren lopen door de jungle met een gids, koken op een vuurtje, slapen in een hangmat. Zo was het aangekondigd, althans zo hadden we dat begrepen (en volgens ons hadden we er ook duidelijk voor betaald). Maar er bleek geen gids beschikbaar die deze tocht met ons zou kunnen maken, Claidell is daartoe (nog) niet bevoegd. De beoogde gids was niet eens in de regio, en sinds covid was dit onderdeel eigenlijk uit het programma gehaald. 
Het was voor ons een grote teleurstelling en dat hebben we ook laten merken. 
Maar toen we terugkwamen van een van de wandelingen troffen we Nelson, de eigenaar, op het resort. Hij had met Wim over onze verwachtingen gesproken. Nelson was heel duidelijk. Het was zijn eer te na en hij ging het regelen. Diezelfde middag vertrokken we met Asser, de oudere broer van Nelson, de jungle in. Claidell en 2 keukenmedewerkers van het resort gingen ook mee, er waren toch geen andere gasten op het resort waarvoor gekookt hoefde te worden. Onze spullen en het eten zouden per korjaal naar het kamp worden gebracht, samen met Wim, Toni en Cock, die dit uitstapje van harte aangrepen.
Drie uur liepen we door de jungle, Asser met machete voorop. Een keer moesten we omdraaien het pad volledig geblokkeerd was door meerdere omgevallen bomen. Toen we aankwamen op het junglekamp brandde er al een vuurtje en waren de eerste Parbo biertjes al open getrokken.
Een uurtje later vertrokken Wim, Cock, Toni en de twee keukendames weer met de korjaal en bleven Asser, Claidell en wij twee achter. De hangmatten werden opgehangen en het vuur voor de maaltijd werd ontstoken. Wat een bijzondere belevenis, de oerwoudgeluiden, de vallende avond, nog even poedelen in de sula, de maaltijd met zijn vieren. Het geplande kampvuur viel letterlijk in het water, doordat het ‘s avonds alleen maar regende. Dan maar op tijd de hangmat in. Monique sliep redelijk, ik heb wat bewuster van de nachtelijke uren kunnen genieten. Toen wij gingen liggen was Asser met zijn geweer en een koplamp de jungle in vertrokken. We hoorden ‘s nachts 2 schoten en de volgende ochtend lagen er een boshaas en een gordeldier klaar om gevild te worden. Asser was apetrots en hij maakte foto’s om naar een Nederlandse kennis te sturen, die hem het geweer had geschonken.
De tocht per korjaal terug was een belevenis op zich. De kreek was heel smal, ondiep en met scherpe bochten, waarvoor de stuurman en de menselijke boegschroef hun uiterste best moesten doen om de boot onder controle te houden. We zagen ijsvogels, handgrote felgekleurde vlinders en een kaaiman die vlak voor ons onderdook. Het was een prachtig slot van onze 4-daagse trip naar het binnenland van Suriname, iets wat we niet snel zullen vergeten.

Zo, ik neem de pen even van Pieter over voor de beschrijving van wat andere belevenissen. Inmiddels hebben we al 4 keer een rondje gegolfd. Het is een leuke baan, met lekker veel ruimte, zodat we de meeste balletjes van Pieter weer terugvinden. 9 holes vinden we wel genoeg bij deze warmte, we proberen dan ook altijd vroeg in de ochtend te spelen. Echt leuk om lid te zijn geworden; we kennen de vaste crew al en het is een mooie manier om in dit warme en vochtige land toch een beetje in beweging te zijn. Naast zwemmen, golfen en ochtendyoga doen we niet zoveel actiefs. Echt wandelen of fietsen zit er niet in, daar is het land niet op ingericht. Wel hebben we onze tweepersoonskayak uitgeprobeerd die we op Tenerife kochten, daar zijn we blij mee. Ook mijn nieuwe SUP-board is een aanwinst, veel lichter, makkelijker hanteerbaar en stabieler in het water.

Na ons jungleavontuur hebben we een paar rustdagen ingelast, even de ervaringen laten bezinken. Gewoon aan boord zijn, wat klusjes klaren, huishoudelijke dingen doen en de administratie wat bijwerken is ook al fijn. In de afgelopen week zijn de Älskling 2 (BE) en Pantera (NL) vertrokken, twee boten die hier al een paar weken lagen. De Belle Fleur (NL) gaat ook verder, daar vieren we nog een leuk afscheidsfeestje mee. En JanJorem (NL) vertrekt over een week. We verwachten een kleine invasie de komende dagen: de Offspring (BE), True North (NL) en DanceMe (BE) komen eraan, gezellig! We genieten van de relatieve rust in deze marina. We weten van andere boten, en we zien het ook op de site van Marine Traffic: het is druk in de Carieb en er komen nog héél veel schepen die kant op, een grote Armada is op dit moment bezig met de oversteek van de Atlantische Oceaan. De Fransen gaan vaak direct naar Martinique of Guadeloupe, de andere nationaliteiten verspreiden zich over Barbados, Grenada of St Vincent en de Grenadines. Maar de parel die Suriname heet, die is bij het grote zeilerspubliek niet bekend; vooral mensen van NL of BE nationaliteit komen deze kant op, een uitzondering daargelaten. De anderen weten niet wat ze missen, en dat laten we graag zo!

We hebben een hele lijst met dingen die we willen doen of zien, gekregen van mijn Surinaamse vriendin Friede en langzaam aangevuld met andere tips, bv van collega Radha die hier geboren is, van Wim, ons lokale contact, van gidsen waar we excursies mee ondernemen of van mensen die we spreken op straat of bij restaurantjes. We bezoeken fort Zeelandia. We kopen een paar mooie boeken over de Surinaamse geschiedenis bij de boekhandel, we eten bij Chi Min waar we écht moeten zijn geweest. Op een zondag gaan we naar de markt in Domburg: nee, geen kraampjes met waren, maar eten, eten en eten: we eten heerlijk Javaans uit bananenblad en willen alles proeven. We krijgen zoveel mee, dat we er twee dagen van smullen. We gaan met een gids de Bronsberg op, een avontuurlijke tocht, zeker na al de regenval van de afgelopen week, en we zijn maar wat blij dat hij veel ervaring als modderchauffeur heeft en dat we in een solide 4×4 zitten. We bezoeken watervallen waar we een douche onder nemen en meteen een megamassage van krijgen, wat een watergeweld. We rijden naar Fort Nieuw Amsterdam, waar we het openluchtmuseum bezoeken en nog meer lezen en zien over de bewogen geschiedenis van dit land. De kolonisatie, wisselende overheersing, de onderdrukking van de inheemse bevolking; het vreselijke slavernij verleden inclusief het leven op de plantages; de import van alle contractarbeiders uit alle windstreken, Javanen, Hindoestanen, Chinezen, Brazilianen, Nederlandse boeren. Maar ook de roerige politieke geschiedenis van de afgelopen eeuw…. Alle informatie begint een beetje op z’n plek te vallen. Het gevolg van dit indrukwekkende verleden, is het land wat we nu zien en meemaken; een land vol tegenstellingen, een smeltkroes van culturen, trotse en veelal aardige mensen met allen een andere achtergrond; alle religies zijn vertegenwoordigd, wat je ook ziet in het straatbeeld. Een enorme variëteit op culinair vlak. Maar ook een land wat gebukt gaat onder een moeizame politieke situatie, met veel achterstand qua onderhoud van gebouwen en wegennet als gevolg, en een enorme inflatie, waardoor veel armoede.  Wat het nou precies is, we weten het niet, maar we merken dat we ons hart aardig aan het verliezen zijn aan dit prachtige land, waar we ons wonderwel thuis voelen.

Als verrassing voor mijn verjaardag, organiseert Pieter een uitje naar Houttuyn, een soort wellnessresort aan de Surinamerivier. Ik word verwend met een saunaritueel, een bloemig voetenbadje, lichaamsscrub en een geweldige lichaamsmassage van top tot teen. Na het diner blijven we slapen in een soort luxe tent, een huisje met wanden van tentdoek, waar doorheen we ’s ochtends een prachtig vogelconcert horen. Eenmaal terug in de marina blijkt er een taart klaar te staan, en niet zomaar een taart: zo eentje heb ik nog nooit gezien; enorm en prachtig versierd met tropisch fruit! De dag ervoor was Offspring aangekomen, met jarige Stijn aan boord; toen we op het punt stonden de taart aan te snijden op 2 februari, kwam True North binnen en Wichard bleek ook 1 februari jarig te zijn geweest. Hoe leuk om zo’n mooie taart te delen met 3 andere crews en 3 jarigen onder ons!! Ik kijk terug op een geweldige verjaardag, mede dankzij alle lieve berichten, appjes, telefoontjes en gezang, compleet met taart en verrassingen. Op naar de volgende 47 jaar 🙂

Inmiddels is de crew van DanceMe ook gearriveerd. Hans en Liesbeth kennen we inmiddels al heel wat maanden, sinds de Spaanse ria’s. Over een week gaan we met hen een avontuurlijke jungletrekking ondernemen van 5 dagen, waarbij we in drie verschillende dorpen gaan slapen ergens aan de boven-Surinamerivier. Ik schat in, dat we na dat mooie avontuur een beetje klaar zijn om verder te trekken en de bruine Suriname rivier te verwisselen voor azuurblauw. Onze tickets naar huis zijn gekocht, direkte vluchten met KLM van Trinidad naar Schiphol. Eerst nog een maand naar Grenada en bijbehorende eilanden en dan richting eindbestemming van dit seizoen: in Trinidad gaat de boot de kant op. Nog twee en halve maand genieten van onze reis en de bijbehorende vrijheid en dan op naar ons Nederlandse bestaan waar we ook naar uitkijken.

Aangekomen in Switi Srenan!

Na twee dagen genieten van de tropische rust in de beschutting van de Iles des Salut van Frans Guyana, zijn we gisterenochtend om 5.45 uur weggevaren, bij het krieken van de dag. Toch altijd even spannend om is vrijwel donker ankerop te gaan en de open zee op te varen, met meteen een stevige bries van voren en steile golven, terwijl je nauwelijks iets kan zien. Volgens de verwachting zouden we 27 uur moeten zeilen tot aan de uiterton bij de monding van de Surinamerivier. Omdat we graag stroom mee wilden hebben bij binnenkomst, moesten we proberen zo vroeg mogelijk aan te komen, vandaar dit vroege vertrek.

We hadden meteen lekker de vaart erin, zeilen met 7 knopen en dan ook nog eens twee knopen kado door de stroom mee. Dat schoot lekker op. Toen de wind in de middag afnam, werd de gennaker gehesen voor een paar uur, om zoveel mogelijk mijlen af te leggen. In de nacht zelfs 2 uur de motor erbij aangezet, toen de snelheid even helemaal inzakte. En daarna ging het weer vlot met 17 knopen wind. Precies een etmaal na vertrek, bij de eerste tekenen van dageraad, kwamen we aan bij de uiterton. Heel fijn om bij daglicht de rivier op te varen, met al z’n ondieptes, staken, onverlichte boeien die op andere plekken lagen dan op onze kaart, en niet te vergeten de drijvende boomstammen. En dan hadden we ook nog de stroom mee de rivier op. Belangrijk voor ons, want vanaf de uiterton is het nog zo’n 37 mijl varen tot de marina, en met stroom tegen zou je er weleens heel erg lang over kunnen doen. Maar we gingen als een speer, en we konden nog zeilen ook. Vanmiddag om 12.45 uur lagen we dan ook al aangemeerd bij de marina en werden rondgeleid door Annette van de JanJorem. Zo, en het eerste Parbobiertje was meteen een feit!

De eerste indruk is heerlijk! Tropische temperaturen, het resort waar we bij liggen is prachtig aangelegd, we kunnen zwemmen in de rivier. Noël, de eigenaar, kwam kennismaken en wil van alles voor ons regelen, zeer hulpvaardig. Alles gaat hier rustig aan, dus morgen de boot aan kant maken, overmorgen inklaren en dan eens kijken wat er allemaal te ontdekken en ondernemen valt. We hebben zin in dit nieuwe avontuur!

Reis naar Suriname, dag 10-12

Dag 10, 5 jan: we varen prachtig door de nacht. Geen buien, wel stroom mee, constante wind. Overdag bewolkt, dreiging van buien, wisselende windsterkte. De zee wordt ruwer, een klotszee met golven uit alle richtingen, mogelijk mede door de toenemende stroom. Ondanks dit ongemak, wel genieten van weer n prachtige sterrenhemel. Dagafstand: 176 nM.

Dag 11: ‘s Nachts ontstaan er veel buien met windshifts, we zijn tijdens onze diensten wakker en alert. Als ik Pieter afwissel zit hij in regenpak in de stromende regen. Met blote voeten, want het is heerlijk warm water. Het is een natte, donkere nacht met onstuimige wind die tot 27 knopen doortrekt. Door de inmiddels dikke stroom mee, gaan we veel te hard richting ons doel. We willen bij dageraad aankomen, dus moeten we vertragen. We rollen grootzeil weg en doen een stuk alleen op het werkfokje, we rollen vreselijk. Later voor het comfort toch het grootzeil met drie reven er weer bij voor stabiliteit. Het is een saaie grijze dag en de wind poeiert maar door, het zijn echt de laatste loodjes. Dagafstand: 184 nM!!!

Dag 12, 7 januari: We proberen alles om te vertragen, maar met zoveel meegaande stroom en dikke wind die maar niet wil afnemen is dat niet goed mogelijk. Om 4 uur in de ochtend zijn we op 5 mijl van ons doel. Het regent en waait meer dan 25 knopen. We gaan bijliggen, en laten ons verlijeren. Ik vind het spannend, we liggen scheef, de golven rollen van opzij tegen de romp, het water is nog maar 10 meter diep en de wind fluit door het want. Gelukkig is mijn Pieter de rust zelve…. om 6 uur gloort de dageraad en na eerst een spannend stukje hoog aan de wind tegen de golven in, kunnen we afvallen en komen in de beschutting van twee piepkleine eilandjes. De golven zijn meteen weg en de wind is gehalveerd. We strijken de zeilen en laten het anker vallen in een kleine baai van 5 meter diep. Oef, er valt iets van ons af. Terwijl de adrenaline van deze laatste spannende uurtjes nog voelbaar is, kunnen we nu opgelucht en voldaan adem halen: we did it again, we crossed the Atlantic!! Om 7 uur lokale tijd liggen we voor anker bij Île Royale, 1 van de drie Îles du Salut van Frans Guyana, daar waar het verhaal van Papillon zich afspeelde.

We zien overal palmbomen en dikke tropische begroeiing, hanen die kraaien, een koor van 1000 tropische vogels, het gekrijs van wat apen. De échte aankomst wordt in Suriname gevierd, maar we houden vast aan onze goede gewoonte en openen een klein flesje bubbels wat voor de gelegenheid was koud gelegd. Proost, op een veilige aankomst!

We krijgen een bericht van Vodafone: welkom op Frans Guyana. Hier kunt u uw abonnement gebruiken zoals in Nederland. Hahaha, wat grappig. Met slechts 1 streepje 4G als bereik kunnen we nu bellen, appen en proberen we nog wat dingen te downloaden: deze maand t abonnement niet voor niets doorbetaald 😄

We gaan hier een dag blijven en varen morgen door naar Suriname, nog een etmaal op zee.

11 dagen en 19 uur onderweg geweest, 1861 nM afgelegd. 0.4 motoruur, alleen bij ankermanoeuvres, verder alles gezeild.

Tocht naar de Kaap Verden

Dag 1, 2 dec: om half negen varen we de marina van El Hierro uit. Er staat al een stevige bries en we zien flinke golven net buiten de pieren. Met goed gereefde zeilen komen we de oceaan op en komen meteen in de acceleratiezone rond het eiland terecht, met windstoten tot 33 knopen en hoge steile golven. Geen tijd om rustig te wennen, nee, meteen de wasmachine in. Oef, dat hadden we even onderschat. Wat een heftigheid om ons heen, wat voel je je dan toch nietig. Ik ben soms gewoon bang, zeker als de boot enorm oploeft door een hoge golf. Het geluid van fluitende wind en brekende golven om ons heen is indrukwekkend en niet echt prikkelarm. Niet mijn ding, zeg maar. Maar Pieter blijft de rust zelve, mijn rots in de branding. De boot doet het fantastisch en al snel bomen we uit en zeilen verder met onze favoriete set-up. Met mijn blik op de horizon gericht, gaat het wel. En wat leuk als ineens precies in die blikrichting, op nog geen 50 meter van de boot, een hoge spuit te zien is van een grote walvis die even een blik komt werpen, dat maakt weer veel goed.

Dag 2: Pittige nacht achter de rug met wind tussen 25-30 knopen en hoge golven. Slecht geslapen. Bijna nieuwe maan, dus extra donker in de nacht. Wel een geweldig mooie sterrenhemel en zelfs een paar vallende sterren. De wens om minder wind wordt echter nog niet gehoord. Overdag blijft het stevig waaien, maar aan het eind van de middag is het beter te doen. Gelukkig heb ik voor 3 dagen vooruit gekookt, dus eten is kwestie van opwarmen.

Dag 3: De zee is duidelijk wat rustiger geworden, de golven komen niet meer van alle kanten. Ook neemt de wind iets af. Ik schrijf in het logboek: het begint weer leuk te worden. We zien een paar grote springende vissen, blijkbaar opgejaagd door groot wild uit de diepte en zien een zeeschildpad voorbij drijven. We zijn halverwege! Vandaag het zonnetje erbij, dat maakt alles een stuk vriendelijker. Via Xander worden we op de hoogte gehouden van de kwalificatie, dankzij berichtjes via de satelliettelefoon: balen dat Max crasht in de laatste ronde!

Dag 4: Prima nacht gehad, lekker gezeild, we gaan als een speer. De boot doet het hartstikke goed, we hebben er veel vertrouwen in gekregen. Eigenlijk hadden we ons schip nog nooit goed kunnen testen omdat we de afgelopen drie jaren eigenlijk nooit heftig weer hebben gehad. ’s Nachts zien we een voor ons nieuw fenomeen: overal om ons heen, in de toppen van omkrullende golven en vooral in ons kielzog, felle lichtflitsen en grote lichtgevende bollen van zo’n 20-30 cm diameter; alsof er paparazzi met flitsende camera’s achter ons aanzitten. Prachtig! Overdag een lekker warme douche en daarna een dolfijnenshow, ze blijven wel 5 kwartier rond de boeg spelen en maken de mooiste sprongen. Met daggemiddelden van zo’n 150-155 mijl, gaan we morgennacht al aankomen!

Dag 5: Weer pittige wind vannacht, tot 30 knopen en meteen weer een opbouwende zee. Overdag wordt het rustiger en de vislijn gaat uit. Zo leuk als we een paar uur later een mooie mahimahi weten te landen, daar gaan we zeker 4 dagen van eten. De Watt&Sea sleepgenerator maakt stroom, de zonnepanelen staan uitgeklapt en ondertussen maakt de watermaker drinkwater voor ons, zodat we met gevulde tanks gaan aankomen. Weer zien we 2 walvissen niet ver van de boot vandaan. De laatste nacht gaat in. Rond 1 uur zien we de eerste lichtjes in de verte en om half vier laten we ons anker vallen in de volle baai, best nog een uitdaging in de pikdonkere nacht. Natuurlijk drinken we onze befaamde aankomstbubbels en na een douche om al het zout van ons af te spoelen, slapen we weer heerlijk in elkaars armen. We zijn na 4 dagen en 19 uur op dinsdag 7 dec om 3.30 uur veilig op Sal aangekomen na een pittige tocht, hoera!

Kaap Verdië, Palmeira de Sal: Ook hier in de baai waait het flink. We maken eerst schoon schip en blazen de bijboot op. Rond 14 uur komen we aan op de kant, waar we ons melden bij de policia maritima. De health-official zegt dat we een negatieve test moeten kunnen laten zien: als blijkt dat we die niet hebben, worden we in een auto geladen en naar de hoofdstad meegenomen, waar er vlotjes een antigeentest wordt afgenomen en we binnen korte tijd een mooi officieel document hebben dat we beiden covid-negatief zijn, voor een tientje per persoon. Goed geregeld!

De rest van de formaliteiten wordt snel afgehandeld en dan zijn we ingeklaard, wat we vieren met een lokaal Strela biertje. We moeten wel even wennen, hoor. De mensen zijn wat opdringerig, het is er allemaal vies en stoffig, ze willen allemaal wat van ons. Vooral Pieter voelt zich hier erg ongemakkelijk bij. We overleggen de dag erna al verder te gaan: hier is toch niet veel te beleven, het was een noodzakelijke stop voor het inklaren wat niet op elk eiland kan. Morgen varen we naar Boa Vista, besluiten we.

Woensdag 8 december varen we door naar het volgende eiland, heerlijk zeilen met straffe wind, maar dat zijn we nu wel gewend. We gooien ons anker uit achter Ilha de Sal Rei bij het eiland Boa Vista, en liggen op azuurblauw water van 4 meter diep, met om ons heen de mooiste witte zandstranden. Ook hier moeten we ons netjes melden, maar als we aankomen bij het kantoor van de politie, is de maritieme officier al lekker naar huis, mañana terugkomen. We slenteren door het kleurrijke stadje, waar de mensen een zeer ontspannen en veel minder opdringerige indruk maken. We kopen wat fruit in de markthal en een kippenspies op straat bij de lieve mevrouw die achter een grote barbecue staat. We vinden het hier nu al zoveel leuker dan op Sal en zijn van plan hier een paar weken te gaan blijven. Gezellig dat de Noorderzon er ook blijkt te liggen, ’s avonds dus een uitgebreide borrel om bij te praten bij ons aan boord.

Lastig dat het zo hard waait, waardoor het erg choppy is op de ankerplek en het landen met de bijboot steeds weer een kleine uitdaging is. Maar de wind gaat de komende dagen afnemen, en dan wordt het hier heerlijk! We wandelen alvast wat rond op de witte stranden en eten een visje in een sfeervol tentje aan het water. Het leven is hier op z’n Afrikaans goed.

Aangekomen op Boa Vista, Kaap Verdie

Donderdag 2 december voeren we weg van het meest westelijke eiland van de Canarische eilanden, EL Hierro, om bijna 5 dagen later aan te komen op Sal, Kaap Verdie. We hadden een pittige tocht met vooral in het begin veel wind en hoge golven. Wel veel zeeleven gezien, dolfijnen, meerdere walvissen, een zeeschildpad en als kroon op de tocht konden we de laatste dag een mooie mahimahi landen waar we zeker 4 dagen van kunnen eten.
Dinsdag inklaren op Sal en woensdag meteen doorgevaren naar het veel leukere en kleurrijke eiland Boa Vista waar we op azuurblauw water voor anker liggen op zo’n 4 meter diepte. We zijn van plan hier een tijdje te blijven. Nog niet alles gaat soepel, zoals internet regelen en de telefoons weer kunnen gebruiken, dus daarom hoort het thuisfront even wat minder van ons. Maar alles is goed met ons!

Snel komt hier een uitgebreider verslag met foto’s erbij, tot dan!!!